Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BY7297

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
27-12-2012
Datum publicatie
27-12-2012
Zaaknummer
201201966/1/A1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 27 november 2009 heeft het dagelijks bestuur geweigerd handhavend op te treden tegen de aanbouw in de binnentuin van het pand op het adres Minervalaan 19-huis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201201966/1/A1.

Datum uitspraak: 27 december 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

het dagelijks bestuur van het stadsdeel Zuid,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 januari 2012 in zaak nr. 11/1412 in het geding tussen:

[wederpartij]

en

het dagelijks bestuur.

Procesverloop

Bij besluit van 27 november 2009 heeft het dagelijks bestuur geweigerd handhavend op te treden tegen de aanbouw in de binnentuin van het pand op het adres Minervalaan 19-huis.

Bij besluit van 1 februari 2011 heeft het dagelijks bestuur het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en het besluit van 27 november 2009 gehandhaafd.

Bij uitspraak van 20 januari 2012 heeft de rechtbank het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft het dagelijks bestuur hoger beroep ingesteld.

[wederpartij] heeft een verweerschrift ingediend.

Hypotheek Informatie Centrum Neervoort & Klop heeft daartoe in de gelegenheid gesteld, een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Het dagelijks bestuur heeft nadere stukken ingediend

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 21 november 2012, waar het dagelijks bestuur, vertegenwoordigd door mr. G. van der Kuil, werkzaam bij de gemeente, en [wederpartij], bijgestaan door mr. M.G. Vleems, advocaat te Amsterdam, zijn verschenen. Voorts is ter zitting De Blauwe Dolfijn Beheer B.V., vertegenwoordigd door M.W. Neervoort, bijgestaan door

mr. F.J.C. van Altena, advocaat te Amsterdam, gehoord.

Overwegingen

1.    Niet in geschil is dat de aanbouw in 1985 is gerealiseerd zonder de daartoe vereiste bouwvergunning.

2.    Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd dit niet te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet zicht op legalisering bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.

3.    Het dagelijks bestuur betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat er concreet zicht op legalisering bestaat, zodat het heeft kunnen besluiten van handhavend optreden af te zien. Daartoe voert het aan dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de aanbouw niet onder de bescherming van het overgangsrecht in artikel 24, eerste lid, onder a, van de planvoorschriften valt. Hierin wordt volgens het dagelijks bestuur onderscheid gemaakt tussen bouwwerken die op de eerste dag van de tervisielegging van het ontwerpplan bestaan en bouwwerken die nadien kunnen worden gebouwd krachtens een eerder verleende of nog te verlenen bouwvergunning. Hierdoor zijn ook illegale bouwwerken onder het overgangsrecht gebracht, aldus het dagelijks bestuur. Deze uitleg van het planvoorschrift strookt naar zijn mening met de uitleg van Afdeling in haar uitspraak van 14 januari 2009 (in zaak nr. 200803290/1).

3.1.    Ter plaatse geldt het bestemmingsplan Stadion- en Beethovenbuurt 1996.

Ingevolge artikel 24, eerste lid, onder a, van de planvoorschriften, voor zover hier van belang, mag bebouwing welke op de eerste dag van de tervisielegging van het ontwerpplan bestond of nadien kan worden gebouwd krachtens een eerder verleende of nog te verlenen bouwvergunning, gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd, mits daardoor geen grotere afwijking van het plan bestaat.

3.2.    De rechtbank heeft terecht overwogen dat er ten tijde van het bestreden besluit geen concreet zicht op legalisering bestond. Zij heeft daarbij met juistheid het dagelijks bestuur niet gevolgd in zijn uitleg van het overgangsrecht. Gelet op de bewoordingen van artikel 24, eerste lid, onder a, van de planvoorschriften wordt met deze bepaling uitsluitend gedeeltelijke vernieuwing of verandering van bebouwing mogelijk gemaakt. Aangezien deze bepaling derhalve geen overgangsrecht behelst voor reeds bestaande illegale bebouwing als zodanig, biedt deze bepaling geen grondslag voor de verlening van een bouwvergunning.

De door het dagelijks bestuur aangehaalde uitspraak van 14 januari 2009 vormt geen reden voor een ander oordeel. In deze uitspraak heeft de Afdeling overwogen dat niet aannemelijk is gemaakt dat de bouw was aan te merken als een gedeeltelijke vernieuwing of verandering, zodat de rechtbank terecht geen grond had gevonden voor het oordeel dat het bouwplan onder het bouwovergangsrecht viel. Anders dan het college aanvoert, kan uit deze uitspraak niet worden afgeleid dat reeds bestaande illegale bouwwerken met toepassing van het overgangsrecht kunnen worden gelegaliseerd.

Het betoog faalt.

Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

4.    Het college zal op na te melden wijze tot vergoeding in de kosten worden veroordeeld die bij [wederpartij] in verband met de behandeling van het hoger beroep zijn opgekomen. 

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I.    bevestigt de aangevallen uitspraak;

II.    veroordeelt het dagelijks bestuur van het stadsdeel Zuid tot vergoeding van bij [wederpartij] in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 896,92 (zegge: achthonderdzesennegentig euro en tweeënnegentig cent), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

III.    bepaalt dat van het dagelijks bestuur van het stadsdeel Zuid een griffierecht van € 466,00 (zegge: vierhonderdzesenzestig euro) wordt geheven.

Aldus vastgesteld door mr. T.G. Drupsteen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Soede, ambtenaar van staat.

w.g. Drupsteen    w.g. Soede

lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 27 december 2012

270-757.