Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BY5847

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
05-12-2012
Datum publicatie
12-12-2012
Zaaknummer
201208105/2/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 27 juni 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "De Zeeland" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201208105/2/R3.

Datum uitspraak: 5 december 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Detailconsult Supermarkten B.V., gevestigd te Velsen-Noord, en anderen,

verzoeksters,

en

de raad van de gemeente Bergen op Zoom,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 27 juni 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "De Zeeland" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben onder meer Detailconsult Supermarkten B.V. en anderen beroep ingesteld. Bij afzonderlijke brief hebben Detailconsult Supermarkten B.V. en anderen de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 15 november 2012, waar Detailconsult Supermarkten B.V. en anderen, vertegenwoordigd door mr. R.J.G. Bäcker en mr. J. Klein, beiden advocaat te Rotterdam, en de raad, vertegenwoordigd door mr. A.J.W.P. Rampaart-Verbeek, werkzaam bij de gemeente, bijgestaan door J.H.M. Seerden en ing. R. Louwes, zijn verschenen. Voorts is ter zitting de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Gebouw De Zeeland Bergen op Zoom B.V., vertegenwoordigd door mr. J.R. van Zeggeren, als partij gehoord.

Overwegingen

1.    Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.    Het plan voorziet binnen het plandeel met de bestemming "Gemengd" (hierna: het plandeel) in vestigingsmogelijkheden voor grootschalige detailhandel en één supermarkt met een brutovloeroppervlakte van maximaal 3.000 m² in het gebouw De Zeeland.

3.    Detailconsult Supermarkten B.V. en anderen betogen dat de raad ten onrechte geen milieueffectrapport (hierna: MER) heeft laten opstellen. Hiertoe voeren zij aan dat bij de uitgevoerde m.e.r.-beoordeling geen rekening is gehouden met alle relevante aspecten. Bovendien dient de in het plan voorziene stedelijke ontwikkeling met andere te realiseren ontwikkelingen rondom het plangebied als één activiteit te worden aangemerkt.

3.1.    Niet is geschil is dat de omvang van de in het plan voorziene activiteit de drempelwaarde uit het Besluit milieueffectrapportage voor een stedelijk ontwikkelingsproject niet overschrijdt. Uit de ten behoeve van het plan uitgevoerde vormvrije m.e.r.-beoordeling volgt voorts dat als gevolg van de ontwikkelingen binnen het plangebied, bezien in samenhang met de andere stedelijke ontwikkelingen in het naastgelegen gebied Schelde Veste, geen belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu te verwachten zijn. Detailconsult Supermarkten B.V. en anderen hebben niet aannemelijk gemaakt dat in de m.e.r.-beoordeling niet op alle relevante aspecten is ingegaan, noch dat in de omgeving van het plangebied concrete plannen in ontwikkeling zijn die ten onrechte hierin niet zijn meegenomen. Daarbij wordt mede in aanmerking genomen dat voor de geprojecteerde woningbouw in het gebied Schelde Veste reeds een m.e.r. is doorlopen en dat de in dat gebied mogelijk te ontwikkelen jachthaven nog onvoldoende concreet bepaald is.

Gelet op het voorgaande hebben Detailconsult Supermarkten B.V. en anderen niet aannemelijk gemaakt dat ook bij het niet overschrijden van de drempelwaarde voor een stedelijk ontwikkelingsproject toch een MER had moeten worden gemaakt.

4.    Detailconsult Supermarkten B.V. en anderen betogen dat het plan niet voldoet aan de in de Verordening ruimte Noord-Brabant 2012 (hierna: Verordening 2012) opgenomen regels voor bedrijventerreinen.

4.1.    De raad stelt zich op het standpunt dat onder dienstverlenende bedrijven als bedoeld in de Verordening 2012 geen detailhandel wordt begrepen.

4.2.    Ingevolge artikel 1, aanhef en onder 14, van de Verordening 2012 wordt onder bedrijventerrein verstaan: een aaneengesloten terrein met een bruto-oppervlakte van ten minste één hectare, ten behoeve van de bedrijfsmatige uitoefening van ambachtelijke en dienstverlenende bedrijven en groothandel met de daarbij behorende voorzieningen.

Ingevolge het bepaalde onder 25, wordt onder detailhandel verstaan: bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop, het verkopen of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

Ingevolge het bepaalde onder 89, wordt onder winkelconcentratiegebied verstaan: gebied waar de concentratie van detailhandelsvestigingen is of waaraan bij de gemeentelijke structuurvisie een concentratie van detailhandelsvestigingen is toegedacht.

4.3.    Gelet op de in het plan voorziene detailhandelsvestigingen in het gebouw De Zeeland en het in de Verordening 2012 opgenomen onderscheid tussen een bedrijventerrein en een winkelconcentratiegebied, heeft de raad het plan in zoverre terecht getoetst aan de in de Verordening 2012 opgenomen regels voor een winkelconcentratiegebied. Gelet hierop zijn, anders dan Detailconsult Supermarkten B.V. en anderen stellen, de in de Verordening 2012 opgenomen regels voor bedrijventerreinen niet van toepassing.

5.    Detailconsult Supermarkten B.V. en anderen betogen dat de raad onvoldoende heeft aangegeven hoe het plan zich verhoudt tot het van toepassing zijnde gemeentelijke beleid "Beleidsvisie Detailhandel Kernwinkelgebied Binnenstad 2009-2014" (hierna: Beleidsvisie). De vestiging van een grootschalige supermarkt is volgens hen in strijd met deze Beleidsvisie en ander gemeentelijk beleid.

5.1.    De raad stelt zich op het standpunt dat de Beleidsvisie met name is gericht op de versterking van de detailhandelsstructuur in de binnenstad. De Nota detailhandel 2003 is van toepassing. Structuurversterking wordt volgens de raad mede bereikt door verplaatsing van bestaande, slecht gesitueerde aanbieders en een gerichte toevoeging van nieuwe aanbieders.

5.2.    In de Beleidsvisie staat dat de Nota detailhandel 2003 voor de gehele gemeente van toepassing is. Een deel van het gebouw De Zeeland wordt ingevuld door een bestaande supermarkt als gevolg van een verplaatsing. Detailconsult Supermarkten B.V. en anderen hebben niet aannemelijk gemaakt dat de bij het plan voorziene verplaatsing en vergroting tot een grootschalige supermarkt in strijd is met de Nota detailhandel 2003 of enig ander gemeentelijk beleidsstuk.

6.    Detailconsult Supermarkten B.V. en anderen betogen dat de monumentale waarde van het pand De Zeeland wordt aangetast, gelet op de direct omliggende bebouwing met een toegestane maximale bouwhoogte van 13 m.

6.1.    De maximaal toegestane bouwhoogte van het gebouw De Zeeland, dat als gemeentelijk monument is aangewezen en waaraan de aanduiding "specifieke bouwaanduiding - gemeentelijk monument" is toegekend, is 18 m. Het plan staat op de omliggende gronden aan de noord- en zuidzijde binnen het bouwvlak met de bestemming "Gemengd" een maximale bouwhoogte van 7 m onderscheidenlijk 13 m toe. Gelet op de lagere omliggende bebouwing en de bescherming die het gebouw geniet in het kader van de monumentenwetgeving hebben Detailconsult Supermarkten B.V. en anderen niet aannemelijk gemaakt dat de monumentale waarde van het gebouw als gevolg van het plan wordt aangetast.

7.    Detailconsult Supermarkten B.V. en anderen betogen dat de vestiging van de grootschalige supermarkt leidt tot duurzame ontwrichting, nu dit ernstige gevolgen heeft voor de reeds in Bergen op Zoom gevestigde detailhandel.

7.1.    Voor de vraag of sprake is van een duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau komt geen doorslaggevende betekenis toe aan de vraag of sprake is van overaanbod in het verzorgingsgebied en een mogelijke sluiting van bestaande detailhandelvestigingen, maar is het doorslaggevende criterium of voor de inwoners van een bepaald gebied een voldoende voorzieningenniveau blijft behouden in die zin dat zij op een aanvaardbare afstand van waar zij wonen hun dagelijkse inkopen kunnen doen. Gelet op het aan het plan ten grondslag gelegde distributieplanologisch onderzoek acht de voorzitter het niet aannemelijk dat als gevolg van de vestiging van een grootschalige supermarkt een zodanig deel van het bestaande winkelaanbod in de directe omgeving zal verdwijnen dat voor een relevant gedeelte van de inwoners van het verzorgingsgebied wezenlijke beperkingen zullen ontstaan bij het doen van hun dagelijkse inkopen.

8.    Detailconsult Supermarkten B.V. en anderen betogen dat onduidelijk is op welke manier in het plan in voldoende parkeerplaatsen ten behoeve van de supermarkt wordt voorzien.

8.1.    De raad stelt zich op het standpunt dat binnen het plandeel met de bestemming "Verkeer", dat een oppervlakte heeft van ongeveer 3 ha, voldoende ruimte beschikbaar is voor de 880 benodigde parkeerplaatsen.

8.2.    Ingevolge artikel 8, lid 8.1, aanhef en onder c, van de planregels, zijn de voor "Verkeer" aangewezen gronden bestemd voor parkeervoorzieningen.

8.3.    Gelet op de omvang van het plandeel met de bestemming "Verkeer" hebben Detailconsult Supermarkten B.V. en anderen niet aannemelijk gemaakt dat het plan niet in het totaal aantal benodigde parkeerplaatsen kan voorzien.

9.    Detailconsult Supermarkten B.V. en anderen betogen dat onvoldoende is gewaarborgd dat de noodzakelijke waterberging ten behoeve van het plan daadwerkelijk wordt gerealiseerd.

9.1.    Volgens de waterparagraaf voorziet het aan het plangebied grenzende gebied Schelde Veste in een waterberging ten behoeve van het plan. Ter zitting heeft de raad toegelicht dat de waterberging is voorzien in het ter plaatse inmiddels vastgestelde bestemmingsplan "Kijk in de pot". Gelet hierop ziet de voorzitter geen aanleiding voor het oordeel dat de noodzakelijke waterberging ten behoeve van het plan onvoldoende is gewaarborgd.

10.    Voor zover is betoogd dat de zakelijke weergave van de anterieure overeenkomst niet ter inzage is gelegd en een kennisgeving hiervan niet in de vorm van een publicatie in een huis-aan-huisblad heeft plaatsgevonden op de voet van artikel 6.24, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening, gelezen in samenhang met artikel 6.2.12 van het Besluit ruimtelijke ordening, wordt overwogen dat dit eventuele gebrek in zoverre losstaat van het plan en niet kan leiden tot vernietiging daarvan. Detailconsult Supermarkten B.V. en anderen hebben niet aannemelijk gemaakt dat het plan financieel-economisch niet uitvoerbaar is.

11.    Wat betreft de overige door Detailconsult Supermarkt B.V. en anderen aangevoerde gronden met betrekking tot de wijze waarop enkele planregels zijn geformuleerd, de archeologische waarden, de externe veiligheid en de milieuzonering, ziet de voorzitter voorshands geen aanleiding voor het oordeel dat deze gronden in de bodemprocedure tot vernietiging van het bestreden besluit zullen leiden.

12.    Gelet op het voorgaande bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

13.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R.I.Y. Lap, ambtenaar van staat.

w.g. Scholten-Hinloopen    w.g. Lap

voorzitter    ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 5 december 2012

45-709.