Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BX7711

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
19-09-2012
Datum publicatie
19-09-2012
Zaaknummer
201104777/1/A4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 24 november 2009 heeft het college de kosten van de jegens [appellante] toegepaste spoedeisende bestuursdwang vastgesteld op € 19.189,87.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201104777/1/A4.

Datum uitspraak: 19 september 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante], gevestigd te Doetinchem,

en

het college van burgemeester en wethouders van Hof van Twente,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 24 november 2009 heeft het college de kosten van de jegens [appellante] toegepaste spoedeisende bestuursdwang vastgesteld op € 19.189,87.

Bij besluit van 27 april 2010 heeft het college het door [appellante] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft [appellante] bij de rechtbank Almelo beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep met toepassing van artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht doorgezonden naar de Afdeling.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

[appellante] heeft een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 juni 2012, waar [appellante], vertegenwoordigd door mr. J.G.M. Roijers, advocaat te Rotterdam, en het college, vertegenwoordigd door P. Braamhaar en A.J. Arends, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Op 8 september 2009 is tijdens sloopwerkzaamheden op een aan [appellante] in eigendom toebehorend perceel een ammoniaklekkage ontstaan. Het college heeft op 8 en 9 september 2009 spoedeisende bestuursdwang toegepast, bestaande uit het leegpompen van de ammoniaktank, de afvoer van ammoniak en ammonia en de beveiliging van de locatie.

Bij besluit van 22 september 2009 heeft het college het besluit om spoedeisende bestuursdwang toe te passen op schrift gesteld en daarbij bepaald dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang voor rekening van [appellante] komen. Het college heeft aan dit besluit onder meer ten grondslag gelegd dat de ammoniaklekkage een ernstig gevaar opleverde voor het milieu en de volksgezondheid en dat daarmee in strijd werd gehandeld met artikel 2.1, eerste lid, onder l, van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer.

2. [appellante] heeft geen rechtsmiddelen aangewend tegen het bestuursdwangbesluit van 22 september 2009, zodat dit besluit in rechte onaantastbaar is geworden. In deze procedure kan slechts de rechtmatigheid van het kostenbesluit van 24 november 2009 en van het besluit van 27 april 2010 worden beoordeeld. Gelet hierop kunnen de beroepsgronden van [appellante] die zijn gericht tegen het bestuursdwangbesluit van 22 september 2009, waaronder het betoog dat dit besluit verkeerd is geadresseerd, de bewuste ammoniaktank buiten de inrichting ligt en zij niet aansprakelijk kan worden gehouden voor de kosten, niet slagen.

3. [appellante] betoogt dat het in het kostenbesluit genoemde perceel niet het perceel is waarop de spoedeisende bestuursdwang is toegepast.

3.1. Het in het kostenbesluit genoemde perceel komt overeen met het perceel dat is genoemd in het bestuursdwangbesluit. Uit het kostenbesluit blijkt duidelijk dat het betrekking heeft op dezelfde calamiteit als waar het bestuursdwangbesluit en de uitgevoerde herstel- en beschermende maatregelen op zien.

Het betoog faalt.

4. Het betoog van [appellante] dat de aan haar in rekening gebrachte kosten onevenredig hoog zijn, slaagt evenmin, reeds omdat zij dit betoog niet heeft gemotiveerd. Dat, naar [appellante] stelt, in een factuur ten aanzien van één kostenpost een onjuiste datum is vermeld, biedt geen grond voor het oordeel dat het college deze kosten ten onrechte aan [appellante] in rekening heeft gebracht.

5. Het beroep is ongegrond.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, voorzitter, en mr. Y.E.M.A. Timmerman-Buck en mr. E. Steendijk, leden, in tegenwoordigheid van mr. F.B. van der Maesen de Sombreff, ambtenaar van staat.

De voorzitter w.g. Van der Maesen de Sombreff

is verhinderd de uitspraak ambtenaar van staat

te ondertekenen.

Uitgesproken in het openbaar op 19 september 2012

190-732.