Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BY7283

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18-12-2012
Datum publicatie
27-12-2012
Zaaknummer
201208291/1/R1 en 201208291/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 25 juni 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied Noordwest [locatie] beheergebouw" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201208291/1/R1 en 201208291/2/R1.

Datum uitspraak: 18 december 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) en, met toepassing van artikel 8:86 van die wet, op het beroep, in het geding tussen:

[appellant], wonend te Enschede,

en

de raad van de gemeente Enschede,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 25 juni 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied Noordwest [locatie] beheergebouw" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

Voorts heeft [appellant] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 25 september 2012, waar [appellant], bijgestaan door mr. M. Nijkamp, advocaat te Hengelo, en de raad, vertegenwoordigd door H.M. van der Heijden, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is ter zitting als partij gehoord [belanghebbende], vertegenwoordigd door mr. E.H.M. Harbers, advocaat te Nijmegen.

Partijen hebben ter zitting toestemming gegeven onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

Na het sluiten van het onderzoek ter zitting heeft [belanghebbende] een schriftelijke uiteenzetting gegeven. Naar aanleiding hiervan heeft de voorzitter op 25 oktober 2012 het onderzoek heropend met toepassing van artikel 8:68 van de Awb om [appellant] en de raad in de gelegenheid te stellen te reageren op de schriftelijke uiteenzetting. [appellant] en de raad hebben gereageerd op de schriftelijke uiteenzetting. Met toestemming van partijen is een tweede onderzoek ter zitting achterwege gebleven waarna de voorzitter het onderzoek heeft gesloten.

Overwegingen

1.    In dit geval kan nader onderzoek redelijkerwijs niet bijdragen aan de beoordeling van de zaak en bestaat ook overigens geen beletsel om met toepassing van artikel 8:86, eerste lid, van de Awb onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

2.    Het plan maakt een beheergebouw met een maximale oppervlakte van 185 m2 en een maximale bouwhoogte van 8 m mogelijk bij het landhuis "Huis de Tol" op het perceel [locatie] (hierna: perceel).

3.    [appellant] betoogt dat de raad ten onrechte beoordeeld heeft of het voorziene beheergebouw in overeenstemming is met de Gids Buitenkans 2008, terwijl deze ten tijde van de vaststelling van het plan was vervangen door de Gids Buitenkans 2010. Dat [belanghebbende] schriftelijk te kennen is gegeven dat zijn aanvraag aan de Gids Buitenkans 2008 zou worden getoetst betekent volgens [appellant] niet dat niet aan de Gids Buitenkans 2010 hoeft te worden getoetst, omdat rekening moet worden gehouden met de belangen van derden.

3.1.    Volgens de raad heeft hij beoordeeld of het voorziene beheergebouw in overeenstemming is met de Gids Buitenkans 2008, omdat de aanvraag voor het voorziene beheergebouw werd ingediend voordat de Gids Buitenkans 2010 was vastgesteld en in werking getreden. De raad acht het redelijk om in dit soort gevallen het voorheen geldende beleid toe te passen. Volgens de raad was het de praktijk om personen die reeds een aanvraag hadden ingediend, onder wie [belanghebbende], of van wie het initiatief reeds positief was beoordeeld schriftelijk te laten weten dat hun aanvraag aan de Gids Buitenkans 2008 zou worden getoetst.

3.2.    Aan de gronden voor het voorziene beheergebouw is de functieaanduiding "specifieke vorm van groen - beheergebouw" toegekend.

Ingevolge artikel 3, lid 3.1.2, van de planregels zijn ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van groen - beheergebouw" de gronden tevens bestemd voor de instandhouding of de bouw van een beheergebouw.

Ingevolge lid 3.2.2, onder b, mag per woning ten hoogste 75 m2 aan bijgebouwen worden gebouwd, tenzij sprake is van het bepaalde onder d van dit lid.

Ingevolge lid 3.2.2, onder c, mag de oppervlakte van een beheergebouw maximaal 250 m2 bedragen, tenzij het bouw- of functieaanduidingsvlak een kleinere oppervlakte toelaat. De goothoogte mag maximaal 3,5 meter en de hoogte mag maximaal 8 meter bedragen of zoveel meer als bij recht is toegestaan.

Ingevolge lid 3.2.2, onder d, geldt in afwijking van het bepaalde onder c van dit lid in de specifieke situatie voor de functieaanduiding 'specifieke vorm van groen - beheergebouw' op het adres [locatie] een maximale oppervlakte van 185 m2, waarbinnen tevens een bijgebouw van 75 m2 als bedoeld onder lid 3.2.2, onder b, is opgenomen.

3.3.    Het oorspronkelijke landgoed , De Tol, is in 1979 gesplitst in twee delen, te weten het landhuis "Huis De Tol" met 3,5 ha grond en het resterende deel van ongeveer 33,5 ha met onder meer twee boerderijen en een koetshuis. [appellant] woont op het resterende gedeelte van het landgoed op een afstand van ongeveer 40 m van het voorziene beheergebouw. Op de gronden voor het voorziene beheergebouw staat thans een garage met een oppervlakte van ongeveer 85 m2.

[belanghebbende] heeft een aanvraag ingediend voor de herziening van het bestemmingsplan ten behoeve van het oprichten van een beheergebouw. Deze aanvraag is bij het gemeentebestuur ingekomen op 18 oktober 2010.

3.4.    In de Gids Buitenkans 2008, die op 20 mei 2008 is vastgesteld, staat dat in het buitengebied van Enschede een groot aantal landgoederen ligt en dat vrijwel alle landgoederen gerangschikt zijn onder de Natuurschoonwet 1928. De laatste jaren is volgens de Gids Buitenkans 2008 het aantal landgoederen sterk toegenomen doordat grondeigenaren hun gronden - minimaal 5 ha - onder de Natuurschoonwet 1928 brengen. In punt e. van paragraaf 4.3.6 van de Gids Buitenkans 2008 staat verder dat de totale inhoud van de nieuwe bebouwing maximaal 50% mag bedragen van de inhoud van het aanwezige hoofdgebouw. Voorts kunnen volgens punten d. en g. van paragraaf 4.3.6 van de Gids Buitenkans 2008 ten behoeve van het beheer van een landgoed gebouwen worden opgericht tot een oppervlakte van maximaal 250 m2, als daarvoor een duidelijke noodzaak bestaat, mits geen van de bestaande gebouwen op het landgoed daarvoor beschikbaar is of geschikt is te maken.

In de Gids Buitenkans 2010 staat dat de totale inhoud van de nieuwe bebouwing en/of uitbreiding van het bestaande hoofdgebouw maximaal 50% mag bedragen van de inhoud van het aanwezige hoofdgebouw. Verder kunnen volgens de Gids Buitenkans 2010 ten behoeve van het beheer van een landgoed gebouwen worden opgericht tot een oppervlakte van maximaal 100 m2 per landgoed als het landgoed een oppervlakte heeft van ten minste 10 ha en tot een oppervlakte van maximaal 250 m2 per landgoed als het een landgoed een oppervlakte heeft van ten minste 20 ha. Voorts staat in de Gids Buitenkans 2010 dat door een verzoeker dient te worden aangetoond dat een duidelijke noodzaak bestaat voor een beheergebouw en dat geen van de bestaande gebouwen op het landgoed beschikbaar is of geschikt is te maken als beheergebouw.

De Gids Buitenkans 2010 is op 18 oktober 2010 door de raad vastgesteld en in februari 2011 bekendgemaakt. In de Gids Buitenkans 2010 is geen overgangsregeling opgenomen.

3.5.    In een brief van 11 maart 2011 van het gemeentebestuur aan [belanghebbende] staat dat het verzoek van [belanghebbende] om het bestemmingsplan te herzien op 18 oktober 2010 is ontvangen. Volgens de brief zijn er tot nu toe geen redenen om een positief advies aan de gemeenteraad te onthouden.

In een brief van 8 april 2011 van het gemeentebestuur aan [belanghebbende] met het onderwerp "Wijziging beleid beheersgebouwen (standaardbrief)" staat dat wanneer een initiatief positief is beoordeeld door het Loket Buitengebied de initiatiefnemer in gelegenheid wordt gesteld om binnen drie maanden na de verzending van de brief onder de oorspronkelijke regels zijn bouwplan in te dienen. Voorts staat in deze brief dat wanneer reeds een aanvraag tot herziening van het bestemmingsplan is ingediend de wijziging van het beleid geen gevolgen heeft op het ingediende bouwplan.

3.6.    De voorzitter overweegt dat als uitgangspunt geldt dat ten tijde van het nemen van een besluit rekening moet worden gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden zoals die zich op dat moment voordoen en dat het recht moet worden toegepast zoals dat op dat moment geldt. Dit geldt eveneens voor beleidsregels zoals de regeling omtrent beheergebouwen in de Gids Buitenkans 2008 en 2010. In bijzondere gevallen kan hiervan worden afgeweken. De voorzitter is van oordeel dat de raad in dit geval kon afwijken van de regel dat moet worden getoetst aan het beleid dat gold ten tijde van het nemen van een besluit. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat [belanghebbende] schriftelijk is meegedeeld dat de wijziging van het beleid geen gevolgen heeft voor aanvragen die zijn ingediend toen de Gids Buitenkans 2008 nog gold. In de brief van 11 maart 2011 staat dat de aanvraag van [belanghebbende] op 18 oktober 2010 is ontvangen. [belanghebbende] heeft zijn aanvraag dus ingediend voor de inwerkingtreding van de Gids Buitenkans 2010. Voorts was het de praktijk om personen die reeds een aanvraag hadden ingediend en personen van wie het initiatief reeds positief was beoordeeld door het Loket Buitengebied schriftelijk te laten weten dat hun aanvraag aan de Gids Buitenkans 2008 zou worden getoetst. In de brief van 8 april 2011 staat immers dat het een standaardbrief betreft. De voorzitter acht deze praktijk uit het oogpunt van rechtszekerheid voor aanvragers en initiatiefnemers aanvaardbaar.

4.    [appellant] betoogt voorts dat het voorziene beheergebouw in strijd is met de Gids Buitenkans 2008, omdat het perceel niet de vereiste oppervlakte van 5 ha voor een beheergebouw heeft en omdat de noodzaak voor het voorziene beheergebouw niet is aangetoond. [appellant] betwist dat [belanghebbende] een tuinman in vaste dienst heeft en dat vanwege de arbeidsomstandighedenregelgeving een douche en toilet nodig zijn voor de tuinman. Ook is volgens [appellant] het voorziene beheergebouw in strijd met de Gids Buitenkans 2008, omdat het voorziene beheergebouw de totale inhoud van de nieuwe bebouwing die volgens de Gids Buitenkans 2008 is toegestaan overschrijdt. Verder voert [appellant] aan dat zijn uitzicht ernstig wordt aangetast als gevolg van de maximale bouwhoogte en oppervlakte voor het voorziene beheergebouw.

4.1.    Volgens de raad is het voorziene beheergebouw wat betreft de vereiste oppervlakte van een landgoed in strijd met de Gids Buitenkans 2008, maar is hij daarvan afgeweken omdat het een bijzondere situatie betreft en het hier gaat om maatwerk. Verder is volgens de raad het onderhoud van het perceel vanwege het parkachtige karakter zeer arbeidsintensief en is de maximale oppervlakte van 185 m2 voor het voorziene beheergebouw kleiner dan de maximale oppervlakte van 250 m2 die volgens de Gids Buitenkans 2008 is toegestaan voor een beheergebouw.

4.2.    De voorzitter ziet geen aanleiding voor het oordeel dat het voorziene beheergebouw niet in overeenstemming is met de Gids Buitenkans 2008 wat betreft het vereiste dat een beheergebouw noodzakelijk dient te zijn. De raad heeft zich naar het oordeel van de voorzitter in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het voorziene beheergebouw noodzakelijk is. Gelet op het parkachtige karakter van het perceel is aannemelijk gemaakt dat het onderhoud van het perceel arbeidsintensief is. Verder heeft [belanghebbende] ter zitting toegelicht dat het materieel voor het onderhoud van het perceel thans gedeeltelijk buiten wordt opgeslagen. Gelet hierop en mede gelet op de ter zitting door [belanghebbende] getoonde bouwtekeningen is aannemelijk gemaakt dat ten behoeve van het onderhoud van het perceel niet met de oppervlakte van de bestaande garage kan worden volstaan.

Voorts is de mogelijkheid van een beheergebouw naar het oordeel van de voorzitter een extra mogelijkheid bovenop de mogelijkheid om nieuwe bebouwing op te richten met een inhoud van niet meer dan 50% van het hoofdgebouw. Indien het vereiste dat de totale inhoud van nieuwe bebouwing niet meer mag bedragen dan 50% van het hoofdgebouw ook van toepassing zou zijn op de mogelijkheid van een beheergebouw, zou het stellen van een apart vereiste aan de grootte van een beheergebouw niet nodig zijn. Voorts wordt de mogelijkheid van een beheergebouw in de Gids Buitenkans 2008 weliswaar eerder genoemd dan het vereiste dat de totale inhoud van de nieuwe bebouwing niet meer dan 50% van het hoofdgebouw mag bedragen, maar de mogelijkheid van een beheergebouw wordt tevens na dit vereiste vermeld.

4.3.    De voorzitter overweegt dat volgens de Gids Buitenkans 2008 een beheergebouw alleen is toegestaan op een landgoed met een oppervlakte van ten minste 5 ha. Het perceel heeft niet deze oppervlakte. In de Gids Buitenkans 2008 is als uitgangspunt genomen dat vrijwel alle landgoederen in Enschede onder de Natuurschoonwet 1928 zijn gerangschikt en dat landgoederen die onder de Natuurschoonwet 1928 zijn gerangschikt een oppervlakte hebben van ten minste 5 ha. Ter zitting is evenwel naar voren gekomen dat het perceel op grond van een speciale beschikking van 7 mei 2009 onder de Natuurschoonwet 1928 is gerangschikt ondanks dat het een kleinere oppervlakte dan 5 ha heeft. De raad heeft in deze omstandigheid in redelijkheid aanleiding kunnen zien om af te wijken van de Gids Buitenkans 2008.

4.4.    De raad heeft voorts in redelijkheid de toegestane oppervlakte en bouwhoogte voor het voorziene beheergebouw aanvaardbaar kunnen achten Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de toegestane oppervlakte van 185 m2 voor het voorziene beheergebouw kleiner is dan de maximale oppervlakte van 250 m2 die volgens de Gids Buitenkans 2008 is toegestaan voor een beheergebouw. Voorts is ingevolge de planregels de toegestane oppervlakte voor bijgebouwen opgenomen in de toegestane oppervlakte voor het voorziene beheergebouw. Gelet op de afstand van ongeveer 40 m van de woning van [appellant] tot het voorziene beheergebouw en de maximale bouw- en goothoogte van 8 m onderscheidenlijk 3,5 m, is de voorzitter voorts van oordeel dat het bouwvolume van het voorziene beheergebouw niet zodanig groot zal zijn dat de raad ervan uit had moeten gaan dat het uitzicht van [appellant] ernstig zal worden aangetast.

5.    In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd ziet de voorzitter geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan in zoverre strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Het beroep is ongegrond.

6.    Gelet op het voorgaande bestaat aanleiding het verzoek af te wijzen.

7.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I.    verklaart het beroep ongegrond;

II.    wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. N.S.J. Koeman, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. B.C. Bošnjaković, ambtenaar van staat.

w.g. Koeman    w.g. Bosnjakovic

voorzitter    ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 18 december 2012

410-703.