Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BX5926

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
21-08-2012
Datum publicatie
29-08-2012
Zaaknummer
201206567/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 2 april 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied Valkenburg aan de Geul 2012" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201206567/2/R1.

Datum uitspraak: 21 augustus 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker], wonend te Schin op Geul, gemeente Valkenburg aan de Geul,

en

de raad van de gemeente Valkenburg aan de Geul,

verweerder.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 2 april 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied Valkenburg aan de Geul 2012" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 12 juli 2012, beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 12 juli 2012, heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 14 augustus 2012.

2.    Overwegingen

2.1.    Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2.    [verzoeker] exploiteert op het perceel [locatie] onder meer een productiegebonden paardenhouderij. [verzoeker] verzoekt de voorzitter een voorlopige voorziening te treffen, omdat het plan op zijn perceel niet mogelijk maakt een opslagruimte voor hooi en stro te realiseren, een paardenbak en paddock uit te breiden onderscheidenlijk te realiseren, een gebruiksgerichte paardenhouderij als nevenactiviteit naast de exploitatie van de productiegebonden paardenhouderij te exploiteren, ijs te verkopen - niet zijnde een eigen en streekgebonden product - en evenementen te organiseren.

2.3.    Ingevolge artikel 57, lid 57.2.1, van de planregels mag het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, worden voortgezet.

Ingevolge lid 57.2.4 is lid 57.2.1 niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

2.4.    Voor zover het verzoek van [verzoeker] ziet op het voortzetten van gebruik dat reeds bestond op de peildatum van het overgangsrecht als bedoeld in artikel 57, lid 57.2.1, van de planregels en op grond van het voorgaande plan was toegestaan, overweegt de voorzitter dat dat gebruik ingevolge lid 57.2.1 onder het overgangsrecht valt. [verzoeker] kan derhalve dat gebruik op zijn perceel onder het overgangsrecht voortzetten.

Gelet hierop ontbreekt in zoverre het spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening.

2.5.    Voor zover [verzoeker] het huidige gebruik op zijn perceel wil voortzetten, dat gebruik reeds bestond op de peildatum van het overgangsrecht als bedoeld in artikel 57, lid 57.2.1, van de planregels, maar op grond van het voorgaande plan niet was toegestaan, overweegt de voorzitter dat dat bestaande gebruik ingevolge lid 57.2.4 in samenhang bezien met lid 57.2.1 niet onder het overgangsrecht valt. Ten aanzien van dat gebruik en voor zover [verzoeker] gebruik van zijn perceel wenst te maken dat op de vorenbedoelde peildatum van het overgangsrecht nog niet bestond, overweegt de voorzitter dat [verzoeker] met schorsing niet kan bereiken wat hij wenst, nu zodanig gebruik op grond van het voorgaande plan ook niet was toegestaan.

Voor zover [verzoeker] bepaalde bouwwerken op zijn perceel wil uitbreiden dan wel realiseren, terwijl het plan dat niet mogelijk maakt, begrijpt de voorzitter het betoog op basis van de stukken zo dat deze bouwmogelijkheden evenmin in het voorgaande plan waren opgenomen. Ook in zoverre bereikt [verzoeker] met een schorsing van het plan niet wat hij wenst.

Een voorlopige voorziening die zou voorzien in het toestaan van het door [verzoeker] gewenste gebruik dat in strijd is met zowel het voorgaande als het onderhavige plan en zou voorzien in het toekennen van de door [verzoeker] gewenste bouwmogelijkheden, acht de voorzitter te verstrekkend. De voorzitter betrekt hierbij dat de uitspraak van de Afdeling, gelet op de aard van de toetsing in de bodemprocedure, doorgaans niet zal strekken tot het zelfvoorziend vaststellen van een bestemming dan wel een planregel. Van uitzonderlijke omstandigheden welke nopen tot een andere conclusie is niet gebleken.

2.6.    Gelet op het voorgaande ziet de voorzitter geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek dient te worden afgewezen.

2.7.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.W. Wijers, ambtenaar van staat.

w.g. Van Sloten    w.g. Wijers

voorzitter          ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 21 augustus 2012

444-668.