Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BX5241

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
22-08-2012
Datum publicatie
22-08-2012
Zaaknummer
201110549/1/A2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 23 augustus 2010 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de zorgtoeslag van [appellant] over 2009 vastgesteld op € 368,00 en € 325,00 aan uitbetaalde voorschotten teruggevorderd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201110549/1/A2.

Datum uitspraak: 22 augustus 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 18 augustus 2011 in zaak nr. 11/785 in het geding tussen:

[appellant]

en

de Belastingdienst/Toeslagen.

1. Procesverloop

Bij besluit van 23 augustus 2010 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de zorgtoeslag van [appellant] over 2009 vastgesteld op € 368,00 en € 325,00 aan uitbetaalde voorschotten teruggevorderd.

Bij besluit van 6 januari 2011 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 18 augustus 2011, verzonden op 22 augustus 2011, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 29 september 2011, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 25 oktober 2011.

De Belastingdienst/Toeslagen heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] heeft nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

Nadat partijen bij brieven van 9 januari en 12 maart 2012 daartoe toestemming als bedoeld in artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht hebben verleend, heeft de Afdeling bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 2, eerste lid, aanhef en onder p (vanaf 1 juli 2009: onder o), van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (hierna: de Awir) wordt in deze wet verstaan onder inkomensgegeven het inkomensgegeven als bedoeld in artikel 21, onderdeel e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: de Awr).

Ingevolge artikel 8, eerste lid, is het toetsingsinkomen het op het berekeningsjaar betrekking hebbende inkomensgegeven.

Ingevolge artikel 20, eerste lid, herziet de Belastingdienst, indien na de toekenning van de tegemoetkoming uit een wijziging van een inkomensgegeven blijkt dat de tegemoetkoming tot een te hoog of te laag bedrag is toegekend, de tegemoetkoming met inachtneming van die wijziging.

Ingevolge het tweede lid, geschiedt de herziening binnen acht weken na het tijdstip waarop het gewijzigde inkomensgegeven aan de Belastingdienst/Toeslagen bekend is geworden dan wel de beschikking of uitspraak strekkende tot de in het eerste lid bedoelde wijziging onherroepelijk is geworden.

Ingevolge artikel 21, aanhef en onder e, eerste onderdeel, van de Awr wordt in dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen verstaan onder inkomensgegeven, indien over een kalenderjaar een aanslag inkomstenbelasting is of wordt vastgesteld, het na afloop van dat kalenderjaar van betrokkene over dat kalenderjaar laatst bepaalde verzamelinkomen.

Ingevolge het tweede onderdeel wordt in dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen verstaan onder inkomensgegeven, indien over een kalenderjaar geen aanslag of navorderingsaanslag inkomstenbelasting is of wordt vastgesteld, het na afloop van dat kalenderjaar van betrokkene over dat kalenderjaar laatst bepaalde belastbare loon.

2.2. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het besluit van 23 augustus 2010 is gebaseerd op zijn verzamelinkomen dat is opgenomen in de definitieve aanslag inkomstenbelasting over het jaar 2009. Daartoe voert hij aan dat deze aanslag pas na 7 mei 2011 is vastgesteld en voor hem bovendien geen verzamelinkomen is vastgesteld, maar slechts belastbaar loon is bepaald, omdat hij geen inkomsten heeft uit boxen 2 en 3.

Voorts betoogt hij dat de rechtbank heeft miskend dat de herziening van de toeslag niet heeft plaatsgevonden binnen de in artikel 20, tweede lid, van de Awir voorgeschreven termijn van acht weken.

Tot slot betoogt hij dat hij tegen de aanslag inkomstenbelasting van 2009 beroep heeft ingesteld, zodat de Belastingdienst/Toeslagen niet van zijn belastbare loon mag uitgaan.

2.2.1. [appellant] betoogt op zichzelf terecht dat de Belastingdienst/Toeslagen bij het vaststellen van de zorgtoeslag niet is uitgegaan van de definitieve aanslag inkomstenbelasting, nu deze eerst na het besluit op bezwaar is vastgesteld. Het betoog leidt evenwel niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak.

Het inkomensgegeven is, in geval van [appellant], het na afloop van het desbetreffende jaar laatst bepaalde belastbare loon. Dat inkomensgegeven kan ook blijken uit een voorlopige aanslag, zodat de Belastingdienst/Toeslagen niet eerst na een definitieve aanslag inkomstenbelasting kan overgaan tot vaststelling van de zorgtoeslag. De Belastingdienst/Toeslagen is terecht uitgegaan van het door de inspecteur laatst bepaalde belastbare loon van € 25.638,00.

2.2.2. De Belastingdienst/Toeslagen hoefde de tegemoetkoming niet binnen de in artikel 20, tweede lid, van de Awir opgenomen termijn vast te stellen. Deze bepaling ziet op een herziening van een reeds vastgestelde tegemoetkoming en niet, zoals hier aan de orde, op de vaststelling daarvan.

2.2.3. Dat [appellant] tegen de aanslag inkomstenbelasting beroep heeft ingesteld, betekent niet dat de Belastingdienst/Toeslagen bij het besluit hier aan de orde niet van het gehanteerde toetsingsinkomen mocht uitgaan. Indien het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting slaagt, en het belastbaar loon over 2009 wordt gewijzigd, dient de Belastingdienst/Toeslagen ingevolge artikel 20, eerste lid, van de Awir de tegemoetkoming zorgtoeslag met inachtneming van de gewijzigde aanslag vast te stellen.

Het betoog faalt.

2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.R. Poot, ambtenaar van staat.

w.g. Borman w.g. Poot

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 22 augustus 2012

362-705.