Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BX6469

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
27-08-2012
Datum publicatie
05-09-2012
Zaaknummer
201203777/5/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 26 januari 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Dorpskern Hoornaar" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201203777/5/R4.

Datum uitspraak: 27 augustus 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker], wonend te Oud-Alblas, gemeente Graafstroom,

verzoeker,

en

de raad van de gemeente Giessenlanden,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 26 januari 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Dorpskern Hoornaar" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 12 april 2012, beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 20 juni 2012, heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 10 augustus 2012, waar [verzoeker], vertegenwoordigd door [gemachtigde], en de raad, vertegenwoordigd door mr. A. van Dijk-van den Hoef en J. van Montfoort, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het plan voorziet in een actuele juridisch-planologische regeling voor de dorpskern Hoornaar.

2.3. [verzoeker] kan zich niet verenigen met de vaststelling van het plan. Volgens hem zijn enkele bijgebouwen bij de woning op zijn perceel [locatie] te [plaats] ten onrechte niet als zodanig bestemd. Verder stelt [verzoeker] dat een deel van het perceel dat als tuin wordt gebruikt ten onrechte voor verkeersdoeleinden is bestemd. Ook voert hij aan dat onvoldoende onderzoek is gedaan naar de verkeersveiligheid en de risico's van asbest.

2.4. De raad heeft ter zitting gesteld dat spoedeisend belang bij het verzoek ontbreekt, omdat geen ontwikkelingen op het perceel zijn te verwachten voordat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de bodemzaak.

2.5. Uit het verzoekschrift maakt de voorzitter op dat [verzoeker] kennelijk in de onjuiste veronderstelling verkeert dat het plan op korte termijn onherroepelijk wordt, indien geen voorlopige voorziening wordt getroffen. Het plan zal echter pas onherroepelijk worden nadat de Afdeling in de bodemzaak einduitspraak heeft gedaan.

2.6. Gelet op het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is niet aannemelijk dat [verzoeker] voornemens is op korte termijn op het perceel [locatie] te [plaats] (bouw)werkzaamheden uit te voeren die als gevolg van de inwerkingtreding van het plan geen doorgang kunnen vinden. Nu de raad ter zitting heeft gesteld dat op het perceel ook overigens geen ontwikkelingen zijn te verwachten voordat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de bodemzaak, is geen sprake van onverwijlde spoed die het treffen van een voorlopige voorziening vereist.

2.7. Gelet op het voorgaande ziet de voorzitter aanleiding het verzoek af te wijzen.

2.8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. T.L.J. Drouen, ambtenaar van staat.

w.g. Van Diepenbeek w.g. Drouen

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 27 augustus 2012

375-717.