Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BY7382

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
27-12-2012
Datum publicatie
27-12-2012
Zaaknummer
201205346/1/A1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 4 oktober 2011 heeft het college een projectbesluit genomen voor het realiseren van recreatieve activiteiten ter verbreding van het bestaande agrarische bedrijf op het perceel De Uitgang 12 te Bladel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201205346/1/A1.

Datum uitspraak: 27 december 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op de hoger beroepen van:

1.    [appellant sub 1] en anderen, allen wonend te Bladel,

2.    [appellant sub 2], wonend te Bladel,

appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 2 april 2012 in zaak nrs. 11/3968, 11/3885, 11/3976 en 11/4041 in het geding tussen onder meer:

[appellant sub 1] en anderen en [appellant sub 2]

en

het college van burgemeester en wethouders van Bladel.

Procesverloop

Bij besluit van 4 oktober 2011 heeft het college een projectbesluit genomen voor het realiseren van recreatieve activiteiten ter verbreding van het bestaande agrarische bedrijf op het perceel De Uitgang 12 te Bladel.

Bij uitspraak van 2 april 2012 heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, de door [appellant sub 1] en anderen en [appellant sub 2] tegen het besluit van 4 oktober 2011 ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben [appellant sub 1] en anderen en [appellant sub 2] hoger beroep ingesteld.

Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft [belanghebbende] een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant sub 1] en anderen en [appellant sub 2] hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 november 2012, waar [appellant sub 1] en [appellant sub 2], alsmede het college, vertegenwoordigd door C.E.J.M. van Hintum, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [belanghebbende], bijgestaan door mr. B.F.J. Bollen, advocaat te Tilburg, gehoord.

    Overwegingen

1.    [belanghebbende] heeft zich in zijn schriftelijke uiteenzetting op het standpunt gesteld dat het thans geldende bestemmingsplan "Buitengebied Bladel 2010" voorziet in de mogelijkheid om de voorzieningen waarop het projectbesluit van 4 oktober 2011 betrekking heeft te realiseren.

1.1.    Bij besluit van 22 februari 2010 heeft de raad van de gemeente Bladel het bestemmingsplan "Buitengebied Bladel 2010" (hierna: bestemmingsplan) vastgesteld. Het perceel is gelegen buiten het plandeel waarop de door de Afdeling bij uitspraak van 18 april 2012 in zaak nr. 201003902/1/R4 uitgesproken vernietiging van dit besluit betrekking heeft, zodat ingevolge dit bestemmingsplan op het perceel de bestemming "Agrarisch" met onder meer de gebiedsaanduiding "intensief recreatief gebied" en de aanduiding "bouwvlak" rust. In de uitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat gronden met de gebiedsaanduiding "intensief recreatief gebied" mogen worden gebruikt en, voor zover voorzien van een bouwvlak, bebouwd ten behoeve van een intensief recreatief gebied. Het besluit van 4 oktober 2011 heeft blijkens het dictum uitsluitend betrekking op het realiseren van recreatieve activiteiten ter verbreding van het bestaande agrarische bedrijf op het perceel en niet op detailhandelsactiviteiten. De recreatieve activiteiten zijn op grond van het bestemmingsplan rechtstreeks toegestaan. Gelet op het voorgaande, bestaat geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het besluit van 4 oktober 2011. Thans is voor de recreatieve activiteiten immers geen projectbesluit meer vereist. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] hebben desgevraagd ook niet aangegeven waarom zij desondanks nog belang hebben bij een beoordeling van de hoger beroepen.

2.    Gelet op het voorgaande, zijn de hoger beroepen niet-ontvankelijk.

3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart de hoger beroepen niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, voorzitter, en mr. J. Hoekstra en mr. P.A. Koppen, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.G.P. Oudenaller, ambtenaar van staat.

w.g. Slump    w.g. Oudenaller

voorzitter    ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 27 december 2012

270-593.