Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:1005

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-09-2013
Datum publicatie
04-09-2013
Zaaknummer
201210912/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 11 oktober 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Rotonde J.F. Kennedybaan - Beatrixweg - Lithoijen - 2012" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201210912/1/R3.

Datum uitspraak: 4 september 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Oijen, gemeente Oss,

en

de raad van de gemeente Oss,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 11 oktober 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Rotonde J.F. Kennedybaan - Beatrixweg - Lithoijen - 2012" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] heeft nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 27 mei 2013, waar [appellant] en de raad, vertegenwoordigd door C.C.H. Rollfs of Roelofs, ing. E.H.M. Neelen, beiden werkzaam bij de gemeente, en ing. J.H.M. de Kruijf, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

2. Het plan voorziet in de vervanging van de bestaande T-aansluiting op de kruising van de provinciale weg N625 en de Beatrixweg door een driepootsrotonde. Tevens voorziet het plan in de reconstructie van de bestaande aansluiting van de N625, ter hoogte van de J.F. Kennedybaan, op de Lutterstraat - Osseweg.

3. [appellant] betoogt dat als gevolg van het plan een onveilige verkeerssituatie ontstaat. Hij geeft de voorkeur aan een vierpootsrotonde ter plaatse van de Lutterstraat. Hij stelt daartoe dat een vierpootsrotonde, gelet op de oplettendheid en rijsnelheid van weggebruikers, voor fietsers een veilige oplossing is, nu daarvoor niet de aanleg van tweerichtingsfietspaden met een oversteekplaats is vereist.

3.1. De raad stelt zich op het standpunt dat door het plan weliswaar een nieuwe verkeerssituatie zal ontstaan, maar dat de herinrichting van de aansluiting van de N625, ter hoogte van de J.F. Kennedybaan, op de Lutterstraat - Osseweg zo wordt uitgevoerd dat weggebruikers voldoende zicht hebben op overstekende fietsers. Daarnaast zullen de weggebruikers door de inrichting van de situatie op en rondom de rotonde worden geattendeerd op de aanwezigheid van fietsers. De raad stelt dat hiertoe diverse maatregelen worden genomen. Zo worden weggebruikers op de fietsers geattendeerd door de inrichting van de weg, aangevuld met ondersteunende markeringen, een bebakening en een middengeleider.

3.2. De raad dient bij de keuze van een bestemming een afweging te maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het plan. Daarbij heeft de raad beleidsvrijheid. De voor- en nadelen van alternatieven dienen in die afweging te worden meegenomen.

3.3. De raad heeft zich naar het oordeel van de Afdeling in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat bij het realiseren van een driepootsrotonde, zoals in het plan is voorzien, de verkeersveiligheid van fietsers voldoende in acht is genomen. Hierbij is van belang dat ter zitting is vastgesteld dat het plan deze wijze van uitvoering en inrichting mogelijk maakt. [appellant] kan dan ook niet worden gevolgd in zijn betoog dat een vierpootsrotonde de enige manier is om de verkeersveiligheid van fietsers ter plaatse te waarborgen.

[appellant] betoogt voorts dat de raad, hoewel in een eerder stadium de mogelijkheid van een vierpootsrotonde wel is onderzocht, ten onrechte niet hiervoor heeft gekozen. De motivering van de raad dat bij een vierpootsrotonde de Lutterstraat teveel verkeer moet verwerken, acht [appellant] onvoldoende.

Bij de keuze van de raad voor een driepootsrotonde is een afweging gemaakt van diverse betrokken belangen, waaronder verkeersveiligheid en verkeersafwikkeling. De raad heeft van belang geacht dat het niet wenselijk is om meer verkeer via de Lutterstraat te laten rijden, waartoe de aanleg van een vierpootsrotonde zou leiden. In dat geval wordt een oost-west verbinding parallel aan de autosnelweg A50/A59 gecreëerd, waarmee sluipverkeer zal worden aangetrokken dat op de autosnelweg thuis hoort. Door de reconstructie, zoals voorzien in het plan, wordt het verkeer gestimuleerd om gebruik te maken van de bestaande noord-zuid verbinding tussen de J.F. Kennedybaan en autosnelweg A50/A59.

Daarnaast heeft de raad een financiële afweging gemaakt. Naar aanleiding van een verkeerstelling heeft de raad verklaard dat de Lutterstraat te weinig wordt gebruikt om te investeren in een directe aansluiting op de te realiseren rotonde.

Anders dan [appellant] stelt, heeft de raad naar het oordeel van de Afdeling de keuze voor een driepootsrotonde voldoende gemotiveerd.

Het betoog faalt.

4. Het beroep is voor het overige een herhaling van hetgeen hij in de zienswijze heeft gesteld. In de overwegingen van het bestreden besluit is ingegaan op deze zienswijze. [appellant] heeft in het beroepschrift, noch ter zitting redenen aangevoerd waarom de weerlegging van de desbetreffende zienswijze in het bestreden besluit onjuist zou zijn.

5. Het beroep is ongegrond.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. E. Helder, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.S.D. Ramrattansing, ambtenaar van staat.

w.g. Helder w.g. Ramrattansing

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 4 september 2013

408