Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:1093

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
05-09-2013
Datum publicatie
11-09-2013
Zaaknummer
201307405/2/A1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 21 mei 2012 heeft het college [verzoeker] omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een woning op het perceel [locatie] te Oudenbosch.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201307405/2/A1.

Datum uitspraak: 5 september 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), hangende het hoger beroep van:

[verzoeker], wonend te Hoeven, gemeente Halberberge,

verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 28 juni 2013 in zaak nr. 13/480 in het geding tussen:

[verzoeker rechtbank] en [verzoeker rechtbank B], beiden wonend te Oudenbosch (hierna tezamen en in enkelvoud: [verzoeker rechtbank])

en

het college van burgemeester en wethouders van Halderberge.

Procesverloop

Bij besluit van 21 mei 2012 heeft het college [verzoeker] omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een woning op het perceel [locatie] te Oudenbosch.

Bij besluit, verzonden op 6 december 2012 heeft het het door [verzoeker rechtbank] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 28 juni 2013 heeft de rechtbank het door [verzoeker rechtbank] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar te nemen met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen.

Tegen deze uitspraak heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld.

Hij heeft de voorzitter voorts verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 29 augustus 2013, waar [verzoeker], bijgestaan door mr. J.W. Verhoeven, advocaat te Breda, en het college, vertegenwoordigd door N.J.M.A. Onrust en M.J.M. Kools, beiden werkzaam in dienst van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is daar [verzoeker rechtbank], vertegenwoordigd door mr. M.P. Wolf, advocaat te Breda, gehoord.

Overwegingen

1. Het verzoek strekt ertoe om zekerheid te verkrijgen dat de verleende omgevingsvergunning in stand zal blijven, nu [verzoeker] zijn huidige woning per 1 april 2014 moet verlaten. [verzoeker rechtbank] heeft doen betogen dat met de verzochte voorziening geen spoedeisend belang is gemoeid.

1.1. Het verzoek is niet zozeer gericht op het verkrijgen van een voorlopige voorziening - immers [verzoeker] kan en mag de hem verleende vergunning hangende het hoger beroep benutten - als wel op het verkrijgen van een bespoedigd eindoordeel over de aangevallen uitspraak. Dat oordeel kan door middel van dit verzoek echter niet worden verkregen. Het dient daarom te worden afgewezen bij gebrek aan spoedeisend belang.

Het staat [verzoeker] overigens vrij de Afdeling te verzoeken het hoger beroep met toepassing van artikel 8:52 van de Algemene wet bestuursrecht

versneld te behandelen.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. N.D.T. Pieters, ambtenaar van staat.

w.g. Loeb w.g. Pieters

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 5 september 2013

473-619.