Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BX5947

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23-08-2012
Datum publicatie
29-08-2012
Zaaknummer
201206728/2/A4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 29 mei 2012 heeft het college aan [verzoekster A] een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor een inrichting voor het slachten en verwerken van pluimvee, gelegen aan de [locatie] te Voorthuizen. Dit besluit is op 5 januari 2012 ter inzage gelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201206728/2/A4.

Datum uitspraak: 23 augustus 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) in het geding tussen:

[verzoekster A] en [verzoekster B], gevestigd te Putten (hierna tezamen en in enkelvoud: [verzoekster]),

en

het college van burgemeester en wethouders van Putten,

verweerder.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 29 mei 2012 heeft het college aan [verzoekster A] een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor een inrichting voor het slachten en verwerken van pluimvee, gelegen aan de [locatie] te Voorthuizen. Dit besluit is op 5 januari 2012 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit heeft [verzoekster] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 6 juli 2012, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 1 augustus 2012.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 6 juli 2012, heeft [verzoekster] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 9 augustus 2012, waar [verzoekster], vertegenwoordigd door mr. M. Bos, advocaat te Rosmalen, bijgestaan door ir. P.P.A. van Vugt, A. Dekker en M.C.J. Onderduik, en het college, vertegenwoordigd door mr. V.A. Textor, advocaat te Arnhem, bijgestaan door H. Ben Kaddour en ing. M. Smit, gehoord.

2.    Overwegingen

2.1.    Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2.    Op 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking getreden. Bij de invoering van deze wet is een aantal andere wetten gewijzigd. Uit het overgangsrecht van de Invoeringswet Wabo volgt dat de wetswijzigingen niet van toepassing zijn op dit geding. In deze uitspraak worden dan ook de wetten aangehaald, zoals zij luidden voordat zij bij invoering van de Wabo werden gewijzigd.

2.3.    [verzoekster] kan zich niet verenigen met verschillende aan de vergunning verbonden voorschriften.

2.4.    Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Awb, kan een voorlopige voorziening worden getroffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2.5.    Ingevolge artikel 20.8 van de Wet milieubeheer treedt een besluit tot verlening van milieuvergunning, in gevallen waarin de vergunning betrekking heeft op het oprichten of veranderen van een inrichting, dat tevens is aan te merken als bouwen in de zin van de Woningwet, niet eerder in werking dan nadat de betrokken bouwvergunning is verleend.

Tussen partijen is niet in geschil dat ten behoeve van het veranderen van de inrichting overeenkomstig de verleende revisievergunning, bouwvergunningen zijn vereist. Ter zitting is door [verzoekster] verklaard dat een van de vereiste bouwvergunningen nog niet door haar is aangevraagd. Dit brengt mee dat inwerkingtreding van de revisievergunning op korte termijn niet is te verwachten. Onder deze omstandigheden bestaat geen onverwijlde spoed als bedoeld in artikel 8:81, eerste lid, van de Awb.

2.6.    Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.7.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Kreveld, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. H.J.J. Kalter, ambtenaar van staat.

w.g. Van Kreveld    w.g. Kalter

voorzitter    ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 augustus 2012

492-727.