Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BX5942

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23-08-2012
Datum publicatie
29-08-2012
Zaaknummer
201204984/2/A1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 16 december 2010 heeft het college aan [vergunninghouder] onder vrijstelling van het bestemmingsplan bouwvergunning verleend voor het tot stand brengen van een jachthaven op het perceel [locatie] te Warmond door het aanleggen van aanlegsteigers, aanbrengen van beschoeiing, verplaatsen van de voormalige hooiberg, aanbrengen van een toilet en doucheruimte in een bestaand bedrijfsgebouw, plaatsen van lichtmasten, aanleggen van een boothelling, aanbrengen van drinkwaterpunten, aansluitzuilen en elektriciteitskast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201204984/2/A1.

Datum uitspraak: 23 augustus 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), hangende de hoger beroepen van onder meer:

[verzoeker], wonend te Warmond, gemeente Teylingen,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 11 april 2012 in de zaken nrs. 11/1112, 11/1078, 11/860 en 11/867 in het geding tussen:

[wederpartij A] en anderen,

[verzoeker],

[wederpartij B]

en

het college van burgemeester en wethouders van Teylingen.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 16 december 2010 heeft het college aan [vergunninghouder] onder vrijstelling van het bestemmingsplan bouwvergunning verleend voor het tot stand brengen van een jachthaven op het perceel [locatie] te Warmond door het aanleggen van aanlegsteigers, aanbrengen van beschoeiing, verplaatsen van de voormalige hooiberg, aanbrengen van een toilet en doucheruimte in een bestaand bedrijfsgebouw, plaatsen van lichtmasten, aanleggen van een boothelling, aanbrengen van drinkwaterpunten, aansluitzuilen en elektriciteitskast.

Bij besluit van 10 mei 2011 heeft het het besluit van 16 december 2010 in die zin gewijzigd, dat aan [vergunninghouder] tevens onder vrijstelling bouwvergunning wordt verleend voor het dempen van sloten, het verleggen van de dijk, het uitgraven en ophogen van gronden, het realiseren van parkeerplaatsen, het gebruik van de gronden ten dienste van de jachthaven met bijbehorende voorzieningen en het gebruik van de weg als toegangsweg naar de jachthaven.

Bij uitspraak van 11 april 2012, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank, voor zover thans van belang, de door [wederpartij A] en anderen, [verzoeker] en [wederpartij B], daartegen ingestelde beroepen ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft onder meer [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 21 mei 2012, hoger beroep ingesteld. Hij heeft de gronden aangevuld bij brief van 18 juni 2012. Verder heeft hij de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 16 augustus 2012, waar [verzoeker], bijgestaan door mr. J.M. Smits, en het college, vertegenwoordigd door mr. E.J.M. Rietveld, ing. K.E. van der Meulen en R. van der Geest, allen werkzaam in dienst van de gemeente, zijn verschenen. Aan de zijde van het college is tevens ing. A. van Osta, werkzaam bij Oranjewoud verschenen. Voorts is daar [vergunninghouder], bijgestaan door mr. L.W.B. Dijkstra, advocaat te Den Haag, verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Hetgeen [verzoeker] naar voren heeft gebracht, met name over de verkeersveiligheid en de parkeervoorzieningen, geeft geen aanleiding om op voorhand aan te nemen dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, althans uiteindelijk zal blijken dat geen vrijstelling en de bouwvergunning verleend mochten worden. Naar voorlopig oordeel heeft de rechtbank terecht onder verwijzing naar het advies van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening overwogen dat het college de Wasbeeklaan en de daarvan aftakkende toegangsweg als toereikende ontsluiting voor de jachthaven heeft mogen aanmerken en dat het niet ten onrechte heeft geoordeeld dat het bouwplan in voldoende parkeerruimte voor de jachthaven voorziet.

Hetgeen [verzoeker] voor het overige heeft aangevoerd, geeft evenmin aanleiding voor dat oordeel.

2.2.    Gelet hierop, bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. N.D.T. Pieters, ambtenaar van staat.

w.g. Loeb    w.g. Pieters

voorzitter    ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 augustus 2012

473.