Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BX6472

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
28-08-2012
Datum publicatie
05-09-2012
Zaaknummer
201206561/2/A4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 31 oktober 2011 heeft het college onder meer locatie 110, gelegen tegenover de woning [locatie] te Bodegraven, aangewezen als locatie voor de plaatsing van een ondergrondse container ten behoeve van de inzameling van restafval (hierna: ondergrondse afvalcontainer).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201206561/2/A4.

Datum uitspraak: 28 augustus 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker], wonend te Bodegraven,

en

het college van burgemeester en wethouders van Bodegraven-Reeuwijk,

verweerder.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 31 oktober 2011 heeft het college onder meer locatie 110, gelegen tegenover de woning [locatie] te Bodegraven, aangewezen als locatie voor de plaatsing van een ondergrondse container ten behoeve van de inzameling van restafval (hierna: ondergrondse afvalcontainer).

Tegen dit besluit heeft [verzoeker] bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 27 januari 2012 heeft het college onder meer de aangewezen locatie gewijzigd in locatie 110A, gelegen op de kruising De Bleek/De Landlust te Bodegraven.

Tegen dit besluit is bezwaar gemaakt door [3 belanghebbenden].

Bij besluit van 4 juni 2012, verzonden op 22 juni 2012, heeft het college het bezwaar van [3 belanghebbenden] gegrond verklaard, het besluit van 27 januari 2012 herroepen en de aangewezen locatie wederom gewijzigd in locatie 110.

Tegen dit besluit heeft [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 3 juli 2012, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 31 juli 2012.

Bij eerstgenoemde brief heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 9 augustus 2012, waar [verzoeker], vertegenwoordigd door [gemachtigden], en het college, vertegenwoordigd door V. de Bruyn en mr. I. van der Geld, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    [verzoeker] kan zich niet verenigen met de aanwijzing van locatie 110 voor de plaatsing van een ondergrondse afvalcontainer.

2.2.    Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Awb, kan een voorlopige voorziening worden getroffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2.3.    Ter zitting heeft het college verklaard dat niet tot plaatsing van de ondergrondse afvalcontainer op locatie 110 zal worden overgegaan voordat de Afdeling uitspraak zal hebben gedaan op het door [verzoeker] ingestelde beroep. Onder deze omstandigheden bestaat geen onverwijlde spoed als bedoeld in artikel 8:81, eerste lid, van de Awb.

2.4.    Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Kreveld, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. H.J.J. Kalter, ambtenaar van staat.

w.g. Van Kreveld    w.g. Kalter

voorzitter    ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 28 augustus 2012

492-727.