Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BY7314

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
20-12-2012
Datum publicatie
27-12-2012
Zaaknummer
201208848/2/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 27 juni 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Someren-Eind" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201208848/2/R3.

Datum uitspraak: 20 december 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker], wonend te Someren,

en

de raad van de gemeente Someren,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 27 juni 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Someren-Eind" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoeker] beroep ingesteld. Hij heeft de voorzitter tevens verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 28 november 2012, waar [verzoeker], bijgestaan door mr. A.J.G. Lommerse, en de raad, vertegenwoordigd door H.J. Breman, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1.    Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.    [verzoeker], die een bedrijf exploiteert aan de [locatie] te Someren, betoogt dat in het plan ten onrechte een agrarische bestemming is toegekend aan een deel van zijn perceel. Hij heeft aangevoerd dat de desbetreffende gronden al jarenlang worden gebruikt voor zijn niet-agrarische bedrijf.

2.1.    [verzoeker] heeft de voorzitter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat het gemeentebestuur van Someren niet handhavend mag optreden tegen het gebruik van de in het geding zijnde gronden.

Uit zijn verzoekschrift, zoals nader toegelicht ter zitting, blijkt dat hij met zijn verzoek niet beoogt te voorkomen dat het plan voor de desbetreffende gronden in werking treedt. Dit zou immers niet leiden tot het door hem gewenste resultaat, aangezien in het vorige plan evenmin de door hem gewenste bedrijfsbestemming is toegekend aan die gronden. Het treffen van een voorlopige voorziening die wel zou voorzien in het door hem gewenste resultaat is te verstrekkend, zo heeft [verzoeker] ter zitting overigens ook erkend.

Blijkens het verhandelde ter zitting beoogt hij met zijn verzoek uitsluitend de zekerheid te verkrijgen dat het gemeentebestuur - in afwachting van de uitspraak in de bodemprocedure - noch op grond van het nieuwe bestemmingsplan, noch op grond van het vorige bestemmingsplan handhavend optreedt tegen het bestaande gebruik van de gronden waaraan in het plan een agrarische bestemming is toegekend.

3.    De voorzitter overweegt dat het verzoek van [verzoeker] aldus niet ziet op het bij het bestreden besluit vastgestelde bestemmingsplan, maar dat dit verzoek in feite betrekking heeft op een eventueel door het gemeentebestuur van Someren te nemen besluit tot handhaving.

Een dergelijk besluit staat in deze procedure echter niet ter beoordeling.

De voorzitter merkt geheel ten overvloede nog op dat indien het gemeentebestuur zou besluiten om handhavend tegen het desbetreffende gebruik op te treden, [verzoeker] daartegen afzonderlijk rechtsmiddelen kan aanwenden.

4.    Gelet op het vorenstaande bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. N.I. Breunese-van Goor, ambtenaar van staat.

w.g. Van der Beek-Gillessen    w.g. Breunese-van Goor

voorzitter    ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 20 december 2012

208.