Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BX5291

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
22-08-2012
Datum publicatie
22-08-2012
Zaaknummer
201110892/1/A1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 20 juli 2010 heeft het college aan [appellant] ontheffing en lichte bouwvergunning verleend voor het oprichten van een garage/berging op het perceel [locatie] te Bunde (hierna: het perceel).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201110892/1/A1.

Datum uitspraak: 22 augustus 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Bunde, gemeente Meerssen,

tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 2 september 2011 in zaak nr. 10/1797 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Meerssen.

1. Procesverloop

Bij besluit van 20 juli 2010 heeft het college aan [appellant] ontheffing en lichte bouwvergunning verleend voor het oprichten van een garage/berging op het perceel [locatie] te Bunde (hierna: het perceel).

Bij uitspraak van 2 september 2011, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 11 oktober 2011, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] heeft nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 mei 2012, waar [appellant], bijgestaan door mr. W. Mesters, en het college, vertegenwoordigd door R.L.M Baltesen, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Vast staat dat het bouwplan in strijd is met het ten tijde van het besluit van 20 juli 2010 ter plaatse geldende bestemmingsplan

"Op de Berg". Teneinde het bouwplan niettemin mogelijk te maken, heeft het college daarvan krachtens artikel 3.23, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening, gelezen in verbinding met artikel 4.1.1, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit ruimtelijke ordening, ontheffing verleend.

2.2. [appellant] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat hij schade heeft geleden als gevolg van het besluit van 20 juli 2010. Daartoe voert hij aan dat hij door het college in de positie is gedwongen een stuk grond van zijn buren aan te kopen teneinde de vermeende strijdigheid van de garage/berging met het voorontwerpbestemmingsplan "Kom Bunde" (hierna: het voorontwerpbestemmingsplan) op te heffen.

2.2.1. Dit betoog faalt. Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, kan het besluit van 20 juli 2010 niet als schadeveroorzakend besluit worden aangemerkt, reeds omdat [appellant] het college bij brief van 18 september 2009 heeft medegedeeld een strook grond van zijn buren te hebben aangekocht. Derhalve is er geen sprake van een rechtstreeks causaal verband tussen het besluit van 20 juli 2010 en de door [appellant] gestelde schade.

2.3. Nu [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt schade te hebben geleden als gevolg van het besluit van 20 juli 2010, heeft de rechtbank, anders dan [appellant] betoogt, terecht zijn beroepsgrond dat de garage/berging niet in strijd is met het voorontwerpbestemmingsplan, voor zover het de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens betreft, onbesproken gelaten.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Graaff-Haasnoot, ambtenaar van staat.

w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Graaff-Haasnoot

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 22 augustus 2012

531.