Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BY3083

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
14-11-2012
Datum publicatie
14-11-2012
Zaaknummer
201203163/1/A1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 9 juli 2009 heeft het college aan Portaal een reguliere bouw- en onttrekkingsvergunning verleend voor het plaatsen van drie dakopbouwen op de panden gelegen aan de Bombardonstraat 133, 135 en 137 te Amersfoort (hierna: de panden) en voor het onttrekken van één van de panden aan de woningvoorraad.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AB 2013/60 met annotatie van D. Korsse
OGR-Updates.nl 2012-0329
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201203163/1/A1.

Datum uitspraak: 14 november 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op de hoger beroepen van:

1.    het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort,

2.    de stichting Stichting Portaal, gevestigd te Veenendaal,

3.    de stichting Stichting Amerpoort, gevestigd te Baarn,

appellanten,

tegen de uitspraken van de rechtbank Utrecht van 16 december 2011 en 16 maart 2012 in zaak nr. 10/298 in het geding tussen:

[wederpartij A] en [wederpartij B], beiden wonend te Amersfoort,

en

het college.

Procesverloop

Bij besluit van 9 juli 2009 heeft het college aan Portaal een reguliere bouw- en onttrekkingsvergunning verleend voor het plaatsen van drie dakopbouwen op de panden gelegen aan de Bombardonstraat 133, 135 en 137 te Amersfoort (hierna: de panden) en voor het onttrekken van één van de panden aan de woningvoorraad.

Bij besluit van 15 december 2009 heeft het college het door [wederpartijen] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij tussenuitspraak van 16 december 2011 (hierna: de tussenuitspraak), heeft de rechtbank het college in de gelegenheid gesteld om binnen dertien weken na verzending van die uitspraak een aan het besluit van 15 december 2009 klevend gebrek te herstellen of binnen vier weken na verzending van die uitspraak aan de rechtbank te laten weten dat van deze mogelijkheid geen gebruik zal worden gemaakt. Deze uitspraak is aangehecht.

Bij brief van 17 januari 2012 heeft het college de rechtbank te kennen gegeven dat het van de geboden herstelmogelijkheid geen gebruik maakt.

Bij einduitspraak van 16 maart 2012 (hierna: de einduitspraak), heeft de rechtbank het door [wederpartijen] tegen het besluit van 15 december 2009 ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en het college opgedragen om binnen dertien weken na verzending van die uitspraak een nieuw besluit op de gemaakte bezwaren te nemen met inachtneming van hetgeen in de tussenuitspraak en de einduitspraak is overwogen. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraken hebben het college, Portaal en Amerpoort hoger beroep ingesteld.

[wederpartijen] hebben een verweerschrift ingediend.

Amerpoort heeft nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 oktober 2012, waar het college, vertegenwoordigd door mr. H. Maaijen, werkzaam bij de gemeente, Amerpoort, vertegenwoordigd door M. van Veen, bijgestaan door mr. G.C.M. Schipper, advocaat te Amsterdam, en [wederpartijen], bijgestaan door mr. A. Vinkenborg, zijn verschenen.

Overwegingen

1.    Het bouwplan voorziet in het plaatsen van drie dakopbouwen op de panden. Deze panden zullen intern worden verbouwd tot twee wooneenheden ten behoeve van bewoners met een verstandelijke beperking. Door de interne verbouwing ontstaat er ruimte voor twee groepen van ieder zes bewoners.

2.    Ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Kattenbroek 2006" (hierna: het bestemmingsplan) rust op het perceel de bestemming "Woondoeleinden". Gronden met deze bestemming zijn ingevolge artikel 6, eerste lid, aanhef en onder a, van de planvoorschriften bestemd voor wonen met de daarbij behorende tuinen en parkeervoorzieningen.

Ingevolge artikel 1, onder 51, van de planvoorschriften wordt onder een woning verstaan een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijke huishouding.

3.    Het college, Portaal en Amerpoort betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het beoogd gebruik van de panden in strijd is met het bestemmingsplan. Daartoe voeren zij aan dat de wooneenheden nagenoeg zelfstandig bewoond zullen worden. De bewoners kunnen weliswaar alleen in de woonvorm toegelaten worden wanneer zij een indicatie van het Centrum Indicatiestelling Zorg (hierna: CIZ-indicatie) hebben gebaseerd op 24 uur zorg per dag, maar deze indicatie is uitsluitend van belang voor de bekostiging van de zorg. In de praktijk worden de bewoners, behoudens uitzonderlijke situaties, slechts begeleid en ondersteund en niet verzorgd.

3.1    Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 30 mei 2012 in zaak nr. 201111253/1/A1), dient bij toetsing van een bouwplan aan een bestemmingsplan niet slechts te worden bezien of het bouwwerk overeenkomstig de bestemming kan worden gebruikt, maar dient mede te worden beoordeeld of het bouwwerk ook met het oog op zodanig gebruik wordt opgericht. Dit houdt in dat een bouwwerk in strijd met de bestemming moet worden geoordeeld indien redelijkerwijs valt aan te nemen dat het bouwwerk uitsluitend of mede zal worden gebruikt voor andere doeleinden dan die waarin de bestemming voorziet.

Zoals voorts volgt uit de jurisprudentie van de Afdeling (onder meer de uitspraak van 12 oktober 2011 in zaak nr. 201102323/1/H1 en 201102324/1/H1 en van 25 november 2009 in zaak nr. 200906428/1/H1), kunnen, naast zelfstandige bewoning door een gezin ook minder traditionele woonvormen in overeenstemming zijn met de bestemming "Woondoeleinden", mits sprake is van nagenoeg zelfstandige bewoning en een zekere mate van verbondenheid tussen de bewoners.

3.2.    Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de panden zullen worden gebruikt voor de huisvesting van twee groepen van zes personen met een verstandelijke beperking en gemiddeld zorgzwaartepakket drie, hetgeen inhoudt dat zij sociaal beperkt zelfstandig functioneren. De bewoning geschiedt op vrijwillige basis en in beginsel voor onbepaalde tijd, zij het dat de bewoners een CIZ-indicatie gebaseerd op 24 uur zorg per dag nodig hebben om toegelaten te worden in de woonvorm. Ter zitting is door Amerpoort onweersproken gesteld dat de huidige bewoners reeds tien jaren in de panden wonen. Voorts is voldoende aannemelijk gemaakt dat in die periode geen verloop in de bewonersgroep heeft plaatsgevonden. De bewoners geven, met ondersteuning en begeleiding, zoveel mogelijk zelf vorm en inhoud aan hun leven. De mate van ondersteuning en begeleiding is afhankelijk van de desbetreffende bewoner en betreft de dagelijkse bezigheden van de bewoners, zoals, indien door de bewoners gewenst, verlenen van hulp bij het opstellen van een boodschappenlijstje of het koken of het controleren van de hygiënische staat van het sanitair. De bewoners behoeven geen verzorging of therapie en functioneren zoveel mogelijk zelfstandig. De bewoning maakt geen deel uit van een verplicht begeleidings- of behandelingstraject. Gedurende een groot gedeelte van de dag verblijven de bewoners op een werk- of dagbestedingslocatie. Aldus ligt de nadruk van het verblijf in de panden op nagenoeg zelfstandige bewoning en niet op zorg.

Anders dan de rechtbank, acht de Afdeling onder deze omstandigheden het gebruik dat de bewoners van het pand maken niet in strijd met de bestemming "Woondoeleinden" die op het perceel rust.

Het betoog slaagt. De overige door Portaal en Amerpoort aangevoerde hoger-beroepsgronden behoeven geen bespreking.

4.    De hoger beroepen zijn gegrond. De uitspraken van 16 december 2011 en 16 maart 2012, dienen te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep van [wederpartijen] tegen het besluit van 15 december 2009 alsnog ongegrond verklaren.

5.     Redelijke toepassing van artikel 54, eerste lid, van de Wet op de Raad van State brengt met zich dat het door Portaal en Amerpoort betaalde griffierecht door de secretaris van de Raad van State aan hen wordt terugbetaald.

6.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I.    verklaart de hoger beroepen gegrond;

II.    vernietigt de uitspraken van de rechtbank Utrecht van 16 december 2011 en 16 maart 2012 in zaak nr. 10/298;

III.    verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep ongegrond;

IV.    bepaalt dat de secretaris van de Raad van State aan de stichting Stichting Portaal het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 466,00 (zegge: vierhonderdzesenzestig euro) voor de behandeling van het hoger beroep terugbetaalt.

V.    bepaalt dat de secretaris van de Raad van State aan de stichting Stichting Amerpoort het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 466,00 (zegge: vierhonderdzesenzestig euro) voor de behandeling van het hoger beroep terugbetaalt.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.G.P. Oudenaller, ambtenaar van staat.

w.g. Troostwijk    w.g. Oudenaller

lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 14 november 2012

531-724.