Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BY1689

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
22-10-2012
Datum publicatie
31-10-2012
Zaaknummer
201207162/2/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij uitspraak van 26 mei 2010, in zaak nr. 200907887/1/R2, heeft de Afdeling het beroep van [verzoekster] gegrond verklaard, het besluit van het college van gedeputeerde staten van Gelderland van 21 augustus 2009, kenmerk 2005-005927, voor zover daarbij goedkeuring is verleend aan het plandeel met de bestemming "Recreatiewoning" dat ziet op het perceel aan de [locatie] te Vaassen vernietigd en de rechtsgevolgen van dat besluit in zoverre in stand gelaten. De uitspraak is aangehecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201207162/2/R2.

Datum uitspraak: 22 oktober 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 in samenhang met artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) op het verzoek van

[verzoekster], wonend te Vaassen, gemeente Epe,

verzoekster,

om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 26 mei 2010, in zaak nr. 200907887/1/R2.

Procesverloop

Bij uitspraak van 26 mei 2010, in zaak nr. 200907887/1/R2, heeft de Afdeling het beroep van [verzoekster] gegrond verklaard, het besluit van het college van gedeputeerde staten van Gelderland van 21 augustus 2009, kenmerk 2005-005927, voor zover daarbij goedkeuring is verleend aan het plandeel met de bestemming "Recreatiewoning" dat ziet op het perceel aan de [locatie] te Vaassen vernietigd en de rechtsgevolgen van dat besluit in zoverre in stand gelaten. De uitspraak is aangehecht.

Bij brief heeft [verzoekster] de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

Overwegingen

1.        Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Awb kan de Afdeling op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

a.     hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b.    bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren     en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c.     waren zij bij de Afdeling eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak     zouden hebben kunnen leiden.

2.    [verzoekster] voert aan dat de rechtbank Zutphen in de uitspraak van 21 december 2011, kenmerk 10/1870 GEMWT, in een vergelijkbaar geval heeft geoordeeld dat het gedane beroep op het overgangsrecht in die zaak dient te worden getoetst aan de planvoorschriften van het bestemmingsplan "4e Partiële Herziening Bestemmingsplan Agrarisch Gebied" uit 1985. Volgens [verzoekster] blijkt hieruit dat de Afdeling in de procedure in zaak nr. 200907887/1/R2 verkeerd is voorgelicht over het voorheen geldende planologische regime, omdat in die procedure wat betreft de toepassing van het overgangsrecht is getoetst aan het bestemmingsplan "Agrarisch Gebied" uit 1982. En doordat in de 4e partiële herziening een latere peildatum voor het overgangsrecht is opgenomen, zou dit in de uitspraak van 26 mei 2010 tot een ander oordeel hebben geleid, aldus [verzoekster].

3.    De Afdeling volgt [verzoekster] niet in haar stelling dat in de procedure in zaak nr. 200907887/1/R2 de Afdeling verkeerd is geïnformeerd over het planologisch regime dat gold voorafgaand aan het bestemmingsplan "Buitengebied" uit 2005 dat in die procedure ter beoordeling stond.

Daarbij is van belang dat op de plankaart die hoort bij het bestemmingsplan "4e Partiële Herziening Bestemmingsplan Agrarisch Gebied" rondom de gronden waarop dat plan van toepassing was de aanduiding 'grens van de herziening' is aangegeven. Blijkens deze plankaart ligt het perceel van [verzoekster] met daarop haar recreatiewoning niet binnen deze aanduiding. Hieruit volgt dat de 4e partiële herziening uit 1985 niet van toepassing is geweest op het perceel van [verzoekster]. Gelet op het voorgaande is geen sprake van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Awb.

4.    Het verzoek dient als kennelijk ongegrond te worden afgewezen.

5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.V. Vreugdenhil, ambtenaar van staat.

w.g. Van Sloten    w.g. Vreugdenhil

lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 22 oktober 2012

Tegen deze uitspraak kan verzet worden gedaan bij de Afdeling (artikel 8:55 van de Awb).

-     Verzet dient schriftelijk en binnen zes weken na verzending van deze uitspraak te worden gedaan.

-     In het verzetschrift moeten de redenen worden vermeld waarom de indiener het niet eens is met de gronden waarop de beslissing is gebaseerd.

-     Indien de indiener over het verzet door de Afdeling wenst te worden gehoord, dient dit in het verzetschrift te worden gevraagd. Het horen gebeurt dan uitsluitend over het verzet.

571.