Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BX8237

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18-09-2012
Datum publicatie
26-09-2012
Zaaknummer
201205830/2/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 20 maart 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Kern Honselersdijk" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201205830/2/R4.

Datum uitspraak: 18 september 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

1.    [verzoeker sub 1] en anderen, allen wonend te [woonplaats], gemeente Westland,

2.    [verzoekers sub 2], beiden wonend te [woonplaats], gemeente Westland, (hierna: tezamen en in enkelvoud: [verzoeker sub 2]),

en

de raad van de gemeente Westland,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 20 maart 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Kern Honselersdijk" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [verzoeker sub 1] en anderen en [verzoeker sub 2] beroep ingesteld.

[verzoeker sub 1] en anderen en [verzoeker sub 2] hebben de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 3 september 2012, waar [verzoeker sub 1] en anderen, [verzoekers sub 2], vertegenwoordigd door [gemachtigde], en de raad, vertegenwoordigd door ing. B.C. Honselaar en E.J. den Hollander, werkzaam bij de gemeente Westland, zijn verschenen.

Overwegingen

1.    Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.    Het bestemmingplan heeft betrekking op het woongebied van Honselersdijk. Het vervangt de vorige bestemmingsplannen door een uniforme en actuele bestemmingsregeling. Het plan voorziet op het perceel op de hoek van de Endeldijk, de Burgemeester Hoogenboomstraat en de Van Poeljestraat in de bestemming "Wonen", de aanduiding "gestapeld", een bouwvlak, een maatvoeringsvlak, een maximaal toegestane bouwhoogte binnen het maatvoeringsvlak van 18,5 m en een maximaal toegestane bouwhoogte buiten het maatvoeringsvlak van 15,5 m.

3.    [verzoeker sub 1] en anderen en [verzoeker sub 2] keren zich tegen de bouw van 30 appartementen en een steunpunt op het perceel op de hoek van de Endeldijk, de Burgemeester Hoogenboomstraat en de Van Poeljestraat.

4.    De raad voert aan dat [verzoeker sub 1] en anderen en [verzoeker sub 2] geen zienswijzen tegen het ontwerpplan naar voren hebben gebracht, zodat het beroep slechts ontvankelijk kan zijn voor zover het de wijzigingen betreft die zijn aangebracht ten opzichte van het ontwerpplan.

4.1.    Ingevolge de artikelen 3:11, 3:15 en 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) wordt het ontwerpplan ter inzage gelegd voor de duur van zes weken en kunnen gedurende deze termijn zienswijzen naar voren worden gebracht bij de raad.

    [verzoeker sub 1] en anderen en [verzoeker sub 2] hebben geen zienswijze tegen het ontwerpplan naar voren gebracht bij de raad.

    Ingevolge artikel 8.2, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 6:13 van de Awb, kan beroep slechts worden ingesteld tegen het besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan door de belanghebbende die tegen het ontwerpplan tijdig een zienswijze naar voren heeft gebracht.

    Dit is slechts anders indien een belanghebbende redelijkerwijs niet kan worden verweten dat hij niet tijdig een zienswijze naar voren heeft gebracht.

    [verzoeker sub 1] en anderen en [verzoeker sub 2] hebben niet aannemelijk gemaakt dat hen niet kan worden verweten dat zij niet tijdig een zienswijze naar voren hebben gebracht. Dat zij, na bezwaar te hebben gemaakt tegen een vrijstellingsbesluit betreffende die locatie, kennisgeving van het bestemmingsplan hebben gemist, is een omstandigheid die voor hun rekening en risico moet blijven. Omdat naar verwachting het beroep slechts ontvankelijk zal zijn voor zover daarin wijzigingen zijn aangebracht ten opzichte van het ontwerpplan kunnen de verzoeken slechts in zoverre het besluit tot vaststelling van het plan betreffen. De voorzitter stelt vast dat het plan, voor zover hier van belang, ten opzichte van het ontwerpplan is gewijzigd op de volgende punten: de maximaal toegestane bouwhoogte binnen het maatvoeringsvlak is verhoogd van 18 m naar 18,5 m, de maximaal toegestane bouwhoogte buiten het maatvoeringsvlak is verhoogd van 15 m naar 15,5 m en het bouwvlak is met 3,5 m verbreed.

5.    [verzoeker sub 1] en anderen en [verzoeker sub 2] voeren aan dat zij niet voldoende in de gelegenheid zijn gesteld om te reageren op de ten opzichte van het ontwerpplan aangebrachte wijzigingen.

5.1.    De raad kan bij de vaststelling van het plan daarin wijzigingen aanbrengen ten opzichte van het ontwerp. Slechts indien de afwijkingen van het ontwerp naar aard en omvang zodanig groot zijn dat een wezenlijk ander plan is vastgesteld, dient opnieuw de gelegenheid te worden gegeven voor het indienen van zienswijzen.

    Vaststaat dat de raad in dit geval het plandeel, waartegen het beroep is gericht, heeft vastgesteld met een aantal wijzigingen. Deze onder 4 vermelde afwijkingen van het ontwerp zijn naar aard en omvang niet zo groot dat geoordeeld moet worden dat een wezenlijk ander plan voorligt.

6.    [verzoeker sub 1] en anderen en [verzoeker sub 2] hebben aangevoerd dat de appartementen wat betreft omvang en situering niet in het straatbeeld passen. Zij vrezen voor schade en vermindering van lichtinval door de toegestane hoogte van de bebouwing.

6.1.    De voorzitter ziet in deze bezwaren, mede gelet op de beperkte omvang van de wijzigingen waarop de verzoeken betrekking kunnen hebben, geen aanleiding voor het oordeel dat er zodanige gebreken aan het plan kleven, dat deze in de hoofdzaak tot de conclusie zullen leiden dat het plan reeds hierom niet in stand zal kunnen blijven.

7.    [verzoeker sub 1] en anderen en [verzoeker sub 2] voeren aan dat niet zeker is dat het plan uitvoerbaar is, gelet op de financiële situatie bij projectontwikkelaar Vestia. De voorzitter ziet in deze enkele verwijzing naar de financiële situatie bij de projectontwikkelaar geen grond voor het treffen van een voorlopige voorziening.

8.    Gelet hierop bestaat aanleiding de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

9.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst de verzoeken af.

Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A. Bijleveld, ambtenaar van staat.

w.g. Van Diepenbeek    w.g. Bijleveld

voorzitter    ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 18 september 2012

433.