Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BY6702

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
19-12-2012
Datum publicatie
19-12-2012
Zaaknummer
201204784/1/A1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 8 juni 2010 heeft het college aan [vergunninghouder] een bouwvergunning verleend voor het gedeeltelijk veranderen van de kerk aan [locatie] te [plaats] (hierna: het perceel) in een appartementenvilla, bestaande uit drie appartementen en een parkeergarage.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201204784/1/A1.

Datum uitspraak: 19 december 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats], gemeente Ouder-Amstel,

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 30 maart 2012 in zaak nr. 11/4997 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Ouder-Amstel.

Procesverloop

Bij besluit van 8 juni 2010 heeft het college aan [vergunninghouder] een bouwvergunning verleend voor het gedeeltelijk veranderen van de kerk aan [locatie] te [plaats] (hierna: het perceel) in een appartementenvilla, bestaande uit drie appartementen en een parkeergarage.

Bij besluit van 30 augustus 2011 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard, voor zover het bezwaar betrekking heeft op de strijdigheid met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Voorts is bij besluit van gelijke datum een projectbesluit genomen om de strijdigheid met het bestemmingsplan op te heffen.

Bij uitspraak van 30 maart 2012 heeft de rechtbank het door [appellant] tegen de besluiten van 30 augustus 2011 ingestelde beroep gegrond verklaard en die besluiten vernietigd. Daarnaast heeft de rechtbank het bezwaarschrift tegen het besluit van 8 juni 2010 niet-ontvankelijk verklaard en bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van de besluiten van 30 augustus 2011. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft [vergunninghouder] een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 6 december 2012, waar [appellant], en het college, vertegenwoordigd door mr. A.C.J. van Gils en E.J. van den Kerkhoff, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [vergunninghouder], vertegenwoordigd door mr. G.H.J. Heutink, advocaat te Amsterdam, gehoord.

Overwegingen

1.    [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat hij een persoonlijk, rechtstreeks belang heeft bij het besluit van 8 juni 2010 en het besluit van 30 augustus 2011, waarbij het college een projectbesluit heeft genomen.

1.1.    Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

1.2.    Om als belanghebbende in de zin van de Awb te kunnen worden aangemerkt, dient een natuurlijke persoon volgens vaste jurisprudentie een voldoende objectief bepaalbaar, eigen, persoonlijk belang te hebben dat hem in voldoende mate onderscheidt van anderen en dat rechtstreeks wordt geraakt door het bestreden besluit.

De afstand tussen het perceel [locatie a], waar [appellant] kantoor houdt, en het perceel bedraagt tussen de 158 m en 173 m. De rechtbank heeft deze afstand terecht te groot geacht om om die reden een rechtstreeks bij het besluit van 8 juni 2010 betrokken belang aan te nemen.

Tussen het perceel en [locatie a] bevinden zich de openbare weg, de Brugstraat en meer percelen met daarop begroeiing en bomen, gelegen aan de Dorpsstraat en het Hoger Einde-Zuid. Vanuit het pand [locatie a] is geen zicht op de locatie waarop het bouwplan wordt gerealiseerd. Slechts vanuit het meest westelijke gedeelte van de tuin, aan de rand van het water, bestaat zicht op een gedeelte van het perceel. De rechtbank heeft ook hierin terecht geen grond gezien om aan te nemen dat [appellant] een rechtstreeks belang heeft bij het besluit van 8 juni 2010.

Anders dan [appellant] aanvoert heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat het bouwplan niet een zodanige ruimtelijke uitstraling heeft dat hij op grond daarvan toch als belanghebbende moet worden aangemerkt. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de karakteristieke kerktoren met zadeldak behouden blijft.

Voor zover [appellant] stelt dat zijn positie als kantoorhouder op [locatie a], welk pand eigendom is van zijn moeder, meebrengt dat hij als belanghebbende moet worden aangemerkt, is van belang dat [appellant] geen eigenaar, bewoner of anderszins zakelijk of persoonlijk gerechtigde is van een perceel dat grenst aan het perceel waarop de kerk zich bevindt.

Het door [appellant] gestelde belang bij de bescherming van de als beschermd dorpsgezicht aangewezen kern "Ouderkerk aan de Amstel", is niet aan te merken als een individueel belang van [appellant] waarin hij zich van anderen die zich dit algemeen belang aantrekken onderscheidt. Een louter subjectief gevoel van betrokkenheid bij een besluit, hoe sterk dat gevoel ook is, is niet voldoende om aan te nemen dat [appellant] als belanghebbende kan worden aangemerkt.

De rechtbank heeft terecht overwogen dat de omstandigheid dat [appellant] eerder door de Afdeling wel als belanghebbende is aangemerkt bij een besluit inzake de vaststelling van het ter plaatse geldende bestemmingsplan niet slaagt, nu deze procedure zag op een besluit met een andere strekking en rechtsgevolg. Dat in die uitspraak is geoordeeld dat [appellant] een feitelijk belang had nu hij zijn bedrijf in het plangebied exploiteert, brengt niet mee dat [appellant] in dit geval ook belanghebbende is bij de bouwvergunning en het projectbesluit.

De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat [appellant] geen persoonlijk, rechtstreeks belang heeft bij het besluit van 8 juni 2010 en het besluit van 30 augustus 2011, waarbij het college een projectbesluit heeft genomen.

Het betoog faalt.

2.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Fransen, ambtenaar van staat.

w.g. Bijloos    w.g. Fransen

lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 19 december 2012

407-776.