Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BX7675

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
11-09-2012
Datum publicatie
19-09-2012
Zaaknummer
201207567/1/A4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 18 juni 2012 heeft het college aan Nova Ockenburgh OG B.V. en aan de gemeente Den Haag een vergunning als bedoeld in de artikelen 16, eerste lid, en 19d, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998 verleend voor de renovatie van landgoed Ockenburgh binnen het beschermd natuurmonument "Solleveld" en het Natura 2000-gebied "Solleveld & Kapittelduinen" (hierna: de Nbw-vergunning).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201207567/1/A4.

Datum uitspraak: 11 september 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

de stichtingen Stichting Duinbehoud, gevestigd te Leiden, en Stichting Westlandse Natuur, gevestigd te Naaldwijk, gemeente Westland (hierna: de Stichtingen),

en

het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 18 juni 2012 heeft het college aan Nova Ockenburgh OG B.V. en aan de gemeente Den Haag een vergunning als bedoeld in de artikelen 16, eerste lid, en 19d, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998 verleend voor de renovatie van landgoed Ockenburgh binnen het beschermd natuurmonument "Solleveld" en het Natura 2000-gebied "Solleveld & Kapittelduinen" (hierna: de Nbw-vergunning).

Tegen dit besluit hebben de Stichtingen bezwaar gemaakt.

Voorts hebben de Stichtingen de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 3 september 2012, waar de Stichting Duinbehoud, vertegenwoordigd door J. Duindam en B. ter Haar, de Stichting Westlandse Natuur, vertegenwoordigd door J. Duindam en A.J.A. van Schie, en het college, vertegenwoordigd door ir. V.W.M.M. Ampt-Riksen en M.L. de Koning, zijn verschenen. Voorts zijn ter zitting Nova Ockenburgh OG B.V., vertegenwoordigd door drs. H. Jung, en de gemeente Den Haag, vertegenwoordigd door mr. R.A. Wassenburg en J.J. Schuurkamp, als partij gehoord.

Overwegingen

1.    Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan een voorlopige voorziening worden getroffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

1.1.    Aan het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ligt ten grondslag dat uitvoering van de bij de Nbw-vergunning toegestane werkzaamheden leidt tot vernietiging van 3000 m2 van het binnen het Natura 2000-gebied Solleveld & Kapittelduinen aanwezige habitattype H2180C, en daarmee volgens de Stichtingen tot onomkeerbare gevolgen.

1.2.    Bij brief van 27 augustus 2012 hebben Nova Ockenburgh OG B.V. en de gemeente Den Haag, Dienst Stadsbeheer, het college bericht dat de werkzaamheden voor het bouwrijp maken van de landhuislocatie op landgoed Ockenburgh niet eerder zullen plaatsvinden dan nadat de Nbw-vergunning onherroepelijk is geworden. Ter zitting hebben zij dit bevestigd en verklaard dat hierbij is gedoeld op alle ingrepen waarop de Nbw-vergunning ziet die mogelijk negatieve gevolgen kunnen hebben voor de natuurwaarden binnen het Natura 2000-gebied "Solleveld & Kapittelduinen".

1.3.    Onder deze omstandigheden bestaat geen onverwijlde spoed die noopt tot het treffen van een voorlopige voorziening.

2.    Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. F.B. van der Maesen de Sombreff, ambtenaar van staat.

w.g. Van Sloten    w.g. Van der Maesen de Sombreff

voorzitter             ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 11 september 2012

190-727.