Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BY5844

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
12-12-2012
Datum publicatie
12-12-2012
Zaaknummer
201203730/1/A4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 5 maart 2012 heeft het college aan Lucky Duck B.V. een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor een vleesverwerkend bedrijf op het perceel Rietdekkerstraat 5 te Uden (hierna: de inrichting).

Wetsverwijzingen
Wet milieubeheer
Wet milieubeheer 8.11
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2013/347
Milieurecht Totaal 2013/3718
Milieurecht Totaal 2013/5761

Uitspraak

201203730/1/A4.

Datum uitspraak: 12 december 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Lucky Duck International Food B.V., gevestigd te Ermelo,

appellante,

en

het college van burgemeester en wethouders van Uden,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 5 maart 2012 heeft het college aan Lucky Duck B.V. een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor een vleesverwerkend bedrijf op het perceel Rietdekkerstraat 5 te Uden (hierna: de inrichting).

Tegen dit besluit heeft Lucky Duck B.V. beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 november 2012, waar het college, vertegenwoordigd door A.A.S.A.M. Zwaans, werkzaam bij de gemeente, is verschenen.

Overwegingen

1.    Op 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking getreden. Bij de invoering van deze wet is een aantal andere wetten gewijzigd. Uit het overgangsrecht van de Invoeringswet Wabo volgt dat de wetswijzigingen niet van toepassing zijn op dit geding, omdat de aanvraag om vergunning voor de inwerkingtreding van de Wabo is ingediend. In deze uitspraak worden dan ook de wetten aangehaald, zoals zij luidden voordat zij bij invoering van de Wabo werden gewijzigd.

2.    Ingevolge artikel 8.11, derde lid, van de Wet milieubeheer worden in het belang van het bereiken van een hoog niveau van bescherming van het milieu aan de vergunning de voorschriften verbonden die nodig zijn om de nadelige gevolgen die de inrichting voor het milieu kan veroorzaken, te voorkomen of, indien dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk - bij voorkeur bij de bron - te beperken en ongedaan te maken. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat in de inrichting ten minste de voor de inrichting in aanmerking komende beste beschikbare technieken worden toegepast. Bij de toepassing van deze bepaling komt het college een zekere beoordelingsvrijheid toe.

3.          Het beroep richt zich tegen de vergunningvoorschriften 4, 7 en 9.

3.1.    In voorschrift 4 zijn grenswaarden gesteld voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en het maximaal geluidsniveau van de inrichting ter plaatse van nabijgelegen geluidsgevoelige objecten. De grenswaarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, gemeten en beoordeeld volgens de Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999,  bedragen 50, 45 en 40 dB(A) en voor het maximaal geluidsniveau 70, 65 en 60 dB(A) voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode.

Voorschrift 7 bepaalt, voor zover hier van belang, dat rond de ventilatoren en de condensatoren op het dak van de inrichting een akoestisch isolerend scherm moet worden gerealiseerd.

3.1.1.        Lucky Duck B.V. betoogt dat het voorschrijven van een geluidscherm niet nodig is. Daartoe stelt zij dat voor het pand Pannebakkerstraat 14, ter bescherming waarvan het geluidscherm is voorgeschreven, aparte geluidsgrenswaarden kunnen worden gesteld. Zij wijst er daarbij op dat de woning ten tijde van de vergunningaanvraag illegaal werd bewoond. Tevens verwijst zij naar het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer op grond waarvan een geluidsbelasting van 45 dB(A) in de nachtperiode zou zijn toegestaan. Verder stelt zij dat met een aftrek van 1 dB(A) vanwege meetonnauwkeurigheden en vervolgens afronding van de alsdan verkregen waarde, de geluidsgrenswaarde in de nachtperiode niet wordt overschreden.

Lucky Duck B.V. betoogt voorts dat het voorschrijven van het geluidscherm, gelet op de kosten daarvan in verhouding tot de vermeende geringe overschrijding van de geluidsgrenswaarde, onevenredig is. Zij stelt dat het college niet heeft onderzocht wat de kosten zijn. Evenmin heeft het college onderzocht of het plaatsen van het geluidscherm fysiek mogelijk is en geen strijd oplevert met andere wetgeving.

3.1.2.        Het college heeft bij het stellen van geluidsgrenswaarden de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening 1998 gehanteerd (hierna: Handreiking). De in voorschrift 4 opgenomen geluidsgrenswaarden komen overeen met de in de Handreiking aanbevolen richtwaarden. Het college heeft deze geluidsgrenswaarden in redelijkheid nodig kunnen achten ter beperking van geluidhinder. Dat in het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, naar Lucky Duck stelt, hogere grenswaarden zijn opgenomen, is niet relevant, reeds omdat dit besluit niet op de inrichting van toepassing is.

Het college heeft verder het pand Pannebakkerstraat 14 terecht als een tegen geluidhinder te beschermen object aangemerkt, reeds omdat dit pand ten tijde van het nemen van het bestreden besluit feitelijk werd bewoond. Dat het pand tot 2011 illegaal werd bewoond is in dit verband niet van belang en behoefde voor het college evenmin aanleiding te zijn om daarvoor in afwijking van de Handreiking afzonderlijke, hogere geluidsgrenswaarden te stellen.

De desbetreffende beroepsgrond faalt.

3.1.3.        Bij de vergunningaanvraag is een akoestisch rapport gevoegd van Amitec Milieuadviezen B.V. van 29 april 2009 (hierna: het akoestisch rapport). Uit het akoestisch rapport blijkt dat de grenswaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau in de nachtperiode zonder geluidsreducerende maatregelen met 2 dB(A) wordt overschreden door de ventilatoren op het dak.

De in voorschrift 4 opgenomen geluidsgrenswaarden zien op waarden die zijn gemeten en beoordeeld volgens de Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999. De geluidsmetingen en -berekeningen die ten grondslag liggen aan het akoestisch rapport, zijn verricht overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen moet bij vergunningverlening zo veel mogelijk worden uitgesloten dat de vergunning bij de beoogde bedrijfsvoering niet kan worden nageleefd. Dat verzet zich tegen het toepassen van een meettolerantie of correctie vanwege meetonnauwkeurigheden op de bij de vergunningverlening in aanmerking te nemen geluidsbelasting (uitspraak van 18 juni 2008, in zaak nr. 200704413/1, www.raadvanstate.nl.) Het college is er aldus terecht van uitgegaan dat de grenswaarde voor de nachtperiode wordt overschreden.

Volgens het akoestisch rapport kan deze overschrijding ongedaan worden gemaakt door het plaatsen van een scherm van 1.5 m hoogte op het dak van de inrichting. Uit de in het akoestisch rapport opgenomen berekeningen blijkt dat met dit geluidscherm aan de gestelde geluidgrenswaarden kan worden voldaan. In het akoestisch rapport staat dat de kosten voor het geluidscherm worden geraamd op € 3.250. Anders dan Lucky Duck B.V. stelt behoefde het college dan ook geen nader onderzoek te doen naar de kosten van het geluidscherm. Verder bestaan er volgens het college geen planologische belemmeringen tegen het plaatsen van het geluidscherm. Gelet op de kosten van het geluidscherm en het belang bij het naleven van de geluidgrenswaarden bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat het realiseren van het geluidscherm niet in redelijkheid van Lucky Duck B.V. kan worden gevergd.

De desbetreffende beroepsgronden falen.

3.2.        In vergunningvoorschrift 9 is een controlemeting naar de geluidsbelasting voorgeschreven.

3.2.1.        Lucky Duck B.V. betoogt dat een controlemeting niet nodig en onnodig bezwarend is omdat het een bestaande inrichting betreft en uit het akoestisch rapport blijkt dat met de daarin opgenomen en in de vergunning voorgeschreven maatregelen en voorzieningen aan de geluidsgrenswaarden kan worden voldaan. Zij verwijst naar het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer waarin een dergelijke controlemeting niet is opgenomen.

3.2.2.        Ingevolge artikel 8.12, zesde lid, van de Wet milieubeheer gelezen in verbinding met het vierde lid, kan voor inrichtingen waartoe geen

gpbv-installatie behoort een controlemeting in de vergunning worden voorgeschreven teneinde te bepalen of aan de doelvoorschriften en doeleinden als bedoeld in het eerste lid, wordt voldaan.

3.2.3.        Voorschrift 4 van de vergunning is een doelvoorschrift als bedoeld in het eerste lid. Het college was derhalve bevoegd een controlemeting voor te schrijven.

3.2.4         Het college stelt dat de controlemeting is bedoeld om na te gaan of de in het akoestisch rapport opgenomen en in de vergunning voorgeschreven  maatregelen en voorzieningen de gewenste effecten hebben. Het akoestisch rapport is wat betreft die effecten gebaseerd op een berekeningswijze die de werkelijkheid benadert via modellering. Nu de overschrijdingen zonder akoestische voorzieningen en maatregelen 10 dB(A) bedragen en met de voorzieningen en maatregelen volgens het akoestisch rapport precies aan de geluidsgrenswaarden kan worden voldaan, acht het college het nodig een controlemeting voor te schrijven.

Naar het oordeel van de Afdeling heeft het college onder deze omstandigheden in redelijkheid een controlemeting van de geluidsbelasting in de vergunning kunnen voorschrijven. Dat in het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, naar Lucky Duck B.V. stelt, geen controlemetingen zijn voorgeschreven, is niet relevant reeds omdat dit besluit niet op de inrichting van toepassing is. Evenmin is de omstandigheid dat het een bestaande inrichting betreft relevant, reeds omdat de inrichting in akoestisch opzicht wordt gewijzigd.

De beroepsgrond faalt.

4.    Het beroep is ongegrond.

5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. Y.E.M.A. Timmerman-Buck, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. F.B. van der Maesen de Sombreff, ambtenaar van staat.

w.g. Timmerman-Buck    w.g. Van der Maesen de Sombreff

lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 12 december 2012

190.