Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BX5271

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
22-08-2012
Datum publicatie
22-08-2012
Zaaknummer
201110512/1/A3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 13 oktober 2009 heeft het college [appellante] op straffe van bestuursdwang gelast het gebruik van de woning, gelegen aan de [locatie] te Zoetermeer, te beëindigen en beëindigd te houden.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 5:1
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAF 2012/136 met annotatie van Van der Meijden
JG 2012/66

Uitspraak

201110512/1/A3.

Datum uitspraak: 22 augustus 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend te Zoetermeer,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 24 augustus 2011 in zaak nr. 10/8570 in het geding tussen:

[appellante]

en

het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 13 oktober 2009 heeft het college [appellante] op straffe van bestuursdwang gelast het gebruik van de woning, gelegen aan de [locatie] te Zoetermeer, te beëindigen en beëindigd te houden.

Bij besluit van 21 oktober 2010 heeft het, voor zover thans van belang, het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 24 augustus 2011, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard en een verzoek om schadevergoeding afgewezen. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 28 september 2011, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brieven van 26 oktober 2011 en 1 juni 2012.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

[appellante] heeft nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak op 4 juli 2012 ter zitting gevoegd behandeld met de zaken nrs. 201110511/1/A3 en 201110527/1/A3, waar [appellante] in persoon en het college en de burgemeester van Zoetermeer, vertegenwoordigd door S.A. Azzakhnini-Zulfiqar en mr. W.G.M. Coenen, beiden werkzaam in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Ingevolge artikel 2.9.1, van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken (hierna: het Gebruiksbesluit), zoals dat ten tijde van belang luidde, is het, onverminderd het bij of krachtens dit besluit bepaalde, verboden in, op, aan of nabij een bouwwerk, voorwerpen of stoffen te plaatsen, te werpen of te hebben, handelingen te verrichten of na te laten, werktuigen, middelen of voorzieningen te gebruiken of niet te gebruiken, of anderszins belemmeringen op te werpen of hinder te veroorzaken, waardoor:

a. brandgevaar wordt veroorzaakt;

b. melding van, alarmering bij of bestrijding van brand wordt belemmerd;

c. het gebruik van vluchtmogelijkheden bij brand wordt belemmerd, of

d. het redden van personen of dieren bij brand wordt belemmerd.

2.2.    Op 10 september 2009 is de woning van [appellante] gecontroleerd. Volgens het algemeen verslag van bevindingen van binnentreding is de woning in sterk vervuilde staat aangetroffen. In het verslag is voorts vermeld dat daarin een grote hoeveelheid brandbaar materiaal lag en het vluchten in een noodsituatie daardoor wordt bemoeilijkt. Van de aangetroffen situatie zijn foto's gemaakt.

2.3.    Volgens het besluit van 13 oktober 2009 omvat het geschikt maken van de woning in ieder geval het verwijderen en verwijderd houden van al het afval in de woning, het schoonmaken en het erna gereinigd houden ervan en het weggooien van de onnodig grote hoeveelheid brandbare materialen, zoals papier en andere materialen.

2.4.    [appellante] betoogt dat de rechtbank de binnentreding op 10 september 2009 ten onrechte niet onrechtmatig heeft geacht. Voorts had de machtiging tot binnentreding volgens [appellante] slechts tot doel de zindelijkheid van de woning te controleren in het kader van de Woningwet en de Bouwverordening 2008. Zij betwist verder dat de foto's in haar woning zijn genomen, dan wel dat deze een waarheidsgetrouwe weergave vormen van de in haar woning aangetroffen situatie.

2.4.1.    Zoals volgt uit de uitspraak van de Afdeling van deze dag in zaak nr. 201110511/1/A3, is de rechtbank terecht van de rechtmatigheid van de door de burgemeester afgegeven machtiging tot binnentreding uitgegaan. Voorts heeft de rechtbank op juiste gronden geoordeeld dat het college handhavend kon optreden. Daartoe heeft zij terecht in aanmerking genomen dat de overgelegde foto's aantonen dat zich in de woning een situatie voordeed die overlast kan veroorzaken door vervuiling en ongedierte en bovendien slecht is voor de gezondheid van [appellante] zelf, wat in strijd is met bij of krachtens de Woningwet bepaalde voorschriften. In de enkele stelling van [appellante] dat de foto's niet in haar woning zijn genomen, althans geen waarheidsgetrouwe weergave vormen van de aangetroffen situatie, heeft de rechtbank terecht onvoldoende aanknopingspunten gevonden om niet van de juistheid van het algemeen verslag van bevindingen van binnentreding en de daarbij gevoegde foto's uit te gaan.

2.4.2.    De rechtbank heeft voorts in de door [appellante] gestelde lichamelijke klachten en financiële situatie terecht geen grond gezien voor het oordeel dat handhavend optreden in dit geval zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, dat het hiervan in verband daarmee had dienen af te zien. Daarbij wordt nog opgemerkt dat het college vanwege deze omstandigheden aanleiding heeft gezien de kosten van de schoonmaak van de woning niet ten laste van haar te brengen.

2.5.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.6.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Klein, ambtenaar van staat.

w.g. Loeb    w.g. Klein

lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 22 augustus 2012

176-597.