Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BX7121

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
12-09-2012
Datum publicatie
12-09-2012
Zaaknummer
201113065/1/A1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 9 september 2010 heeft het college naar aanleiding van een verzoek van de vereniging "Vereniging Al Ansaar" (hierna: vergunninghoudster) een projectbesluit genomen en bouwvergunning verleend voor het oprichten van een moskee op het perceel Monseigneur van Leeuwenlaan 13 te Hillegom (hierna: het perceel).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201113065/1/A1.

Datum uitspraak: 12 september 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op de hoger beroepen van:

1. [appellant sub 1], wonend te Hillegom,

2. de vereniging Vereniging van Eigenaren Olympus, gevestigd te Hillegom (hierna: de Vereniging),

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 23 november 2011 in de zaken nrs. 10/7199, 10/7219 en 10/7291 in het geding tussen:

[appellant sub 1],

de Vereniging

en

het college van burgemeester en wethouders van Hillegom.

Procesverloop

Bij besluit van 9 september 2010 heeft het college naar aanleiding van een verzoek van de vereniging "Vereniging Al Ansaar" (hierna: vergunninghoudster) een projectbesluit genomen en bouwvergunning verleend voor het oprichten van een moskee op het perceel Monseigneur van Leeuwenlaan 13 te Hillegom (hierna: het perceel).

Bij uitspraak van 23 november 2011 heeft de rechtbank de door onder meer [appellant sub 1] en de Vereniging daartegen ingestelde beroepen gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, doch bepaald dat de rechtsgevolgen ervan in stand blijven. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben [appellant sub 1] en de Vereniging hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant sub 1] en het college hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 29 mei 2012, waar [appellant sub 1], bijgestaan door C.L.M. Weijers-Tempelaars en H. van Lierop-Scheepmaker, en het college, vertegenwoordigd door mr. M.F.A. Dankbaar, advocaat te Haarlem, en ing. Th.F. Zeeman, zijn verschenen. Voorts is daar vergunninghoudster, vertegenwoordigd door R. El Mahdadi, gehoord.

Overwegingen

In het hoger beroep van de Vereniging

1. Het hoger beroepschrift is ingediend door de leden en het bestuur van de Vereniging en is namens hen ondertekend door de voorzitter van het bestuur. Die voorzitter heeft [appellant sub 1] gemachtigd om namens de Vereniging ter zitting het woord te voeren.

1.1. Ingevolge artikel 41, vierde lid, van de statuten van de Vereniging behoeft het bestuur de machtiging van de vergadering voor het instellen van en berusten in rechtsvorderingen en het aangaan van dadingen, alsmede voor het verrichten van rechtshandelingen en het geven van kwijtingen een belang van een nader door de vergadering vast te stellen bedrag te boven gaande.

1.2. Voor optreden in rechte is aldus nodig dat het bestuur daartoe door de vergadering gemachtigd wordt. Uit de dossierstukken blijkt niet van zodanige machtiging. Niet is gebleken dat de voorzitter, dan wel [appellant sub 1], de vereniging in rechte kon vertegenwoordigen. Gelet hierop, is het namens de Vereniging ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.

In het hoger beroep van [appellant sub 1]

2. Het bouwplan voorziet in het oprichten op het perceel van een moskee en de aanleg van een parkeerterrein. Het op te richten gebouw bestaat uit twee verdiepingen en heeft een afmeting van 20 m bij 17 m en een hoogte van 7 m. Er bovenop zal een contour van een minaret worden geplaatst van 7 m hoog.

3. Op het perceel rust ingevolge het bestemmingsplan "Havenkwartier" de bestemming "Maatschappelijke doeleinden".

Ingevolge artikel 11, eerste lid, van de planvoorschriften, voor zover thans van belang, zijn de op de plankaart als "Maatschappelijke doeleinden" aangewezen gronden bestemd voor medische, sociaal-culturele, religieuze, sport- en educatieve instellingen, alsmede instellingen voor openbare dienstverlening en/of openbaar bestuur.

Ingevolge het tweede lid dient de bebouwing te voldoen aan de volgende voorschriften:

a. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;

b. de goothoogte en hoogte van gebouwen bedragen maximaal de als zodanig op de plankaart aangeduide goothoogte respectievelijk hoogte;

c. (…)

d. (…)

Op de plankaart is vermeld dat op het perceel de maximale goothoogte en de maximale hoogte 3 m bedragen.

4. Het bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan, omdat buiten het bouwvlak wordt gebouwd en de maximale hoogte van 3 m wordt overschreden. Om realisering ervan niettemin mogelijk te kunnen maken heeft het college krachtens artikel 3.10 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) een projectbesluit genomen.

5. [appellant sub 1] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het bouwplan niet in voldoende parkeergelegenheid voorziet. Volgens hem is het college van een te lage parkeernorm uitgegaan. In dit verband betoogt hij dat de voorziene moskee een grotere oppervlakte heeft dan de bestaande, wat erop duidt dat de bezoekersaantallen zullen toenemen. Voorts betoogt hij dat de nieuwe moskee een regionale functie zal vervullen, onder meer omdat in het nabijgelegen Nieuw-Vennep geen moskee is. De parkeerdruk zal hierdoor toenemen, aldus [appellant sub 1].

5.1. Volgens de "Ruimtelijke onderbouwing Moskee Al Ansaar St. Jozefpark te Hillegom" van 31 augustus 2010, die ten grondslag ligt aan het besluit van 9 september 2010, voorziet het bouwplan in de aanleg van een parkeerterrein met 18 parkeerplaatsen. Daarnaast zullen in de omgeving aan de Eboralaan parkeerplaatsen beschikbaar zijn, nu uit een onderzoek naar de bezettingsgraad van parkeerplaatsen in Hillegom is gebleken dat daar een overschot is van 8 parkeerplaatsen, aldus die onderbouwing.

5.2. Het college heeft wat betreft het parkeren aansluiting gezocht bij de parkeercijfers voor sociaal culturele voorzieningen van het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (hierna: CROW). Voor een sociaal cultureel centrum, wijk- of verenigingsgebouw wordt een parkeernorm van minimaal 2,0 en maximaal 4,0 parkeerplaatsen per 100 m2 bruto vloeroppervlak (hierna: bvo) aangehouden. Het bvo van het bouwplan bedraagt volgens de aanvraag 680 m2. Uitgaande van een parkeernorm van 2,0 heeft het college een parkeerbehoefte van 14 parkeerplaatsen berekend.

5.3. In hetgeen [appellant sub 1] in beroep heeft aangevoerd heeft de rechtbank terecht geen grond gevonden voor het oordeel dat het college niet in redelijkheid van een parkeernorm van 2,0 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo heeft kunnen uitgaan. Daarbij is in aanmerking genomen dat het bouwplan de nieuwbouw van een bestaande moskee betreft, die zich thans in een tijdelijke huisvesting op korte afstand van de locatie van het bouwplan bevindt. Ter zitting heeft het college toegelicht dat het bouwplan is bedoeld voor de bestaande gemeenschap en niet wordt beoogd dat nieuwe leden worden aangetrokken. Vergunninghoudster heeft in dit verband gesteld dat tussen de 40 en 50 gezinnen uit Hillegom en Bennebroek de moskee bezoeken. De enkele stelling van [appellant sub 1] dat er in Nieuw-Vennep geen moskee is, is, wat daar van zij, onvoldoende om te oordelen dat het college heeft miskend dat het op te richten gebouw een regionale functie zal krijgen en de bezoekersaantallen in betekenisvolle mate zullen toenemen. Het mocht aannemen dat de moskee in een lokale behoefte voorziet.

Het betoog faalt.

6. [appellant sub 1] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college het bouwplan ten onrechte in overeenstemming met de redelijke eisen van welstand heeft geacht. Daartoe betoogt hij dat het het bouwplan ten onrechte aan de algemene welstandscriteria uit de "Welstandsnota Hillegom" van mei 2008 (hierna: de Welstandsnota) heeft getoetst. In dit verband voert hij aan dat van het op te richten gebouw onvoldoende zeggingskracht uitgaat en het ingetogen en eenvoudig van opzet is. Voorts heeft zij miskend dat het college de procedure om van de gebiedsgerichte en objectgerichte welstandscriteria af te wijken niet heeft gevolgd, aldus [appellant sub 1].

6.1. Aan het besluit van 9 september 2010 liggen de adviezen van de welstandscommissie van 8 juli 2011 en 18 oktober 2011 ten grondslag. Volgens die adviezen is het bouwplan in overeenstemming met redelijke eisen van welstand.

De rechtbank heeft in het in beroep aangevoerde terecht geen grond gevonden voor het oordeel dat het college het bouwplan in navolging van de welstandscommissie ten onrechte aan de algemene welstandscriteria uit hoofdstuk 3 van de Welstandsnota heeft getoetst. De rechtbank heeft terecht in aanmerking genomen dat, wanneer voor het bouwplan de gebiedsgerichte criteria ontoereikend zijn, in de welstandsnota wordt verwezen naar de daarin opgenomen algemene welstandscriteria voor onverwachte, experimentele, of opvallende bouwwerken. In de welstandsadviezen is in dit verband vermeld dat de moskee een afwijkende positie binnen de omliggende bebouwing heeft, waardoor de hogere positie ervan binnen de stedenbouwkundige ordening wordt benadrukt. Volgens de welstandscommissie heeft de voorziene moskee een vrijstaande positionering en een rijkere uitwerking, die de zeggingskracht van het gebouw versterkt. De stelling van [appellant sub 1] dat van de voorziene moskee geen zeggingskracht uitgaat, nu die volgens de welstandsadviezen eenvoudig en ingetogen van opzet is, heeft de rechtbank terecht geen aanleiding gegeven voor het oordeel dat het college het bouwplan ten onrechte aan de algemene welstandscriteria heeft getoetst.

6.2. [appellant sub 1] betoogt eveneens tevergeefs dat de rechtbank heeft miskend dat het college de procedure voor het afwijken van de gebiedsgerichte criteria ten onrechte niet heeft gevolgd. In hoofdstuk 3 van de Welstandsnota is vermeld dat de welstandscommissie het college gemotiveerd en schriftelijk moet adviseren om van de gebiedsgerichte criteria af te wijken en de algemene welstandscriteria toe te passen. Hieraan is voldaan, nu de welstandscommissie in adviezen van 8 juli en 18 oktober 2011 heeft uiteengezet dat de gebiedsgerichte criteria niet voldoen en om die reden de algemene criteria zijn toegepast.

Het betoog faalt.

7. [appellant sub 1] betoogt verder dat de rechtbank heeft miskend dat het besluit van 9 september 2010 onzorgvuldig tot stand is gekomen, nu het college onvoldoende mogelijkheid heeft geboden tot inspraak over de locatie van het op te richten gebouw. De bewoners van het nabijgelegen appartementencomplex Olympus zijn ten onrechte niet op de door het gemeentebestuur georganiseerde informatieavond uitgenodigd, aldus [appellant sub 1].

7.1. Het college heeft gelegenheid geboden tot het indienen van een zienswijze tegen het ontwerpbesluit. [appellant sub 1] heeft daarvan gebruik gemaakt. Het organiseren van informatieavonden is niet voorgeschreven in de in afdeling 3.4 van de Awb geregelde procedure. De rechtbank heeft in het aangevoerde ook overigens terecht geen aanleiding gezien voor het oordeel dat de gevolgde procedure onzorgvuldig dan wel onjuist is geweest.

Het betoog faalt.

8. Voor zover [appellant sub 1] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat de waarde van zijn woning zal dalen als gevolg van het realiseren van het bouwplan, geldt dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat deze waardedaling zo groot zal zijn dat geoordeeld moet worden dat het college in verband daarmee niet in redelijkheid gebruik heeft kunnen maken van zijn bevoegdheid om een projectbesluit te nemen. Het betoog faalt.

9. [appellant sub 1] heeft voor het eerst in hoger beroep betoogd dat de moskee niet aan de hoogtematen die in het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan "Elsbroek" zijn opgenomen voldoet. Aangezien het hoger beroep is gericht tegen de aangevallen uitspraak en er geen reden is om aan te nemen dat deze grond niet bij de rechtbank kon worden aangevoerd, kan deze grond reeds om die reden niet leiden tot het ermee beoogde resultaat.

10. Het door [appellant sub 1] ingestelde hoger beroep is ongegrond.

11. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

12. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep van de vereniging Vereniging van Eigenaren Olympus niet-ontvankelijk;

II. bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, en mr. E. Steendijk en mr. N. Verheij, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Graaff-Haasnoot, ambtenaar van staat.

w.g. Loeb w.g. Graaff-Haasnoot

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 12 september 2012

531-651.