Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BX7119

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
12-09-2012
Datum publicatie
12-09-2012
Zaaknummer
201112873/1/A2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 14 december 2010 heeft de raad de inschrijving van [appellant] voor het ontvangen van toevoegingen voor dat jaar doorgehaald.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201112873/1/A2.

Datum uitspraak: 12 september 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 2 november 2011 in zaak nr. 11/680 in het geding tussen:

[appellant]

en

de raad voor rechtsbijstand Leeuwarden, thans: het bestuur van de raad voor rechtsbijstand (hierna: de raad).

Procesverloop

Bij besluit van 14 december 2010 heeft de raad de inschrijving van [appellant] voor het ontvangen van toevoegingen voor dat jaar doorgehaald.

Bij besluit van 3 februari 2011 heeft hij het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 2 november 2011 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

Nadat partijen daartoe toestemming hadden verleend, heeft de Afdeling bepaald dat behandeling van de zaak ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 14 van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb), voor zover thans van belang, worden alle in Nederland kantoor houdende advocaten die daartoe een aanvraag hebben ingediend, door de raad ingeschreven, indien zij voldoen aan de in artikel 15 bedoelde voorwaarden. De raad kan regels stellen met betrekking tot deze voorwaarden.

Ingevolge artikel 15, aanhef en onder a, kunnen de door de raad te stellen regels met betrekking tot de voorwaarden betrekking hebben op het minimum en het maximum aantal zaken, waarvoor een advocaat jaarlijks zal worden toegevoegd.

Ingevolge artikel 17, tweede lid, aanhef en onder a, kan de raad de inschrijving doorhalen, indien de advocaat niet voldaan heeft, dan wel niet langer voldoet, aan de voor de inschrijving gestelde voorwaarden.

Ingevolge artikel 5, onder a, van de Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2010 krachtens de Wet op de Rechtsbijstand (hierna: de Inschrijvingsvoorwaarden), voor zover thans van belang, worden ter waarborging van de kwaliteit van de gefinancierde rechtsbijstand aan een advocaat jaarlijks niet meer toevoegingen afgegeven, dan het equivalent van 250 ‘eenheden’. Hieronder worden mede begrepen de ambtshalve toevoegingen.

Ingevolge dat artikel, onder b, zal, indien een advocaat het maximum aantal toevoegingen heeft bereikt, zijn inschrijving worden doorgehaald, als gevolg waarvan in het desbetreffende kalenderjaar geen toevoegingen meer aan hem zullen worden afgegeven.

2. De raad heeft aan het besluit van 3 februari 2011 ten grondslag gelegd dat de toevoegingen van de eerste twaalf zaken die in het overzicht, dat als bijlage bij het besluit van 14 december 2010 is gevoegd, zijn vermeld, in 2010 zijn afgegeven en daarom meetellen bij het aantal afgegeven toevoegingen van dat jaar en [appellant] het maximum aantal toevoegingen in 2010 heeft bereikt.

3. [appellant] betoogt dat de rechtbank, door te overwegen dat uit artikel 5, onder a, van de Inschrijvingsvoorwaarden volgt dat het moment van afgifte van een toevoeging bepalend is voor de vaststelling of het maximum aantal toevoegingen is bereikt, heeft miskend dat de datum, waarop een toevoeging moest worden afgegeven, doorslaggevend is voor het bepalen, voor welk jaar een toevoeging meetelt voor het maximum aantal zaken en niet die, waarop dat feitelijk is gebeurd. De raad heeft de eerste twaalf toevoegingen die in het overzicht zijn vermeld ten onrechte bij het aantal in 2010 afgegeven toevoegingen meegeteld. De desbetreffende toevoegingen zijn in 2009 aangevraagd, maar aanvankelijk geweigerd. Pas na het maken van bezwaar of het instellen van beroep zijn ze alsnog in 2010 afgegeven. Voorts heeft zij miskend dat de raad in het verleden in een jaar meer toevoegingen heeft afgegeven dan het equivalent van 250 ‘eenheden’.

3.1. De rechtbank heeft uit artikel 5 van de Inschrijvingsvoorwaarden met juistheid afgeleid dat het moment van afgifte van een toevoeging voor de toepassing van die bepaling bepalend is voor de vaststelling van het aantal toevoegingen. Het moment waarop een toevoeging is afgegeven is dat, waarop het besluit daartoe is genomen. Dat de toevoegingen van de eerste twaalf zaken die in het overzicht zijn vermeld, als gesteld, pas zijn afgegeven, nadat bezwaar was gemaakt of beroep was ingesteld, heeft dan ook niet de betekenis die [appellant] daaraan gehecht wil zien.

[appellant] heeft voor het eerst in hoger beroep en daarmee te laat gesteld dat de raad in het verleden in een jaar meer toevoegingen heeft afgegeven dan het equivalent van 250 ‘eenheden’, zodat aan het desbetreffende betoog voorbij zal worden gegaan.

Het betoog faalt.

4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, en mr. C.J. Borman en mr. E. Steendijk, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.J. Reuveny, ambtenaar van staat.

w.g. Loeb w.g. Reuveny

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 12 september 2012

622.