Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BY0995

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24-10-2012
Datum publicatie
24-10-2012
Zaaknummer
201204604/1/A2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 14 januari 2011 heeft het college onderdelen van de suikerfabriek aan het Weverseinde 343b te Puttershoek aangewezen als gemeentelijk monument.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201204604/1/A2.

Datum uitspraak: 24 oktober 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de onderlinge waarborgmaatschappij Koninklijke Coöperatie Cosun U.A. h.o.d.n. Suiker Unie, gevestigd te Dinteloord, gemeente Steenbergen,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Dordrecht van 27 maart 2012 in zaak nr. 11/878 in het geding tussen:

Suiker Unie

en

het college van burgemeester en wethouders van Binnenmaas.

Procesverloop

Bij besluit van 14 januari 2011 heeft het college onderdelen van de suikerfabriek aan het Weverseinde 343b te Puttershoek aangewezen als gemeentelijk monument.

Bij besluit van 15 juni 2011 heeft het college het door Suiker Unie daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 27 maart 2012 heeft de rechtbank het door Suiker Unie daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft Suiker Unie hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 september 2012, waar Suiker Unie, vertegenwoordigd door mr. M. Bos, advocaat te Rosmalen, en het college, vertegenwoordigd door mr. L. van Schie-Kooman, advocaat te Rotterdam, en P.T. den Hartog, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 1, aanhef en onder a, onderdeel 1, van de Monumentenverordening Binnenmaas 2009 (hierna: de Monumentenverordening) wordt verstaan onder monument: zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde.

Ingevolge die aanhef en onder c wordt verstaan onder gemeentelijk monument: onroerend monument, dat overeenkomstig de bepalingen van deze verordening als beschermd gemeentelijk monument is aangewezen;

Ingevolge artikel 3, eerste lid, kan het college, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een monument aanwijzen als gemeentelijk monument.

Ingevolge het tweede lid vraagt het college advies aan de monumentencommissie voordat het over de aanwijzing een besluit neemt.

2. Met het oog op uitbreiding van de gemeentelijke monumentenlijst heeft het college de stichting Dorp, Stad & Land (hierna: DSL) opdracht gegeven een inventarisatie te maken van alle waardevolle objecten in de gemeente Binnenmaas. Bij de waardering van objecten gebruikt DSL als hulpmiddel een matrix, waarin punten worden toegekend voor de cultuurhistorische en architectonische waarden van een object alsmede de situering en de technische staat ervan. DSL adviseert een object aan te wijzen als gemeentelijk monument, indien het wordt gewaardeerd met een score van dertien of meer punten.

In haar rapport van 15 oktober 2010 heeft DSL meer dan dertien punten toegekend aan een fabrieksschoorsteen, een mechanische werkplaats, een wandreliëf en een tegeltableau op het complex van suikerfabriek Suiker Unie. De Commissie Cultureel Erfgoed (hierna: de monumentencommissie) heeft in haar advies van 1 november 2010 (hierna: het advies) de bevindingen uit dat rapport geheel overgenomen en het college geadviseerd de onderdelen aan te wijzen als gemeentelijke monumenten.

Het college heeft dit advies aan het besluit van 14 januari 2011 ten grondslag gelegd. In het besluit van 15 juni 2011 heeft het, onder verwijzing naar nadere adviezen van de monumentencommissie en DSL van 27 april 2011 en 4 mei 2011 (hierna: de nadere adviezen), de waarderingsscore van de fabrieksschoorsteen met drie punten verlaagd naar zestien punten.

3. Suiker Unie betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het college het advies van de monumentencommissie niet aan zijn besluitvorming ten grondslag mocht leggen, nu de waardering van de fabrieksschoorsteen en mechanische werkplaats daarin op onjuiste wijze is geschied. Zij voert daartoe aan dat de fabrieksschoorsteen in de jaren negentig vijf à zeven meter is ingekort, zodat minimaal één punt aftrek had moeten plaatsvinden vanwege aantasting van de authenticiteit. Verder zijn er volgens haar ten onrechte punten toegekend voor de ensemblewaarde van beide objecten. Van een ensemble kan geen sprake zijn, omdat alle overige gebouwen op het complex zijn of worden afgebroken. Ten slotte had in bezwaar meer puntenaftrek moeten plaatshebben vanwege de slechte technische staat van de fabrieksschoorsteen en had ook de waarderingsscore van de mechanische werkplaats naar beneden moeten worden bijgesteld vanwege de slechte technische staat, aldus Suiker Unie. Ter onderbouwing van haar betoog verwijst zij naar het rapport van Bureau Delfgou.

3.1. De Afdeling stelt voorop dat, gegeven de beoordelingsvrijheid die het college toekomt bij het beantwoorden van de vraag of de fabrieksschoorsteen en de mechanische werkplaats kunnen worden aangemerkt als monument in de zin van artikel 3, eerste lid, van de Monumentenverordening, de rechtbank terecht heeft overwogen dat het aanwijzingsbesluit in zoverre terughoudend dient te worden getoetst. Voorts heeft de rechtbank terecht overwogen dat het college, hoewel het niet aan een advies van de monumentencommissie is gebonden, daar in beginsel doorslaggevende betekenis aan mag toekennen, tenzij het advies naar inhoud of wijze van totstandkoming zodanige gebreken vertoont dat het college dit niet, of niet zonder meer, aan zijn besluitvorming ten grondslag mocht leggen.

3.2. Uit de toelichting bij de waarderingsmatrix volgt dat de authenticiteit van een monument wordt beschouwd als aangetast, indien de oorspronkelijkheid en herkenbaarheid door niet harmonieuze wijzigingen zijn verminderd. De monumentencommissie heeft zich op het standpunt gesteld dat de authenticiteit van de fabrieksschoorsteen niet is aangetast, nu deze nagenoeg gaaf bewaard is gebleven en met zijn zeldzame hoogte van 60 meter nog altijd zeer herkenbaar in het landschap aanwezig is. Anders dan Suiker Unie betoogt, bestaat er geen grond voor het oordeel dat het college hier in redelijkheid niet op mocht afgaan. Het feit dat de fabrieksschoorsteen met vijf à zeven meter is ingekort, betekent niet dat de authenticiteit is aangetast. Het college heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de fabrieksschoorsteen, gelet op de nog resterende hoogte en de gaafheid ervan, niet aan oorspronkelijkheid en herkenbaarheid heeft ingeboet, zodat geen puntenaftrek heeft hoeven plaatsvinden vanwege aantasting van de authenticiteit ervan.

3.3. Anders dan Suiker Unie betoogt, betekent de enkele omstandigheid dat alle overige gebouwen op het complex worden afgebroken, niet dat de fabrieksschoorsteen en mechanische werkplaats geen ensemblewaarde meer hebben. Uit de toelichting bij de waarderingsmatrix volgt dat de ensemblewaarde van een object niet uitsluitend in verband tot de daarmee in samenhang ontworpen panden dient te worden beoordeeld, maar ook in relatie tot de evenwichtige kwaliteit en volledigheid van de directe omgeving. Het college heeft in redelijkheid kunnen afgaan op het door de monumentencommissie in het advies ingenomen standpunt dat de fabrieksschoorsteen ensemblewaarde heeft, omdat het vanwege zijn lengte en markante silhouet de functie van "landmark" vervult, en dat in verband daarmee twee punten kunnen worden toegekend. Voorts heeft het college zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de fabrieksschoorsteen en de mechanische werkplaats een ensemble vormen, omdat zij tezamen herinneren aan de suikerfabriek aldaar, en dat de waardering door de monumentencommissie van de ensemblewaarde van de mechanische werkplaats met één punt niet onredelijk is.

3.4. In de nadere adviezen hebben de monumentencommissie en DSL uiteengezet dat de waardering van de technische staat van de fabrieksschoorsteen en mechanische werkplaats niet los kan worden gezien van de waardering van de technische staat van de overige objecten die door DSL in het kader van de opdracht van het college zijn geïnventariseerd. Dat standpunt is niet onredelijk, nu alle objecten zijn gewaardeerd met behulp van één en dezelfde de waarderingsmatrix, waarbij de onderlinge verhoudingen in de waarderingsmaatstaven tot uitdrukking zijn gebracht.

Naast de fabrieksschoorsteen heeft alleen bij de waardering van de smederij in Heinenoord drie punten aftrek plaatsgehad, vanwege de technische staat waarin het verkeert. Aan alle overige objecten is in verband met hun technische staat, evenals aan de mechanische werkplaats, nul punten toegekend. Niet gebleken is dat de fabrieksschoorsteen in een technisch slechtere staat verkeert dan de smederij of dat de mechanische werkruimte in een technisch slechtere staat verkeert dan de overige monumenten die in dat verband zijn gewaardeerd met nul punten. Er bestaat dan ook geen grond voor het oordeel dat in redelijkheid niet kon worden volstaan met een aftrek van drie punten in verband met de technische staat van de fabrieksschoorsteen en een waardering van nul punten in verband met de technische staat van de mechanische werkplaats. Dat de kosten van herstel aanzienlijk zijn, zoals Suiker Unie betoogt, doet daar niet aan af. Suiker Unie heeft niet aannemelijk gemaakt dat de met het gebruikelijke onderhoud gemoeide kosten dusdanig worden overschreden dat het college bij afweging van alle betrokken belangen niet in redelijkheid heeft kunnen besluiten de fabrieksschoorsteen en mechanische werkplaats als gemeentelijk monument aan te wijzen.

3.5. Gelet op het vorenstaande heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat hetgeen Suiker Unie heeft aangevoerd, onvoldoende aanknopingspunten biedt voor het oordeel dat het advies van de monumentencommissie zodanige gebreken vertoont, dat het college het niet aan zijn besluitvorming ten grondslag mocht leggen.

Het betoog faalt.

4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. P. van Dijk, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.R. Poot, ambtenaar van staat.

w.g. Van Dijk w.g. Poot

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 24 oktober 2012

362-686.