Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BX8275

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
21-09-2012
Datum publicatie
26-09-2012
Zaaknummer
201206282/2/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 1 maart 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Ammerzoden" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201206282/2/R2.

Datum uitspraak: 21 september 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

1. [verzoeker sub 1], wonend te [woonplaats], gemeente Maasdriel,

2. [verzoeker sub 2], wonend te [woonplaats], gemeente Maasdriel,

3. [verzoeker sub 3], wonend te [woonplaats], gemeente Maasdriel,

en

de raad van de gemeente Maasdriel,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 1 maart 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Ammerzoden" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [verzoeker sub 1], [verzoeker sub 2] en [verzoeker sub 3] beroep ingesteld.

Voorts hebben [verzoeker sub 1], [verzoeker sub 2] en [verzoeker sub 3] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

[verzoeker sub 1] heeft een nader stuk ingediend.

De voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 5 september 2012, waar [verzoeker sub 1], [verzoeker sub 2] en [verzoeker sub 3], allen bijgestaan door mr. J.H. Hartman, en de raad, vertegenwoordigd door ing. T.H. Sengers, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. Het plan voorziet ten aanzien van de bestemming "Bedrijf" in artikel 6 van de planregels onder meer in een beperking van de toegestane milieucategorie├źn binnen het plangebied en in een beperking van de toegestane bebouwingspercentages en goothoogtes.

3. [verzoeker sub 1], [verzoeker sub 2] en [verzoeker sub 3] kunnen zich niet met het plan verenigen. Zij vrezen dat zij hun bedrijven die behoren tot milieucategorie 3 niet kunnen verbouwen of verkopen, nu nieuwe bedrijven zonder toestemming van het gemeentebestuur in het plan alleen zijn toegestaan als die bedrijven behoren tot de milieucategorie├źn 1 en 2. Voorts betogen zij dat de belangen van bestaande bedrijven zoals die van henzelf onvoldoende zijn meegewogen. Hierbij wijzen zij erop dat hun bedrijven al gedurende lange tijd bestaan, net als de omliggende woningen.

Ook kunnen [verzoeker sub 1], [verzoeker sub 2] en [verzoeker sub 3] zich niet verenigen met de in het plan toegestane maximale bouwhoogtes en bebouwingspercentages.

[verzoeker sub 1] wijst er op dat hij een deel van zijn perceel verhuurt aan een timmerbedrijf, een bedrijf dat behoort tot milieucategorie 1. Als deze huurder de huur zou opzeggen dan zou [verzoeker sub 1] dit gedeelte volgens hem alleen kunnen verhuren aan een bedrijf dat behoort tot milieucategorie 1 of 2, hetgeen aanzienlijke nadelen voor [verzoeker sub 1] met zich zou brengen.

[verzoeker sub 3] wijst er voorts op dat hij zijn bedrijf door middel van nieuwbouw in noordelijke richting wil uitbreiden. Hij betoogt dat het voorliggende plan met zich brengt dat hij in die uitbreiding alleen bedrijfsactiviteiten die behoren tot milieucategorie 1 of 2 mag verrichten, terwijl zijn huidige bedrijfsactiviteiten behoren tot milieucategorie 3. Volgens hem kan hij op die manier de uitbreiding van zijn bedrijf niet combineren met de bestaande bedrijfsactiviteiten.

4. De voorzitter stelt vast dat het plan geen beperkingen met zich brengt voor de huidige door [verzoeker sub 1], [verzoeker sub 2] en [verzoeker sub 3] op hun percelen verrichte bedrijfsactiviteiten.

Ter zitting heeft [verzoeker sub 1] toegelicht dat hij geen concrete aanwijzingen heeft dat zijn huurder de huur van een deel van het perceel van [verzoeker sub 1] wil opzeggen.

Verder stelt de voorzitter vast dat de gronden ten noorden van het perceel van [verzoeker sub 3], waarop [verzoeker sub 3] de uitbreiding van zijn bedrijf wil realiseren, in het voorliggende plan de bestemming "Agrarisch met waarden - Landschaps- en cultuurhistorische waarden" heeft. Binnen die bestemming zijn de door [verzoeker sub 3] gewenste bedrijfsactiviteiten in geen enkele milieucategorie toegestaan. Gelet hierop zal eerst een nieuwe planologische procedure moeten worden gevolgd voordat deze door [verzoeker sub 3] gewenste uitbreiding kan worden gerealiseerd.

Voorts is niet gebleken van concrete uitbreidingsplannen van [verzoeker sub 1], [verzoeker sub 2] en [verzoeker sub 3] waaraan de gewijzigde maximale bouwhoogte en het gewijzigde maximale bebouwingspercentage in de weg zouden staan.

Gelet op het voorgaande is de voorzitter van oordeel dat met de verzoeken in zoverre geen spoedeisend belang is gemoeid. Ook anderszins is de voorzitter niet gebleken van een spoedeisend belang dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt.

5. Gelet op het vorenstaande bestaat aanleiding de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst de verzoeken af.

Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. P. Plambeck, ambtenaar van staat.

De voorzitter w.g. Plambeck

is verhinderd de uitspraak ambtenaar van staat

te ondertekenen.

Uitgesproken in het openbaar op 21 september 2012

159-726.