Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BY7285

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18-12-2012
Datum publicatie
27-12-2012
Zaaknummer
201209619/1/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 19 september 2012 heeft het dagelijks bestuur [verzoeker] medegedeeld dat aan zijn woning aan de [locatie] te Rijnsburg geen geluidwerende voorzieningen van overheidswege worden aangebracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201209619/1/R4.

Datum uitspraak: 18 december 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker], wonend te Rijnsburg, gemeente Katwijk

en

het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst West-Holland,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 19 september 2012 heeft het dagelijks bestuur [verzoeker] medegedeeld dat aan zijn woning aan de [locatie] te Rijnsburg geen geluidwerende voorzieningen van overheidswege worden aangebracht.

Tegen dit besluit heeft [verzoeker] bezwaar gemaakt.

[verzoeker] heeft de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 6 december 2012, waar [verzoeker], bijgestaan door zijn echtgenote, en het dagelijks bestuur, vertegenwoordigd door J.H.O. van Noppen, werkzaam bij de Omgevingsdienst West-Holland, zijn verschenen.

Overwegingen

1.    In verband met een reconstructie van de Rijnsburgerweg en de Oestgeesterweg te Rijnsburg vindt een gevelsaneringsproject plaats voor een aantal langs die wegen gelegen woningen. [verzoeker] heeft blijkens de stukken - waaronder een door hem ondertekend deelnameformulier - te kennen gegeven aan het gevelsaneringsproject deel te willen nemen. In dat kader is onderzoek verricht naar de geluidsbelasting binnen zijn woning. Uit brieven die daarna aan [verzoeker] zijn verzonden blijkt dat geluidwerende voorzieningen aan zijn woning nodig zijn om te kunnen voldoen aan de op grond van de Wet geluidhinder geldende normen voor geluidsbelasting binnen woningen.

2.    De Omgevingsdienst West-Holland heeft [verzoeker] bij brief van 21 mei 2012 een overeenkomst toegezonden met betrekking tot het van overheidswege aanbrengen van de benodigde geluidwerende voorzieningen aan zijn woning. In deze brief is [verzoeker] verzocht de overeenkomst te ondertekenen en terug te sturen. Omdat [verzoeker], ook nadat hem op 20 juni 2012 een herinneringsbrief was toegezonden, niet heeft gereageerd, heeft het dagelijks bestuur hem bij het bestreden besluit medegedeeld dat aan zijn woning geen geluidwerende voorzieningen worden aangebracht.

3.    [verzoeker] kan zich er niet mee verenigen dat hij van deelname aan het gevelsaneringsproject is uitgesloten. Hij betoogt dat hij vanwege zijn gezondheidstoestand en die van zijn echtgenote en de daarmee gemoeide spanningen, er niet toe is gekomen om tijdig te reageren. Daarnaast voert [verzoeker] aan - samengevat en zakelijk weergegeven - dat van de zijde van de uitvoerder van het gevelsaneringsproject begrip voor zijn situatie is getoond en dat bij hem daarbij de indruk is gewekt dat hij er op mocht vertrouwen dat ook aan zijn woning geluidwerende voorzieningen zouden worden aangebracht.

4.    Het dagelijks bestuur heeft ter zitting toegelicht dat het gevelsaneringsproject zowel feitelijk als financieel is afgerond, zodat deelname van [verzoeker] inmiddels niet meer mogelijk is. Desgevraagd heeft het dagelijks bestuur ter zitting evenwel toegezegd met de verantwoordelijk wethouder van Katwijk in overleg te zullen treden en hem te verzoeken om te bezien of het mogelijk is alsnog van overheidswege in het aanbrengen van geluidwerende voorzieningen voor de woning van [verzoeker] te voorzien, bijvoorbeeld in de vorm van een aanvullend project. [verzoeker] heeft daarop ter zitting verklaard dat hij reeds is uitgenodigd voor een gesprek met de wethouder medio januari 2013.

Gelet hierop ziet de voorzitter, na afweging van de betrokken belangen, aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen. Daarbij gaat de voorzitter ervan uit dat het resultaat dat met het vorenbedoelde overleg kan worden bereikt een rol zal spelen bij het nemen van het besluit op het bezwaar van [verzoeker]. De voorzitter wijst er daartoe overigens op dat noch de brief van 21 mei 2012, noch de herinneringsbrief van 20 juni 2012, er blijk van geven dat overeenkomstig artikel 6.9, eerste en tweede lid, van het Besluit geluidhinder termijnen zijn gesteld voor ondertekening van de overeenkomst.

5.    Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst West-Holland van 19 september 2012, kenmerk 2012012346, tot zes weken na de bekendmaking van het besluit op bezwaar, met dien verstande dat indien binnen die termijn wordt verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening, de schorsing doorloopt totdat op dat verzoek is beslist;

II.    gelast dat het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst West-Holland aan [verzoeker] het door hem voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 156,00 (zegge: honderdzesenvijftig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. Th.G. Drupsteen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. W.G. Timmerman, ambtenaar van staat.

w.g. Drupsteen    w.g. Timmerman

voorzitter    ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 18 december 2012

431-678.