Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BX8288

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
26-09-2012
Datum publicatie
26-09-2012
Zaaknummer
201112215/1/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 17 oktober 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Vlieland Kom" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201112215/1/R4.

Datum uitspraak: 26 september 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellanten], wonend te Vlieland,

en

de raad van de gemeente Vlieland,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 17 oktober 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Vlieland Kom" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellanten] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellanten] hebben een nader stuk ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 6 september 2012, waar de raad, vertegenwoordigd door B. Verheij, werkzaam bij de gemeente, is verschenen.

Overwegingen

1. Het beroep van [appellanten] is gericht tegen het plan voor zover dit niet voorziet in de mogelijkheid van kleinschalige detailhandel, een zogenoemde miniwinkel, in een ruimte aan de achterzijde van hun hotel op het perceel aan de [locatie]. Zij betogen dat een miniwinkel de levendigheid in het dorp verhoogt. Daarnaast zal de door hen beoogde miniwinkel in spirituele artikelen de enige in zijn soort zijn op Vlieland en past deze in de huidige tijd waarbij voor spiritualiteit en zingeving steeds meer aandacht komt, aldus [appellanten]. In dit verband betogen zij dat andere gemeenten een ruimer beleid voeren ten aanzien van de vestiging van miniwinkels, en dat artikel 15 van de Drank- en Horecawet zich niet tegen de vestiging van de miniwinkel verzet.

2. De raad stelt dat binnen de bebouwde kom van Vlieland een combinatie van horeca en detailhandel op één perceel onwenselijk is, omdat dit zal leiden tot een toename van de druk op de omgeving vanwege een mogelijke verruiming van de openingstijden. Het plan voorziet dan ook niet in deze combinatie. Op dit uitgangspunt wenst de raad geen uitzondering te maken voor het perceel aan de Dorpsstraat 173, nu dit een ongewenste precedentwerking kan hebben.

3. Blijkens de verbeelding is aan het perceel aan de Dorpsstraat 173 de bestemming "Recreatie" toegekend met de aanduiding "horeca". Ingevolge artikel 15, lid 15.1, van de planregels zijn deze gronden bestemd voor gebouwen ten behoeve van appartementen en/of kamphuizen, al dan niet in combinatie met woningen en/of horeca. Het plan voorziet niet in de mogelijkheid tot het vestigen van kleinschalige detailhandel, al dan niet via een wijzigingsbevoegdheid, op het perceel.

4. De raad heeft toegelicht dat het gemeentelijk beleid erop is gericht horeca- en detailhandelsactiviteiten gescheiden te houden. De raad heeft voorts toegelicht dat dit beleid binnen de gemeente consequent wordt toegepast, hetgeen [appellanten] niet hebben bestreden. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad in de door [appellanten] gestelde omstandigheden dat de door hen beoogde miniwinkel de levendigheid in het dorp vergroot en toegevoegde waarde heeft voor het winkelbestand op Vlieland geen aanleiding behoeven te zien van genoemd beleid af te wijken. Genoemde omstandigheden kunnen immers worden geacht in het gemeentelijk beleid te zijn verdisconteerd. Daarbij betrekt de Afdeling dat de raad van belang heeft kunnen achten dat een uitzondering op genoemd beleid een ongewenste precedentwerking kan hebben.

Voor zover [appellanten] erop wijzen dat andere gemeenten een ruimer beleid voeren ten aanzien van miniwinkels, overweegt de Afdeling dat de raad bij de toekenning van bestemmingen aan gronden niet gebonden is aan beleid in andere gemeenten.

Voor zover [appellanten] betogen dat artikel 15 van de Drank- en Horecawet zich niet verzet tegen de door hen gewenste vestiging van een miniwinkel op hun perceel aan de [locatie], overweegt de Afdeling dat bedoeld artikel de raad evenmin verplicht tot het toestaan van detailhandel gecombineerd met een horecagelegenheid.

5. In hetgeen [appellanten] hebben aangevoerd ziet de Afdeling dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Het beroep is ongegrond.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.C. Kranenburg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T.A. Oudenaarden, ambtenaar van staat.

w.g. Kranenburg w.g. Oudenaarden

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 26 september 2012

568-745.