Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BX6510

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
05-09-2012
Datum publicatie
05-09-2012
Zaaknummer
201204765/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 7 februari 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Hoek Houtsestraat-Kromme Haagdijk" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201204765/1/R3.

Datum uitspraak: 5 september 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Helmond,

en

de raad van de gemeente Helmond,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 7 februari 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Hoek Houtsestraat-Kromme Haagdijk" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 augustus 2012, waar [appellant], bijgestaan door mr. M. Brüll, advocaat te Helmond, en de raad, vertegenwoordigd door mr. P. Helmus, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het plan voorziet in ongeveer 32 zorgwoningen en een uit te werken woonbestemming voor percelen aan de Houtsestraat tussen de Kromme Haagdijk en de Baarsstraat te Helmond.

2. [appellant] betoogt dat de raad het plan ten onrechte heeft vastgesteld. Hij voert aan dat het beoogde zorgcentrum niet past in de omgeving en dat de raad ten onrechte heeft nagelaten om onderzoek te doen naar alternatieve invullingen voor het plangebied. [appellant] stelt dat de Kromme Haagdijk een zeer verkeersintensieve straat is en dat het plan zal leiden tot verkeers- en parkeerproblemen. Verder voert hij aan dat het plan zal leiden tot het verdwijnen van het bestaande groen en het verminderen van zijn privacy. Voorts stelt hij dat de beoogde bebouwing van drie hoog niet past in het straatbeeld. [appellant] voert aan dat de raad ten onrechte voorbij is gegaan aan de erfdienstbaarheid op grond waarvan hij het recht heeft om vanaf zijn perceel aan de [locatie] over het aangrenzende terrein van en naar de Baarsstraat te rijden. Ten slotte is de raad bij de beantwoording van de zienswijzen ten onrechte voorbij gegaan aan zijn belangen.

2.1. Het gemeentebestuur heeft akoestisch onderzoek laten verrichten naar het wegverkeerslawaai als gevolg van het plan. Bij dit onderzoek is een inschatting gemaakt van de toekomstige verkeersintensiteit. De verwachte verkeersstromen zijn opgenomen in het rapport "Akoestisch Onderzoek bestemmingsplan "Hoek Houtsestraat-Kromme Haagdijk"" van 31 mei 2011. Voor de Kromme Haagdijk onderscheidenlijk de Dolfijnlaan bedraagt de te verwachten verkeersintensiteit 1245 onderscheidenlijk 745 motorvoertuigen per etmaal. Voor beide geldt een maximale snelheid van 30 km per uur. Voor de Houtsestraat, waar een maximale snelheid van 50 km per uur geldt, bedraagt deze 1886 motorvoertuigen per etmaal. [appellant] heeft deze onderzoeksresultaten niet betwist. Ter zitting is tussen partijen komen vast te staan dat per zorgwoning vier tot zes motorvoertuigbewegingen per dag zullen worden gegenereerd met een totaal van ongeveer 200 bewegingen per dag.

Gelet op de te verwachten verkeersintensiteiten en de richtlijnen van het CROW, waarin wordt uitgegaan van ongeveer 4000 tot 6000 motorvoertuigen per etmaal voor dergelijke wegen, heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat geen onaanvaardbare verkeershinder zal ontstaan.

2.2. Over de parkeersituatie wordt in de plantoelichting vermeld dat volgens de geldende parkeernormen bij 32 zorgappartementen 22 parkeerplaatsen dienen te worden gerealiseerd. Daarbij heeft de raad ter zitting naar voren gebracht dat de parkeerplaatsen voor het zorgcomplex meer keren per dag kunnen worden gebruikt door verschillende bezoekers en verzorgers en dat niet aannemelijk is dat de bewoners van het zorgcomplex deze parkeerplaatsen zelf zullen gebruiken voor eigen motorvoertuigen. [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit onjuist is en het berekende aantal parkeerplaatsen ontoereikend is.

Ingevolge artikel 12, lid 12.1, aanhef en onder b (lees: d), voor zover van toepassing, van de planregels blijven de regels van de bouwverordening ten aanzien van onderwerpen van stedenbouwkundige aard buiten toepassing, behoudens ten aanzien van onder meer de parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden. Op grond van de bouwverordening van de gemeente Helmond dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Uit het plan volgt dat op het terrein voldoende ruimte is om naast het zorgcomplex de benodigde parkeerplaatsen aan te leggen en de bestemming dit toelaat. [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit onjuist is.

Gelet hierop heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het plan niet zal leiden tot extra parkeerdruk in de openbare ruimte.

2.3. Over de gevolgen van het plan voor het groen, het straatbeeld en de privacy van [appellant] overweegt de Afdeling als volgt. Vast staat dat de voorziene bebouwing hoger is en een groter bouwvolume heeft dan de omliggende bebouwing. De plantoelichting vermeldt hierover dat het zorgcomplex aan een rotonde ligt en dat gekozen is voor een bebouwing met een meer stedelijk karakter om de rotonde en de ruimte hieromheen herkenbaarder te maken. Daarnaast wordt de nieuwbouw op een iets grotere afstand van de straat gesitueerd met het oog op het straatprofiel. Bovendien wordt hiermee de bestaande groenstructuur niet onderbroken. In de plantoelichting staat dat ter hoogte van het plangebied bomen en andere groenvoorzieningen voorkomen die bij het verwezenlijken van het plan zoveel mogelijk in stand zullen worden gelaten, omdat deze bomen niet gekapt mogen worden voor zover zij zijn opgenomen op de Bomenkaart. Verder stelt de raad zich op het standpunt dat het hier gaat om een stedelijke omgeving waarin op grond van het provinciale beleid nieuwe stedelijke functies zoals een zorgcomplex kunnen worden gevestigd. De afstand van de woning van [appellant] tot aan het plangebied onderscheidenlijk het zorgcomplex bedraagt 15 m onderscheidenlijk 30 m.

Gelet op deze afweging heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het beoogde zorgcomplex past in het straatbeeld en dat het groene karakter van de openbare ruimte en de privacy van [appellant] niet onaanvaardbaar zullen worden aangetast.

2.4. Over de erfdienstbaarheid heeft de raad onweersproken verklaard dat uit de openbare registers niet blijkt dat een erfdienstbaarheid is gevestigd op percelen aan de Baarsstraat in het plangebied ten behoeve van de muziekschool van [appellant]. Ook overigens heeft [appellant] niet aannemelijk gemaakt dat een erfdienstbaarheid zou zijn ontstaan. Gelet hierop ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat sprake is van een zodanige privaatrechtelijke belemmering dat het plan niet kan worden uitgevoerd.

Gebleken is dat de bebouwing die het plan bij recht toestaat geen invloed heeft op de bereikbaarheid van de muziekschool via de Baarsstraat. Na het vaststellen van het uitwerkingsplan voor de woonbestemming zal duidelijk zijn in hoeverre het perceel bereikbaar blijft via de Baarsstraat. [appellant] heeft de mogelijkheid om tegen dit uitwerkingsplan in beroep te gaan. De Afdeling acht aannemelijk dat de gronden in het uitwerkingsplan zo kunnen worden ingericht dat de muziekschool nog steeds kan worden bereikt via de Baarsstraat.

Overigens is gebleken dat het plan geen verandering brengt in de bereikbaarheid van de muziekschool via de Kromme Haagdijk.

2.5. Over het betoog dat geen alternatieve invullingen van het plangebied zijn onderzocht, overweegt de Afdeling dat de raad bij de keuze van de bestemming een afweging dient te maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het plan. Daarbij heeft de raad beoordelingsvrijheid. De voor- en nadelen van alternatieven dienen in die afweging te worden meegenomen.

Het plan is vastgesteld in reactie op een plan van de woningbouwvereniging voor de bouw van zorgappartementen ter plaatse. In de plantoelichting staat dat de raad een bijzondere functie, zoals een zorgcentrum, passend acht op deze plek. Hierbij betrekt de raad dat op deze plaats meer buurtfuncties samenkomen, zoals een café en een kantoor. Gelet hierop en op hetgeen hiervoor is overwogen over de gevolgen van het plan voor de omgeving heeft de raad in redelijkheid geen aanleiding hoeven zien om onderzoek te doen naar een alternatieve invulling van het plangebied.

2.6. Over het betoog van [appellant] dat de raad zijn belangen niet bij de besluitvorming heeft betrokken, stelt de Afdeling vast dat de raad in de nota van zienswijzen kennis heeft genomen van de door [appellant] aangevoerde bezwaren en deze gemotiveerd heeft weerlegd. Hetgeen [appellant] naar voren heeft gebracht geeft derhalve geen aanleiding voor het oordeel dat de raad de belangen van [appellant] niet bij de besluitvorming heeft betrokken.

2.7. Ten aanzien van hetgeen [appellant] voor het overige heeft aangevoerd overweegt de Afdeling dat hij zich in het beroepschrift beperkt tot het verwijzen naar de inhoud van de zienswijzen. In de overwegingen van het bestreden besluit is ingegaan op deze zienswijzen. [appellant] heeft in het beroepschrift, noch ter zitting redenen aangevoerd waarom de weerlegging van de desbetreffende zienswijzen in het bestreden besluit onjuist zou zijn.

3. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Het beroep is ongegrond.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. M.W.L. Simons-Vinckx, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.F.N. Pikart-van den Berg, ambtenaar van staat.

w.g. Simons-Vinckx w.g. Pikart-van den Berg

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 5 september 2012

350-656.