Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BY7328

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
21-12-2012
Datum publicatie
27-12-2012
Zaaknummer
201210669/1/A1 en 201210669/2/A1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 20 juli 2011 heeft het college geweigerd handhavend op te treden tegen een hekwerk op het perceel Snippendaalseweg 26 te Rheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201210669/1/A1 en 201210669/2/A1.

Datum uitspraak: 21 december 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: Awb) en (met toepassing van artikel 8:86 van die wet) op het hoger beroep van:

het college van burgemeester en wethouders van Rheden,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 2 oktober 2012 in de zaken nrs. 11/5525 en 12/405 in het geding tussen:

de stichtingen Stichting Gelderse Natuur- en Milieufederatie en Stichting Behoud Historische Landgoederen Oostelijke Veluwezoom, beide gevestigd te De Steeg, gemeente Rheden (hierna tezamen in enkelvoud: de Stichting),

en

het college.

Procesverloop

Bij besluit van 20 juli 2011 heeft het college geweigerd handhavend op te treden tegen een hekwerk op het perceel Snippendaalseweg 26 te Rheden.

Bij besluiten van 15 november 2011 heeft het het door de Stichting daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, dat besluit herroepen. Voorts heeft het de Stichting te kennen gegeven dat het een handhavingstraject zal starten.

Bij uitspraak van 2 oktober 2012 heeft de rechtbank het door de Stichting daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, die besluiten vernietigd en bepaald dat het college een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft het college hoger beroep ingesteld. Verder heeft het de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Stichting heeft een verweerschrift ingediend.

De voorzitter heeft de zaak ter zitting behandeld op 13 december 2012, waar het college, vertegenwoordigd door mr. A.D. Haja, werkzaam in dienst van de gemeente, de Stichting, vertegenwoordigd door J.J.M. Haan en B. Oosting, zijn verschenen.

Overwegingen

1.    In dit geval kan nader onderzoek redelijkerwijs niet bijdragen aan de beoordeling van de zaak en bestaat ook overigens geen beletsel om met toepassing van artikel 8:86, eerste lid, van de Awb onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

2.    Het college betoogt dat de rechtbank, door de besluiten van 15 november 2011 wegens strijd met artikel 7:11, tweede lid, van de Awb te vernietigen, heeft miskend dat het beleid voert, volgens hetwelk het in gevallen als dit eerst een voornemen tot handhaving uitbrengt, alvorens tot handhaving te besluiten en dat niet in strijd is met die bepaling.

2.1.    Ingevolge artikel 7:11, eerste lid, van de Awb vindt, indien het bezwaar ontvankelijk is, op grondslag daarvan een heroverweging van het bestreden besluit plaats.

Ingevolge het tweede lid herroept het bestuursorgaan, voor zover de heroverweging daartoe aanleiding geeft, het bestreden besluit en neemt het, voor zover nodig, in plaats daarvan een nieuw besluit.

2.2.    Het college heeft tegelijk met de besluiten van 15 november 2011 bij afzonderlijke brief van 15 november 2011 aan Portaal Vastgoed Ontwikkeling, eigenaar van het hekwerk (hierna: Portaal), bericht dat het voornemens is handhavend tegen het hekwerk op te treden.

2.3.    Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat daartegen handhavend kan optreden in de regel van die bevoegdheid gebruik moeten maken. In gevallen waarin het bestuursorgaan in dat kader beleid voert dat het de overtreder eerst waarschuwt en gelegenheid biedt tot herstel, voordat het tot handhaving besluit, mag en moet het in beginsel volgens dat beleid te handelen, nu dat niet in strijd is met voormelde wettelijke bepalingen.

2.4.    Het college heeft op 20 januari 2004 de 'Integrale paraplunota handhaving gemeente Rheden' vastgesteld. In bijlage III is uiteengezet, hoe het bestuursrechtelijke handhaving uitvoert. Bij ernstige spoedeisende overtredingen wordt een twee-stappenplan gevolgd, bij ernstige niet-spoedeisende overtredingen een vier-stappenplan en bij de andere een zes-stappenplan.

2.5.    Het college heeft in dit geval het vier-stappenplan gevolgd. De eerste stap bestaat volgens de nota uit het opsporen van illegale situaties met een primaire verantwoordelijkheid voor daartoe aangewezen ambtelijk medewerkers. De tweede is het geven van een schriftelijke vooraankondiging en publicatie. De derde is het uitvoeren van een hercontrole. De vierde stap is het handhavend optreden.

2.6.    Nu het college Portaal bij brief van 15 november 2011 heeft bericht dat het voornemens is handhavend tegen het hekwerk op te treden, heeft het gehandeld volgens het gevoerde handhavingsbeleid. Hieruit volgt dat de besluiten van 15 november 2011, waarbij het bezwaar van de Stichting gegrond is verklaard, het besluit van 20 juli 2011, waarbij een verzoek om handhaving is afgewezen, is herroepen en het college heeft aangekondigd alsnog het handhavingstraject te zullen starten, niet in strijd zijn met artikel 7:11, tweede lid, van de Awb. Het betoog slaagt.

3.    Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep van de Stichting, nu in de besluiten van 15 november 2011 aan haar bezwaren tegen de weigering handhavend op te treden tegemoet is gekomen, ongegrond verklaren. Tegen het door het college te nemen besluit kan overigens bezwaar worden gemaakt.

4.    Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I.    verklaart het hoger beroep gegrond;

II.    vernietigt de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 2 oktober 2012 in zaken nrs. 11/5525 en 12/405;

III.    verklaart de bij de rechtbank in die zaken ingestelde beroepen ongegrond;

IV.    wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. N.D.T. Pieters, ambtenaar van staat.

w.g. Loeb    w.g. Pieters

voorzitter    ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 21 december 2012

473.