Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BX5254

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
22-08-2012
Datum publicatie
22-08-2012
Zaaknummer
201109536/1/A3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij brief van 18 juli 2008 heeft het college [appellant] medegedeeld dat het niet aan zijn verzoek om verbreding van het trottoir ter hoogte van de Paulus Potterstraat 14 te Enkhuizen zal voldoen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201109536/1/A3.

Datum uitspraak: 22 augustus 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Enkhuizen,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 21 juli 2011 in

zaak nr. 10/2273 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Enkhuizen.

1. Procesverloop

Bij brief van 18 juli 2008 heeft het college [appellant] medegedeeld dat het niet aan zijn verzoek om verbreding van het trottoir ter hoogte van de Paulus Potterstraat 14 te Enkhuizen zal voldoen.

Bij besluit van 5 augustus 2010 heeft het het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 21 juli 2011, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 29 augustus 2011, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 juli 2012, waar [appellant], bijgestaan door mr. P.F.M. Deijkers, advocaat te Enkhuizen, en het college, vertegenwoordigd door mr. M.M. Schaper, werkzaam in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ambtshalve overweegt de Afdeling als volgt.

Het verzoek van [appellant] is erop gericht het college ertoe te brengen het trottoir te verbreden. Met de mededeling dat het dat niet zal doen, heeft het niet beoogd enig publiekrechtelijk rechtsgevolg in het leven te roepen. De brief van 18 juli 2008 strekt aldus tot afwijzing van een verzoek om een feitelijke handeling te doen verrichten en houdt geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in. Tegen de brief kon daarom geen bezwaar worden gemaakt. Het college heeft [appellant] ten onrechte niet niet-ontvankelijk verklaard in het gemaakte bezwaar.

2.2. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep gegrond verklaren en het besluit van 5 augustus 2010 vernietigen. De Afdeling ziet voorts aanleiding om op na te melden wijze in de zaak te voorzien.

2.3. Het college zal op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 21 juli 2011 in zaak nr. 10/2273;

III. verklaart het bij de rechtbank in die zaak ingestelde beroep gegrond;

IV. vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Enkhuizen van 5 augustus 2010, kenmerk 10.01480;

V. verklaart het door [appellant] tegen de brief van 18 juli 2008 gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk;

VI. bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

VII. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Enkhuizen tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1786,92 (zegge: zeventienhonderdzesentachtig euro en tweeënnegentig cent), waarvan € 1748,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

VIII. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Enkhuizen aan [appellant] het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van € 377,00 (zegge: driehonderdzevenenzeventig euro) voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, en mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen en mr. J.C. Kranenburg, leden, in tegenwoordigheid van mr. C. Sparreboom, ambtenaar van staat.

w.g. Loeb w.g. Sparreboom

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 22 augustus 2012

317-697.