Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BY5919

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-12-2012
Datum publicatie
12-12-2012
Zaaknummer
201210025/2/A1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

et hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 12 september 2012 van de rechtbank, waarbij de rechtbank de beroepen van [verzoeker sub 1] en de vereniging gegrond heeft verklaard, de besluiten op bezwaar van 20 juli 2011 en 31 mei 2012 heeft vernietigd, de besluiten van 14 december 2010 en 30 mei 2011 heeft herroepen en de aanvraag om bouwvergunning voor de realisering van twee bunkers en een verkoopruimte ten behoeve van de opslag en verkoop van vuurwerk op het perceel [locatie] te Apeldoorn (hierna: het perceel) van Groenrijk Malkenschoten heeft geweigerd. Groenrijk Malkenschoten heeft de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201210025/2/A1.

Datum uitspraak: 4 december 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

de commanditaire vennootschap Groenrijk Malkenschoten C.V., gevestigd te Apeldoorn,

verzoekster,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen (hierna: de rechtbank) van 12 september 2012 in zaken nrs. 11/1186 en 12/1004 in het geding tussen:

[verzoeker sub 1]

de vereniging "Wijkraad-Zuid"

en

het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn.

Openbare zitting gehouden op 4 december 2012 om 10:30 uur.

Tegenwoordig:

Staatsraad mr. H. Troostwijk    voorzitter (vz.)

ambtenaar van staat: mr. M. Kos

Verschenen:

Groenrijk Malkenschoten vertegenwoordigd door mr. G.N. Sloote en [directeur];

het college, vertegenwoordigd door mr. drs. W.M. van de Zwedde en

G.L. ter Brugge, beiden werkzaam bij de gemeente;

[verzoeker sub 1], bijgestaan door mr. J.T.A.M. van Mierlo, advocaat te Zwolle.

Procesverloop

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 12 september 2012 van de rechtbank, waarbij de rechtbank de beroepen van [verzoeker sub 1] en de vereniging gegrond heeft verklaard, de besluiten op bezwaar van 20 juli 2011 en 31 mei 2012 heeft vernietigd, de besluiten van 14 december 2010 en 30 mei 2011 heeft herroepen en de aanvraag om bouwvergunning voor de realisering van twee bunkers en een verkoopruimte ten behoeve van de opslag en verkoop van vuurwerk op het perceel [locatie] te Apeldoorn (hierna: het perceel) van Groenrijk Malkenschoten heeft geweigerd. Groenrijk Malkenschoten heeft de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter

I.    schorst bij wijze van voorlopige voorziening de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 12 september 2012 in zaken nrs. 11/1186 en 12/1004;

II.    gelast dat de secretaris van de Raad van State aan de commanditaire vennootschap Groenrijk Malkenschoten C.V. het voor de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening betaalde griffierecht ten bedrage van € 466,00 (zegge: vierhonderdzesenzestig euro) vergoedt.

Daartoe overweegt zij het volgende.

De rechtbank heeft overwogen dat het college ten onrechte, gelet op de "Regeling tuincentra in bestemmingsplannen", ontheffing en bouwvergunning heeft verleend. De "Regeling tuincentra in bestemmingsplannen" is naar voorlopig oordeel echter niet zodanig geformuleerd dat daaruit moet worden afgeleid dat verkoop en opslag van vuurwerk in tuincentra verboden is. Bovendien heeft het college eerdere en andere aanvragen voor de verkoop en opslag van vuurwerk in tuincentra gehonoreerd onder de gelding van deze regeling, hetgeen er op duidt dat het college meent dat de regeling niet aan de opslag en verkoop van vuurwerk in tuincentra in de weg staat.

Gelet op het voorgaande valt niet op voorhand uit te sluiten dat de aangevallen uitspraak in hoger beroep niet, althans niet onverkort, in stand zal blijven en bestaat, gelet op de belangen van Groenrijk Malkenschoten, aanleiding voor het treffen van voormelde voorlopige voorziening.

Redelijke toepassing van artikel 54, eerste lid, van de Wet op de Raad van State brengt met zich dat het voor de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening betaalde griffierecht door de secretaris van de Raad van State aan Groenrijk Malkenschoten wordt terugbetaald.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

De voorzitter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

w.g. Kos

ambtenaar van staat

580.