Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BX5983

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
29-08-2012
Datum publicatie
29-08-2012
Zaaknummer
201113380/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 3 november 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Huurlingsedam, fase 1" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201113380/1/R2.

Datum uitspraak: 29 augustus 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant A] en [appellant B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant]), wonend te Wijchen,

en

de raad van de gemeente Wijchen,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 3 november 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Huurlingsedam, fase 1" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 27 december 2011, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 juli 2012, waar [appellant], bijgestaan door mr. D.S. Muller, advocaat te Bunschoten-Spakenburg, en de raad, vertegenwoordigd door mr. Y. Sieuwerts en J.C.J.M. Wagenaar, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het plan voorziet in een actualisering van de juridisch planologische regeling voor het gebied ten zuiden van de Huurlingsedam te Wijchen, waarmee verscheidene ontwikkelingen worden verankerd die reeds op grond van eerder verleende vrijstellingen mogelijk waren. Hiermee wordt onder meer voorzien in 440 woningen.

Ontvankelijkheid

2.2. Ter zitting heeft de raad de ontvankelijkheid van [appellant] in beroep, voor zover dit is ingesteld door [appellant B], betwist, aangezien zijn adres niet vermeld staat op de zienswijze die namens de familie [appellant] is ingediend tegen het ontwerpbestemmingsplan.

2.2.1. Op de zienswijze staat als indiener de familie [appellant], met het adres van [appellant A], aan de [locatie 1] te Wijchen vermeld. Het adres van [appellant B] is de [locatie 2]. De handtekening onderaan de zienswijze is gezet door [appellant B], zoals [appellant B] ook ter zitting heeft gesteld. Hieruit blijkt naar het oordeel van de Afdeling dat [appellant B] namens zichzelf en de familie [appellant], waaronder [appellant A], de zienswijze heeft ingediend. In hetgeen de raad heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat het beroep van [appellant], voor zover dit is ingediend door [appellant B], niet-ontvankelijk is. Het betoog faalt derhalve.

Inhoudelijk

2.3. [appellant] heeft eerst ter zitting nog het plandeel met de bestemming "Natuur-1" op gronden aansluitend aan zijn perceel, aan de orde gesteld. Binnen de beroepstermijn of, als een nadere termijn voor het aanvullen van de gronden is gegeven, uiterlijk binnen die termijn, dient vast te staan waartegen de beroepsgronden zijn gericht. Gelet op het belang van een efficiënte geschilbeslechting, dat ook ten grondslag ligt aan artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht, alsmede de rechtszekerheid van de andere partij, kan niet worden aanvaard dat de omvang van het geschil na afloop van die termijn wordt uitgebreid. Hetgeen alsnog met betrekking tot voormeld plandeel naar voren is gebracht, moet daarom in deze procedure buiten beschouwing worden gelaten.

2.4. [appellant] vreest dat het plan zal leiden tot een beperking van de uitbreidingsmogelijkheden van zijn agrarisch bedrijf aan de [locatie 1] te Wijchen. Ter zitting heeft hij nader aangevoerd dat op grond van het bestemmingsplan "Buitengebied", vastgesteld door de raad van de gemeente Wijchen op 9 juni 2011, een vergroting van het bouwvlak van zijn agrarisch bedrijf mogelijk is naar 2,5 hectare. Hierbij verwijst hij naar de plantoelichting van dat bestemmingsplan, waarin staat dat een dergelijke uitbreiding alleen mogelijk is als de locatie van het bouwvlak is gelegen op meer dan 200 meter afstand van een woonkern. Aangezien de grens van het plan blijkens de verbeelding op minder dan 200 meter afstand van zijn perceel ligt, vreest hij voor een beperking van de uitbreidingsmogelijkheden van zijn agrarisch bedrijf. In dit kader wijst hij er verder op dat de toegelaten geurbelasting met het plan van 8,0 ouE/m³ is verlaagd naar 2,0 ouE/m³, wat tot een belemmering zal leiden bij een uitbreiding van zijn bedrijf.

2.5. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat de afstand vanaf de voorziene woonkern Huurlingsedam tot aan het perceel van [appellant] 500 meter bedraagt en dat het plan daarom niet tot een beperking van zijn uitbreidingsmogelijkheden zal leiden. Het college heeft er in dit kader op gewezen dat de woonkern niet bij de grens van het plan begint, aangezien aan de gronden aan de rand van de plangrens in het plan de bestemming "Verkeer" is toegekend.

2.6. Op 1 juli 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijchen besloten vrijstelling te verlenen voor de Huurlingsedam eerste fase. Deze vrijstelling is verleend om de realisatie van ongeveer 440 woningen, een school en een zorgcentrum mogelijk te maken.

Op 22 september 2009 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijchen besloten vrijstelling te verlenen om, ten behoeve van woningbouw, de herontwikkeling van het perceel Huurlingsedam 74 mogelijk te maken.

2.7. Ingevolge artikel 3.8, lid 3.8.1, aanhef en onder a, van de planregels van het bestemmingsplan "Buitengebied" mogen per wijzigingsplan bouwvlakken van agrarische bedrijven met maximaal 50% worden vergroot, met dien verstande dat een vergroting tot 1,5 hectare in ieder geval wordt toegestaan en de oppervlakte van het bouwvlak na vergroting nooit groter mag zijn dan 2,5 hectare.

Ingevolge artikel 3.8, lid 3.8.1, aanhef en onder b, van de planregels van het bestemmingsplan "Buitengebied" geldt hierbij als voorwaarde dat binnen een kernrandzone vergroting van het bouwvlak uitsluitend is toegestaan tot een oppervlakte van 1,5 hectare. Een kernrandzone is het gebied binnen een zone van 200 meter van de grens van het bestemmingsplan voor zover deze grenst aan de kernen van de gemeente Wijchen.

2.8. De Afdeling overweegt dat met het plan is beoogd om hetgeen met de eerder genoemde vrijstellingen ter plaatse mogelijk is gemaakt, planologisch vast te leggen. Onder deze omstandigheden sluit de afweging die de raad bij de vaststelling van het plan heeft moeten maken, nauw aan bij de afweging van het college van burgemeester en wethouders in het kader van de verzochte vrijstellingen. De verandering van gebruik van de gronden in het plangebied die mogelijk is gemaakt door de verleende vrijstellingen, is onherroepelijk geworden en moet derhalve voor rechtmatig worden gehouden. De Afdeling ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de raad in dit geval een andere afweging had moeten maken, nu het plan niet verschilt van hetgeen de voormelde vrijstellingen mogelijk maken. [appellant] heeft niet gesteld dat er ten tijde van de vaststelling van het plan een verandering van omstandigheden was ten opzichte van de beslissing op bezwaar omtrent de vrijstellingen die daartoe noopte. Verder blijkt uit de stukken dat de rechtbank Arnhem in een uitspraak van 12 maart 2009 het beroep van [appellant] tegen de voormelde vrijstellingen ongegrond heeft verklaard.

Overigens heeft de Afdeling in de uitspraak van 27 juni 2012, in zaaknr. 201111809/1/R2, het beroep van [appellant] tegen het bestemmingsplan "MOB-complex Alverna", vastgesteld op 30 juni 2011 door de raad van de gemeente Wijchen, ongegrond verklaard. Uit deze uitspraak blijkt dat op een afstand van 80 meter vanaf het bouwvlak op het perceel van [appellant] woningen mogelijk zijn. Voorts blijkt uit de voormelde uitspraak dat op een afstand van 30 meter vanaf het bouwvlak van [appellant] gronden met een woonbestemming liggen. Deze woningen vormen reeds de belemmerende factor voor eventuele uitbreidingsmogelijkheden van [appellant].

Het betoog van [appellant] faalt derhalve.

2.9. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

Het beroep is ongegrond.

2.10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. M.W.L. Simons-Vinckx, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. Vogel-Carprieaux, ambtenaar van staat.

w.g. Simons-Vinckx w.g. Vogel-Carprieaux

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 29 augustus 2012

458-677.