Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BX7123

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
12-09-2012
Datum publicatie
12-09-2012
Zaaknummer
201200134/1/A2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 7 april 2011 heeft het bestuur een aanvraag van [appellante] om een toevoeging voor rechtsbijstand afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201200134/1/A2.

Datum uitspraak: 12 september 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend te Roosendaal,

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 25 november 2011 in zaak nr. 11/3063 in het geding tussen:

[appellante]

en

het bestuur van de raad voor rechtsbijstand.

Procesverloop

Bij besluit van 7 april 2011 heeft het bestuur een aanvraag van [appellante] om een toevoeging voor rechtsbijstand afgewezen.

Bij besluit van 10 juni 2011 heeft het bestuur het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 25 november 2011 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.

Het bestuur heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

Nadat partijen daartoe toestemming als bedoeld in artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht hebben verleend, heeft de Afdeling bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 28, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet op de rechtsbijstand (hierna: de Wrb) kan het bestuur de toevoeging weigeren indien de aanvraag betrekking heeft op een rechtsbelang terzake waarvan de aanvrager aanspraak kan maken op rechtsbijstand op grond van een eerder afgegeven toevoeging.

Ingevolge artikel 32 geldt de toevoeging uitsluitend voor het rechtsbelang ter zake waarvoor zij is verleend en, in het geval van een procedure, voor de behandeling daarvan in één instantie, de tenuitvoerlegging van de rechterlijke uitspraak daaronder begrepen.

Ter nadere invulling van zijn in onder meer artikel 32 van de Wrb neergelegde bevoegdheid, heeft het bestuur beleidsregels vastgesteld die zijn neergelegd in het Handboek Toevoegen, uitgave april 2007 (hierna: het Handboek).

Volgens aantekening 2 bij artikel 32 van de Wrb van het Handboek is het begrip rechtsbelang in artikel 1 van het Besluit rechtsbijstand- en toevoegcriteria gedefinieerd als het belang waarvoor de rechtzoekende rechtsbijstand aanvraagt. Aldus gedefinieerd zal in de beoordeling moeten worden betrokken wat het door de rechtzoekende met de rechtsbijstand beoogde eindresultaat is, met welk oogmerk rechtsbijstand is verzocht. De wijze waarop het belang behartigd wordt en de wegen die daartoe bewandeld worden, zijn voor de beoordeling minder bepalend. Bij de beoordeling van vervolgaanvragen gaat het veeleer om de vraag of de werkzaamheden waarvoor toevoeging wordt aangevraagd, dienen ter behartiging van hetzelfde rechtsbelang waarvoor reeds eerder is toegevoegd.

Naar aanleiding van de inwerkingtreding van de Wet dwangsom heeft het bestuur de werkinstructie "Wet dwangsom" opgesteld, waaruit blijkt dat voor het indienen van beroep bij de rechtbank, waarbij de rechtbank slechts hoeft te toetsen of het bestuursorgaan niet tijdig heeft beslist, een lichte advies toevoeging (LAT) wordt verleend, en dat een eventuele vervolgberoepsprocedure in aanmerking komt voor een nieuwe reguliere toevoeging, als deze nog niet is verleend.

2. Aan [appellante] is een reguliere toevoeging verleend voor rechtsbijstand voor een beroepsprocedure tegen het uitblijven van een besluit op bezwaar tegen de afwijzing van de verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf. De rechtbank Zwolle heeft op 3 maart 2011 het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar gegrond verklaard en de minister van Immigratie en Asiel (hierna: de minister) opgedragen binnen twee weken na verzending van de uitspraak een besluit te nemen. Op 17 maart 2011 heeft de minister het besluit genomen. [appellante] heeft op 18 maart 2011 een toevoeging aangevraagd om tegen dat besluit beroep in te stellen. Deze aanvraag is door het bestuur bij besluit van 7 april 2011 afgewezen op de grond dat de werkzaamheden onder het bereik van de eerder afgegeven toevoeging vallen.

3. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het beroep op het niet tijdig beslissen hetzelfde rechtsbelang dient als het inhoudelijke beroep, na het besluit op bezwaar. De rechtbank heeft zijns inziens miskend dat, anders dan in de tweede beroepsprocedure, in de eerste beroepsprocedure geen inhoudelijke aspecten aan de orde komen, en het rechtsbelang erin is gelegen een besluit van het bestuursorgaan af te dwingen. [appellante] betoogt voorts dat de rechtbank heeft miskend dat sprake is van diversiteit van procedures, omdat - onder meer - tweemaal griffierecht wordt geheven en beide procedures verschillende nummers hebben, op verschillende data worden aangespannen en wezenlijk verschillen met betrekking tot het onderwerp.

3.1. De rechtbank heeft terecht, onder verwijzing naar vaste rechtspraak van de Afdeling (bijvoorbeeld de uitspraak van 2 mei 2007 in zaak nr. 200607001/1) overwogen dat uit de artikelen 28, eerste lid, aanhef en onder b, en 32 van de Wrb, in onderlinge samenhang bezien, volgt dat indien sprake is van één rechtsbelang, met één toevoeging kan worden volstaan, tenzij sprake is van verschillende procedures dan wel, in geval van één procedure, sprake is van meer dan één instantie als bedoeld in artikel 32 van de Wrb. Er is geen sprake van verschillende procedures als beide procedures wat betreft het onderwerp van geschil en het daaraan ten grondslag liggende feitencomplex identiek of vrijwel identiek zijn.

3.2. De rechtbank heeft terecht en op goede gronden geoordeeld dat het bestuur zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de aan het beroep tegen het besluit van 17 maart 2011 verbonden werkzaamheden vallen onder het bereik van de reeds eerder afgegeven toevoeging, zodat het bestuur in redelijkheid gebruik heeft kunnen maken van zijn bevoegdheid om de tweede toevoeging te weigeren. In beide procedures is sprake van één rechtsbelang, te weten het belang van [appellante] bij afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf. Het verkrijgen van een besluit op bezwaar kan niet als afzonderlijk rechtsbelang worden beschouwd.

De rechtbank heeft voorts in de omstandigheid dat in formele zin sprake is van twee procedures, wat ook blijkt uit het door [appellante] aangevoerde feit dat tweemaal griffierecht in rekening is gebracht, dat beide zaken een eigen procedurenummer hebben, op verschillende momenten zijn aangespannen en op afzonderlijke zittingen worden behandeld, terecht geen aanleiding gezien voor het oordeel dat sprake is van verschillende procedures. Immers beide procedures hebben als begin dezelfde aanvraag en de latere behandeling van het beroep tegen het inhoudelijke besluit op bezwaar betreft opnieuw een procedure voor de rechtbank en dus dezelfde instantie. Daarbij is van betekenis dat het onderliggende feitencomplex in beide procedures identiek is. Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, sluit het beleid zoals dat is neergelegd in de werkinstructie "Wet dwangsom" hierbij aan, aangezien daaruit volgt dat de inhoudelijke vervolgberoepsprocedure alleen in aanmerking komt voor een nieuwe reguliere toevoeging, als deze nog niet is verleend.

Het betoog faalt.

4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, ambtenaar van staat.

w.g. Troostwijk w.g. Van Meurs-Heuvel

lid van de enkelvoudige kamer

ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 12 september 2012

47-756.