Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BY5908

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
12-12-2012
Datum publicatie
12-12-2012
Zaaknummer
201105075/1/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 1 maart 2011 heeft het college voor een aantal geluidgevoelige gebouwen hogere waarden vastgesteld als bedoeld in artikel 83 en artikel 85 van de Wet geluidhinder (hierna: Wgh) voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege wegverkeer op de aan te leggen tweede fase van de Kersenbaan te Amersfoort.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201105075/1/R4.

Datum uitspraak: 12 december 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1.    [appellant sub 1], wonend te Amersfoort,

2.    [appellant sub 2] en anderen, wonend te Amersfoort,

3.    [appellant sub 3A] en [appellant sub 3B], wonend te Amersfoort,

4.    stichting Stichting Beweging 3.0, gevestigd te Amersfoort,

appellanten,

en

het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 1 maart 2011 heeft het college voor een aantal geluidgevoelige gebouwen hogere waarden vastgesteld als bedoeld in artikel 83 en artikel 85 van de Wet geluidhinder (hierna: Wgh) voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege wegverkeer op de aan te leggen tweede fase van de Kersenbaan te Amersfoort.

Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1], [appellant sub 2] en anderen, [appellanten sub 3] en Beweging 3.0 beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening heeft desverzocht een deskundigenbericht uitgebracht.

Het college, [appellant sub 2] en anderen en Beweging 3.0 hebben hun zienswijze daarop naar voren gebracht.

Bij besluit van 8 november 2011 heeft het college het besluit van 1 maart 2011 gedeeltelijk ingetrokken en voor een aantal geluidgevoelige gebouwen opnieuw hogere waarden vastgesteld voor de op grond van de Wgh ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege wegverkeer op de aan te leggen Kersenbaan te Amersfoort.

Het college, [appellant sub 2] en anderen en Beweging 3.0 hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 mei 2012, waar [appellant sub 1], [appellant sub 2] en anderen, bijgestaan door mr. drs. G.H. van der Waaij, advocaat te Leusden, vergezeld door ing. L.F.M. Lemmers, Beweging 3.0, vertegenwoordigd door E.M. Kipp, werkzaam bij Beweging 3.0, bijgestaan door mr. L. Haver Droeze, en het college, vertegenwoordigd door mr. J.C. Ellerman, advocaat te Amsterdam, vergezeld door ing. B.H. Willighagen, mr. ing. J. den Boeft en ing. P.A.B. Reffeltrath, zijn verschenen.

Overwegingen

Nieuw besluit

1.        Ingevolge artikel 6:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) brengt het aanhangig zijn van bezwaar of beroep tegen een besluit geen verandering in een los van het bezwaar of beroep reeds bestaande bevoegdheid tot intrekking of wijziging van dat besluit.

Ingevolge artikel 6:19, eerste lid, wordt, indien een bestuursorgaan een besluit heeft genomen als bedoeld in artikel 6:18, het bezwaar of beroep geacht mede te zijn gericht tegen het nieuwe besluit, tenzij dat besluit aan het bezwaar of beroep geheel tegemoet komt.

1.1.    Het besluit van 8 november 2011 is vastgesteld met toepassing van artikel 6:18, eerste lid, van de Awb. Ingevolge artikel 6:19, eerste lid, van de Awb worden de tegen het besluit van 1 maart 2011 ingestelde beroepen geacht mede te zijn gericht tegen het besluit van 8 november 2011.

Het beroep van [appellant sub 1]

2.    [appellant sub 1] betoogt dat geen geluidwaarde bekend is voor zijn woning aan de [locatie 1] op een hoogte van 1,7 m en vermoedt dat op die hoogte sprake is van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde.

2.1.    De resultaten van het verrichte akoestisch onderzoek zijn onder meer vervat in het rapport "Kersenbaan te Amersfoort: Akoestisch onderzoek wegverkeer" (LBP Sight, 26 augustus 2010). Blijkens dit rapport zijn voor het perceel [locatie 1] de geluidwaarden berekend op 1,7 m en op 4,5 m. Op een hoogte van 1,7 m is geconstateerd dat geen overschrijding van de voorkeursgrenswaarde optreedt. [appellant sub 1] heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit onjuist is.

3.    Het beroep van [appellant sub 1] is ongegrond.

Het beroep van [appellanten sub 3]

4.    [appellanten sub 3] betogen dat ten onrechte niet is onderzocht wat de geluidsbelasting na realisering van de Kersenbaan op hun woning aan de [locatie 2] zal zijn, nu de ligging van de woningen waarvoor wel onderzoek is verricht niet vergelijkbaar is met de ligging van hun woning. [appellanten sub 3] betogen dat niet is uitgesloten dat de maximale grenswaarden worden overschreden zodat plaatsing van geluidschermen is aangewezen. Volgens [appellanten sub 3] is ten onrechte geen rekening gehouden met cumulatieve geluidsbelasting en is bij de berekeningen ten onrechte uitgegaan van het gebruik van stil asfalt. Voorts voeren zij aan dat ten onrechte geen rekening is gehouden met het optrekken en afremmen van het verkeer nabij de kruising van de Arnhemseweg/Kersenbaan met de Smaragdweg.

4.1.    Volgens het college ziet het uitgevoerde akoestisch onderzoek op de geluidsgevoelige bestemmingen waar mogelijk een overschrijding van grenswaarden zou kunnen optreden. Bij niet onderzochte geluidsgevoelige bestemmingen kan redelijkerwijs geen sprake zijn van een overschrijding van grenswaarden, hetgeen ook geldt voor de woningen aan de Zandbergenlaan 8, 10, 16 en 18, aldus het college. Om iedere twijfel over een mogelijke overschrijding van grenswaarden ter plaatse van deze woningen weg te nemen, zijn niettemin aanvullende geluidsberekeningen uitgevoerd en ook hieruit blijkt dat bij deze woningen geen sprake is van grenswaardenoverschrijding, aldus het college.

4.2.    Ingevolge artikel 100, eerste lid, van de Wet geluidhinder, is, behoudens het tweede en derde lid, de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege een te reconstrueren weg, van de gevel van woningen binnen de zone 48 dB.

Ingevolge artikel 1 van de Wet geluidhinder wordt onder reconstructie van een weg verstaan: een of meer wijzigingen op of aan een aanwezige weg ten gevolge waarvan uit akoestisch onderzoek als bedoeld in artikel 77, eerste lid, onder a, en artikel 77, derde lid, blijkt dat de berekende geluidsbelasting vanwege de weg in het toekomstig maatgevende jaar zonder het treffen van maatregelen ten opzichte van de geluidsbelasting die op grond van artikel 100 dan wel het bepaalde krachtens artikel 100b, aanhef en onder a, als de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting geldt met 2 dB of meer wordt verhoogd.

4.3.    In verband met het bestreden besluit is onder meer voornoemd rapport van LBP Sight van 26 augustus 2010 opgesteld. Volgens dit rapport is wat betreft de woningen aan de Zandbergenlaan 2 en 4 geen sprake van een reconstructie omdat geen sprake is van een geluidstoename van meer dan 1,5 dB. Volgens de notitie van LBP Sight over de beoordeling van de geluidssituatie bij de Zandbergenlaan 8-18 van 1 augustus 2011 is de beslissing om bepaalde woningen niet in het akoestische onderzoek op te nemen, genomen op basis van indicatieve berekeningen. Om duidelijkheid te bieden over de juistheid van deze beslissing is aanvullend onderzoek verricht. Volgens de notitie is de geluidstoename ter plaatse van de nader onderzochte woningen minder dan 1,5 dB en is de beslissing om deze woningen niet in de rapportage op te nemen daarom juist geweest.

4.4.    Volgens het deskundigenbericht blijkt uit het rekenmodel voor de geluidsberekeningen dat zowel de Ponlijn als de rijksweg A28 zijn meegenomen in de berekeningen van de gecumuleerde geluidsbelasting. De Bosweg is niet meegenomen in deze berekeningen, maar de invloed van de Bosweg op de gecumuleerde geluidsbelasting is volgens het deskundigenbericht verwaarloosbaar aangezien de Bosweg ten noorden van de woningen aan de Zandbergenlaan ligt en de noordgevels van deze woningen belast, terwijl de oost- en zuidzijde van de gevels door de Arnhemseweg en Kersenbaan het meest worden belast.

Volgens het deskundigenbericht is bij de akoestische berekeningen niet uitgegaan van stil asfalt in de bocht van de Kersenbaan ter hoogte van de woningen aan de Zandbergenlaan. In het deskundigenbericht staat voorts dat in het akoestisch onderzoek rekening gehouden is met de optrektoeslag voor de kruising Arnhemseweg/Kersenbaan met de Smaragdweg.

[appellanten sub 3] hebben niet aannemelijk gemaakt dat, in weerwil van hetgeen naar aanleiding van hun bezwaren tegen het akoestische onderzoek, in het deskundigenbericht over dit onderzoek is vermeld, aan dat onderzoek dusdanige gebreken kleven dat het college zich niet in redelijkheid op basis van de uitkomsten van dit onderzoek heeft kunnen baseren. Het aangevoerde geeft geen aanleiding voor het oordeel dat het college zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat ter plaatse van de woning van [appellanten sub 3] geen sprake is van een te reconstrueren weg.

5.    Voor zover de bezwaren van [appellanten sub 3] zien op het bestemmingsplan dat is vastgesteld ten behoeve van de aanleg van de Kersenbaan, zijn die bezwaren besproken in de uitspraak van de Afdeling van heden, nr. 201104973/1/R4.

6.    Het beroep van [appellanten sub 3] is ongegrond.

Het beroep van [appellant sub 2] en anderen

Ontvankelijkheid

7.    Volgens het college is het beroep van [appellant sub 2] en anderen gedeeltelijk niet-ontvankelijk omdat het mede ziet op andere woningen dan die van hen.

7.1.    Het bestreden besluit is een noodzakelijke voorwaarde om de aanleg van de Kersenbaan te realiseren. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 27 mei 2009 in zaak nr. 200805817/1/M2) zijn bij een dergelijk besluit rechtstreeks de belangen betrokken van iedere persoon die door de realisering van de voorgenomen activiteit, in dit geval de aanleg van de Kersenbaan, rechtstreeks in zijn belangen wordt geraakt. In dit verband is van belang dat [appellant sub 2] en anderen wonen in de nabijheid van het voorziene tracé voor de Kersenbaan.

Gelet hierop kan het betoog van het college niet worden gevolgd.

8.    Ambtshalve overweegt de Afdeling als volgt over de ontvankelijkheid van het beroep.

8.1.    Ingevolge artikel 6:19, derde lid, van de Awb staat intrekking van het bestreden besluit niet in de weg aan vernietiging daarvan indien de indiener van het beroepschrift daarbij belang heeft.

8.2.    Het beroep van [appellant sub 2] en anderen is deels gericht tegen delen van het besluit van het college 1 maart 2011 die zijn ingetrokken bij het besluit van het college van 8 november 2011. Niet gebleken is dat [appellant sub 2] en anderen in zoverre nog belang hebben bij een beoordeling van hun beroep. Het beroep dient in zoverre niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Inhoudelijke bezwaren

9.    [appellant sub 2] en anderen betogen dat de voorziene noodontsluiting niet is meegenomen in de geluidsberekeningen.

9.1.    Over dit bezwaar staat in het deskundigenbericht dat de bedoeling is dat het laatste deel van de Arnhemseweg wordt afgesloten voor doorgaand verkeer met uitzondering van fietsers, waarbij de afsluiting wordt gerealiseerd met behulp van paaltjes in het wegdek die automatisch omlaag kunnen, bijvoorbeeld ten behoeve van de brandweer. In geval van calamiteiten op de Kersenbaan kunnen hulpdiensten gebruik maken van de noodaansluiting, en via de Arnhemseweg en een rotonde de toerit naar de Kersenbaan bereiken, zo is in het deskundigenbericht vermeld. Gelet hierop staat volgens het deskundigenbericht vast dat het gebruik van de noodaansluiting een sterk incidenteel karakter zal hebben, waardoor de geluidsbelasting voor de woningen langs de Arnhemseweg vanwege het gebruik van de noodaansluiting beperkt blijft. Hetgeen [appellant sub 2] en anderen hebben aangevoerd geeft geen aanleiding voor het oordeel dat de noodontsluitingsweg niettemin ten onrechte niet is betrokken bij de geluidsberekeningen.

10.    [appellant sub 2] en anderen voeren aan dat de voorziene verkeersintensiteit op de rotonde Roethof is onderschat omdat van een verkeerde aanlegvariant is uitgegaan.

10.1.    Over dit bezwaar vermeldt het deskundigenbericht dat dit een misverstand betreft omdat in de raadsvergadering waarin is besloten tot vaststelling van het bestemmingsplan dat de aanleg van de Kersenbaan mogelijk maakt, een aantal amendementen is aangenomen ten aanzien van de aan de raad voorgelegde voorkeursvariant. Volgens het deskundigenbericht hebben deze amendementen tot gevolg dat sprake is van een variant met een lagere verkeersbelasting, dan waarvan in het akoestisch onderzoek is uitgegaan. Gelet hierop bestaat volgens het deskundigenbericht geen aanleiding om te veronderstellen dat van de door [appellant sub 2] en anderen genoemde verkeersintensiteit ter plaatse had moeten worden uitgegaan. [appellant sub 2] en anderen hebben niet aannemelijk gemaakt dat het deskundigenbericht op dit punt onjuist is.

11.    Over het betoog van [appellant sub 2] en anderen dat de geluidsbelasting op omliggende woningen op een hoogte van 7,5 m in plaats van 7,2 m had moeten worden berekend, staat in het deskundigenbericht dat de gehanteerde hoogte van 7,2 m voor de tweede verdieping geen onrealistische aanname is. [appellant sub 2] en anderen hebben niet aannemelijk gemaakt dat het college niettemin niet in redelijkheid van een hoogte van 7,2 m heeft kunnen uitgaan.

12.    Over het bezwaar van [appellant sub 2] en anderen dat niet is gebleken of op alle kruispunten rekening is gehouden met de zogenoemde kruispunttoeslag, in verband met optrekkend en afremmend verkeer, staat in het deskundigenbericht dat na raadpleging van het rekenmodel is gebleken dat voor alle relevante kruispunten rekening is gehouden met een kruispunttoeslag. [appellant sub 2] en anderen hebben niet aannemelijk gemaakt dat dit onjuist is.

13.    Over het bezwaar van [appellant sub 2] en anderen dat de geluidabsorberende werking van de bodem is overschat en dat daarom bij het akoestisch onderzoek niet van een bodemfactor van 0,9, maar van 0,8 had moeten worden uitgegaan, vermeldt het deskundigenbericht dat de bodem, gezien het overwegend groene karakter van de woonomgeving, als overwegend zacht moet worden beschouwd en dat, nu alle relevante akoestisch harde bodemgebieden afzonderlijk zijn gemodelleerd, een algemene bodemfactor van 0,9 in deze situatie een realistische aanname wordt geacht. [appellant sub 2] en anderen hebben niet aannemelijk gemaakt dat dit onjuist is.

14.    [appellant sub 2] en anderen voeren aan dat in het akoestisch onderzoek ervan is uitgegaan dat het hoogteverschil in de voorziene tunnel niet meer dan 6 m zal bedragen, terwijl het bestemmingsplan dat ziet op het voorziene tracé van de Kersenbaan niet uitsluit dat dit hoogteverschil meer bedraagt. In reactie hierop heeft het college toegelicht dat een diepere tunnel naar verwachting tot een grotere afschermende werking van de geluidschermen langs de tunnel zal leiden omdat de afstand van de bodem van de tunnel tot de bovenrand van de geluidschermen daarmee wordt vergroot. [appellant sub 2] en anderen hebben niet aannemelijk gemaakt dat bij een diepere tunnel niettemin voor een grotere geluidsbelasting op de omliggende woningen moet worden gevreesd dan waarvan bij het akoestisch onderzoek is uitgegaan.

15.    [appellant sub 2] en anderen voeren aan dat de daadwerkelijke aanleg van de Kersenbaan later is voorzien dan waarvan is uitgegaan in de geluidonderzoeken die aan het plan ten grondslag liggen, waardoor de onderzoeksresultaten niet meer kloppen.

15.1.    Over het bezwaar dat het realisatiejaar van de Kersenbaan opschuift en daarmee de geluidsbelasting toeneemt, staat in het deskundigenbericht dat het standpunt van het college dat de verschuiving van de aanleg van 2012 naar medio 2013, uitgaande van een groei van het verkeer van 1-2% per jaar, leidt tot een zeer beperkte toename van de geluidsbelasting van 0,06 dB, op zichzelf juist is. Ook wanneer de Kersenbaan pas (volledig) in 2014 in gebruik zal worden genomen, zal de geluidsbelasting slechts beperkt toenemen ten opzichte van de door LBP-Sight berekende waarden. Uitgaande van een groei van 2% per jaar zal de toename volgens het deskundigenbericht 0,2 dB bedragen, welke toename volgens het deskundigenbericht nog steeds marginaal is. Voor zover [appellant sub 2] en anderen hebben betoogd dat een toename van 0,2 dB wel van belang is bij het Burgemeester Van Randwijckhuis omdat een zodanige toename leidt tot overschrijding van de grenswaarde, kan dit betoog niet kan worden gevolgd omdat het, zoals het college heeft toegelicht, een toename van 0,08 dB-0,17 dB betreft en een zodanige toename niet leidt tot een overschrijding.

[appellant sub 2] en anderen hebben niet aannemelijk gemaakt dat de vertraagde aanleg van de Kersenbaan niettemin leidt tot significant andere onderzoeksresultaten.

16.    Voor zover [appellant sub 2] en anderen betogen dat de bij het akoestisch onderzoek gebruikte verkeersgegevens onjuist zijn, is van belang dat in het deskundigenbericht wordt geconcludeerd dat de gehanteerde verkeersgegevens in het algemeen aannemelijk lijken, maar dat wel te verwachten is dat, vanwege de gewijzigde functie van de Kersenbaan, er procentueel gezien meer vrachtverkeer op de Kersenbaan zal rijden dan nu in de geluidsberekeningen is aangehouden op basis van de telgegevens uit 2006. Volgens het deskundigenbericht zal een hoger percentage vrachtverkeer in het algemeen ook leiden tot een hogere geluidsbelasting.

16.1.    Wat betreft de gestelde onderschatting van het aantal passerende vrachtwagens heeft het college zich op het standpunt gesteld dat de gehanteerde verkeerstellingen zijn uitgevoerd met luchtstangen en mechanische meetapparatuur, welke methodiek een goed hanteerbare, zij het globale, verdeling van het verkeer oplevert. Met deze methodiek is het echter niet goed mogelijk om exact te classificeren op basis van de ingevolge het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder te hanteren indeling, waarvoor alleen visuele waarnemingen geschikt zijn. Volgens door het bureau Meetel op 6, 13 en 14 december 2011 uitgevoerde visuele tellingen bedraagt het percentage vrachtverkeer over een gemiddelde werkdag 1,5%, terwijl uit de mechanische metingen een percentage van 4,8% naar voren komt. Volgens het college wordt dit verschil veroorzaakt door de gehanteerde meetmethodiek omdat bij een mechanische telling bestelwagens, dicht op elkaar rijdende personenauto's en personenauto's met aanhangers meestal worden ingedeeld in de categorie middelzware motorvoertuigen, terwijl het voor het geluidsonderzoek lichte motorvoertuigen betreft. Ook door Rijkswaterstaat in 2008 uitgevoerde visuele metingen laten een lager percentage aan vrachtverkeer zien dan de mechanische metingen die ten grondslag liggen aan de geluidsberekeningen, namelijk 3% onderscheidenlijk 5,4%, aldus het college.

Volgens het college blijkt uit de vergelijking tussen de mechanische tellingen en de visuele tellingen dat het werkelijke percentage vrachtverkeer duidelijk lager ligt dan is aangenomen in het kader van de geluidsberekeningen. Het betreft een dermate ruime marge dat een eventuele toekomstige wijziging in de samenstelling van het verkeer volgens het college niet betekent dat niet van het geluidsonderzoek kan worden uitgegaan.

16.2.    Naar het oordeel van de Afdeling heeft het college met de door hem gegeven toelichting aannemelijk gemaakt dat de bij de geluidsberekeningen gehanteerde mechanische meetmethodiek een aanmerkelijke overschatting oplevert van het werkelijke percentage vrachtverkeer. Gelet hierop geeft de in het deskundigenbericht genoemde omstandigheid dat te verwachten is dat procentueel gezien meer vrachtverkeer op de Kersenbaan zal rijden dan is aangenomen geen aanleiding voor het oordeel dat sprake is van een dusdanig gebrek dat het college zich bij zijn besluitvorming niet in redelijkheid op de resultaten van het geluidsonderzoek heeft kunnen baseren. [appellant sub 2] en anderen hebben niet aannemelijk gemaakt dat dit standpunt onjuist is.

17.    Voor zover de bezwaren van [appellant sub 2] en anderen zien op het bestemmingsplan dat is vastgesteld ten behoeve van de aanleg van de Kersenbaan, zijn die bezwaren besproken in de uitspraak van de Afdeling van heden, nr. 201104973/1/R4.

18.    In het deskundigenbericht is het akoestisch onderzoek in zijn algemeenheid positief beoordeeld. [appellant sub 2] en anderen hebben met hetgeen zij voor het overige hebben aangevoerd over het akoestisch onderzoek niet aannemelijk gemaakt dat dit onderzoek dusdanige gebreken of onjuistheden vertoont dat het college niet in redelijkheid op basis van de uitkomsten van dat onderzoek het plan wat betreft geluidhinder aanvaardbaar heeft kunnen achten.

19.    Het beroep van [appellant sub 2] en anderen is, voor zover ontvankelijk, ongegrond.

Het beroep van Beweging 3.0

Ontvankelijkheid

20.    Beweging 3.0 heeft er op gewezen dat aan een gebouw op het woon(zorg)complex "Burgemeester van Randwijckhuis", dat is gelegen naast het voorziene tracé van de Kersenbaan, een hogere mate van bescherming toekomt dan aan woningen. Dit punt is hersteld door het besluit van het college van 8 november 2011, waarbij de eerder vastgestelde hogere waarden zijn ingetrokken. Niet gebleken is dat Beweging 3.0 in zoverre nog belang heeft bij een beoordeling van haar beroep. Het beroep dient in zoverre niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Inhoudelijke bezwaren

21.    Over het betoog van Beweging 3.0 dat als gevolg van de vertraagde aanleg van de Kersenbaan een toename van 0,2 dB zal optreden bij het Burgemeester Van Randwijckhuis met overschrijding van de grenswaarde tot gevolg, heeft de Afdeling onder 15.1 naar aanleiding van het gelijkluidende bezwaar van [appellant sub 2] en anderen reeds gemotiveerd waarom dit betoog niet kan worden gevolgd.

Beweging 3.0 heeft voor het overige niet aannemelijk gemaakt dat de vertraagde aanleg van de Kersenbaan wat betreft geluidsbelasting leidt tot significant andere onderzoeksresultaten.

22.    Over het betoog van Beweging 3.0 dat niet alle geluidgevoelige objecten binnen de geluidzone zijn onderzocht, staat in het deskundigenbericht dat in de praktijk meestal niet voor iedere woning afzonderlijk binnen de zone een berekening wordt uitgevoerd. Dit is volgens het deskundigenbericht in het algemeen ook niet noodzakelijk als uit het onderzoek blijkt dat voor woningen dichterbij de weg de geluidsbelasting al niet meer boven de voorkeursgrenswaarde uitkomt. Het is dan aannemelijk dat de geluidsbelasting voor verder weg gelegen woningen ook zal voldoen, zo staat in het deskundigenbericht. Beweging 3.0 heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit in het voorliggende geval anders zou zijn.

23.    Beweging 3.0 voert aan dat het aantal te verwachten verkeersbewegingen door vrachtwagens is onderschat, en daarmee ook de geluidsbelasting als gevolg van de Kersenbaan.

23.1.    Over de gestelde onderschatting van het aantal vrachtwagens op de Kersenbaan heeft de Afdeling bij de bespreking van het gelijkluidende bezwaar van [appellant sub 2] en anderen onder 16.1 reeds gemotiveerd waarom de in het deskundigenbericht genoemde omstandigheid dat te verwachten is dat procentueel gezien meer vrachtverkeer op de Kersenbaan zal rijden dan is aangenomen geen aanleiding voor het oordeel dat sprake is van een dusdanig gebrek dat het college zich bij zijn besluitvorming niet in redelijkheid op de resultaten van het geluidsonderzoek heeft kunnen baseren. Hetgeen Beweging 3.0 heeft aangevoerd geeft geen aanleiding voor een andersluidend oordeel op dit punt. Gelet daarop faalt het betoog van Beweging 3.0 dat vanwege de gestelde onderschatting hogere geluidschermen zijn vereist dan waarvan het college is uitgegaan.

24.    Voor zover de bezwaren van Beweging 3.0 zien op het bestemmingsplan dat is vastgesteld ten behoeve van de aanleg van de Kersenbaan, zijn die bezwaren besproken in de uitspraak van de Afdeling van heden, nr. 201104973/1/R4.

25.    In het deskundigenbericht is het akoestisch onderzoek in zijn algemeenheid positief beoordeeld. Beweging 3.0 heeft met hetgeen zij voor het overige heeft aangevoerd over het akoestisch onderzoek niet aannemelijk gemaakt dat dit onderzoek dusdanige gebreken of onjuistheden vertoont dat het college zich niet in redelijkheid op de uitkomsten van dat onderzoek heeft kunnen baseren.

26.    Het beroep van Beweging 3.0 is, voor zover ontvankelijk, ongegrond.

Proceskosten

27.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I.    verklaart de beroepen van [appellant sub 2] en anderen en stichting Stichting Beweging 3.0 niet-ontvankelijk voor zover gericht tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van 1 maart 2011 voor zover dat is ingetrokken bij het besluit van het college van burgemeester en wethouders van 8 november 2011;

II.    verklaart de beroepen van [appellant sub 1] en [appellant sub 3A] en [appellant sub 3B] geheel, en de beroepen van [appellant sub 2] en anderen en stichting Stichting Beweging 3.0 voor zover ontvankelijk, ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, voorzitter, en drs. W.J. Deetman en mr. N.S.J. Koeman, leden, in tegenwoordigheid van mr. W. van Steenbergen, ambtenaar van staat.

w.g. Van der Beek-Gillessen    w.g. Van Steenbergen

voorzitter    ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 12 december 2012

528.