Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BX5946

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23-08-2012
Datum publicatie
29-08-2012
Zaaknummer
201206121/2/A4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 31 oktober 2011 het heeft college, voor zover hier van belang, locatie 93, gelegen tegenover de woning [locatie] te Bodegraven, aangewezen als locatie voor de plaatsing van een ondergrondse container ten behoeve van de inzameling van restafval (hierna: ondergrondse afvalcontainer).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201206121/2/A4.

Datum uitspraak: 23 augustus 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) in het geding tussen:

[verzoeker], wonend te Bodegraven,

en

het college van burgemeester en wethouders van Bodegraven-Reeuwijk,

verweerder.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 31 oktober 2011 het heeft college, voor zover hier van belang, locatie 93, gelegen tegenover de woning [locatie] te Bodegraven, aangewezen als locatie voor de plaatsing van een ondergrondse container ten behoeve van de inzameling van restafval (hierna: ondergrondse afvalcontainer).

Bij besluit van 17 januari 2012 heeft het college, voor zover hier van belang, de aangewezen locatie gewijzigd in locatie 93A, eveneens gelegen aan de Hoefslag te Bodegraven.

Bij besluit van 7 juni 2012, verzonden op dezelfde datum, heeft het college het tegen beide besluiten gerichte bezwaar van [verzoeker] ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 21 juni 2012, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 19 juli 2012.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 20 juni 2012, heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 9 augustus 2012, waar [verzoeker], in persoon, en het college, vertegenwoordigd door V. de Bruyn en mr. I. van der Geld, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    [verzoeker] kan zich niet verenigen met de aanwijzing van locatie 93A voor de plaatsing van een ondergrondse afvalcontainer.

2.2.    Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Awb, kan een voorlopige voorziening worden getroffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2.3.    Ter zitting is gebleken dat de voorbereidende werkzaamheden tot plaatsing van de ondergrondse afvalcontainer op locatie 93A zijn gestaakt. Het college heeft verklaard dat niet tot hervatting van voorbereidende werkzaamheden en plaatsing zal worden overgegaan voordat de Afdeling uitspraak zal hebben gedaan op het door [verzoeker] ingestelde beroep. Onder deze omstandigheden bestaat geen onverwijlde spoed als bedoeld in artikel 8:81, eerste lid, van de Awb.

2.4.    Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Kreveld, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. H.J.J. Kalter, ambtenaar van staat.

w.g. Van Kreveld    w.g. Kalter

voorzitter    ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 augustus 2012

492-727.