Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BX4689

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15-08-2012
Datum publicatie
15-08-2012
Zaaknummer
201201415/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 22 december 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Heerenweide 2011" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201201415/1/R1.

Datum uitspraak: 15 augustus 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. [appellant sub 1], wonend te Spanbroek, gemeente Opmeer,

2. [appellante sub 2], wonend te Spanbroek, gemeente Opmeer,

en

de raad van de gemeente Opmeer,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 22 december 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Heerenweide 2011" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 7 februari 2012 en [appellante sub 2] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 9 februari 2012, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 27 juni 2012, waar [appellant sub 1], bijgestaan door mr. S.W.C. Bonnet, advocaat te Almere, en de raad, vertegenwoordigd door mr. W.J.M. Loomans, advocaat te Hoorn, en M.T. Goverde, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het bestemmingsplan heeft betrekking op gronden ten zuidoosten van de kern Spanbroek. Het plan maakt een nieuwe woonwijk in Spanbroek-Oost mogelijk.

2.2. [appellant sub 1] en [appellante sub 2] kunnen zich niet met het bestemmingsplan verenigen voor zover dit een ontsluiting van het plangebied op de straat Zomertaling mogelijk maakt. Volgens [appellant sub 1] en [appellante sub 2] staat, anders dan in de plantoelichting is vermeld, het bestemmingsplan geen ontsluiting toe van het plangebied op de Zomertaling, omdat aan de plandelen voor die gronden niet de aanduiding "ontsluiting" is toegekend.

2.3. Aan de plandelen voor de gronden aan de westelijke zijde van het plangebied die aansluiten op de Zomertaling zijn de bestemmingen "Verkeer - Verblijf" en "Water" toegekend. Aan gronden met de bestemming "Groen" aan de oostelijke zijde van het plangebied is de aanduiding "ontsluiting" toegekend.

Ingevolge artikel 5, lid 5.1, van de planregels zijn de voor "Verkeer - Verblijf" aangewezen gronden bestemd voor:

a. wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verblijfsfunctie;

b. voet- en rijwielpaden;

c. groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting;

d. straatmeubilair;

e. voorzieningen van algemeen nut;

f. kunstwerken;

g. waterlopen en waterpartijen;

h. oeververbindingen;

i. bruggen en duikers;

j. speelvoorzieningen;

k. parkeervoorzieningen;

l. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Ingevolge artikel 6, lid 6.1, zijn de voor "Water" aangewezen gronden bestemd voor:

a. waterberging;

b. waterhuishouding;

c. bermen;

d. bruggen en duikers;

e. waterlopen en waterpartijen;

f. groenvoorzieningen;

g. infiltratievoorzieningen;

h. kruisingen en overbruggingen ten behoeve van verkeersdoeleinden;

i. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Ingevolge artikel 10, lid 10.2, onder a, is ter plaatse van de aanduiding "ontsluiting" op de verbeelding, de aanleg van een ontsluitingsroute toegestaan. Deze aanduiding is aan gronden met de bestemming "Groen" toegekend.

2.3.1. Ter zitting heeft de raad verwezen naar de plantoelichting waarin de aansluiting van het plangebied op de Zomertaling is beschreven. De raad is van mening dat ingevolge de planregels ter plaatse van de gronden die aansluiten op de Zomertalig, bruggen en duikers zijn toegestaan, zodat aldaar een aansluiting van het plangebied op de Zomertaling kan worden gerealiseerd. Naar het oordeel van de Afdeling is deze uitleg van de planregels juist. Dat aan de gronden voor de aansluiting op de Zomertaling niet de aanduiding "ontsluiting" is toegekend doet daar niet aan af.

2.4. [appellant sub 1] betoogt dat een ontsluiting op de Zomertaling strijdig is met het bestemmingsplan "Wijde Klaver-oost", nu dat plan uitsluitend een ontsluiting voor de wijk Heerenweide op de Lijster en de Rietgans mogelijk maakt en niet op de Zomertaling.

2.4.1. De gronden voor de ontsluiting van het plangebied op de Zomertaling maakten voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan "Heerenweide 2011" deel uit van het bestemmingsplan "Hoogwoud, Opmeer en Spanbroek", dat op 20 april 2006 is vastgesteld en inmiddels in rechte onaantastbaar is. In dat plan was aan deze gronden de bestemming "Verkeers- en verblijfsdoeleinden" toegekend.

Ingevolge artikel 12, eerste lid, onder a, van de voorschriften van het bestemmingsplan "Hoogwoud, Opmeer en Spanbroek" waren de op de plankaart voor "Verkeers- en verblijfsdoeleinden" aangewezen gronden bestemd voor verkeers- en verblijfsdoeleinden, parkeervoorzieningen, speel- en groenvoorzieningen, met dien verstande dat voor de inrichting, behoudens ondergeschikte aanpassingen, diende te worden uitgegaan van de bestaande inrichting.

2.4.2. De Afdeling overweegt dat in het algemeen aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. De enkele omstandigheid dat het voorgaande plan "Hoogwoud, Opmeer en Spanbroek" niet in een ontsluiting op de Zomertaling voorzag maakt niet dat de raad deze ontsluiting niet in het onderhavige plan heeft kunnen opnemen.

2.5. [appellant sub 1] en [appellante sub 2] betogen dat de ontsluiting van het plangebied via de Zomertaling niet noodzakelijk is, nu het bestemmingsplan ook een ontsluiting via de Lijster en de Rietgans mogelijk maakt. De Lijster en de Rietgans zijn volgens [appellante sub 2] geschikter om als ontsluitingsweg te dienen, nu deze straten ongeveer 6,2 m breed zijn en zijn voorzien van een groenstrook waar een fietspad kan worden aangelegd.

2.5.1. Volgens de raad is de ontsluiting van het plangebied op de Zomertaling nodig om een verdeling van de verkeersdruk vanuit het plangebied richting de wijk Wijde Klaver-Oost te bereiken. Ook stelt de raad zich op het standpunt dat met de ontsluiting op de Zomertaling voor zo kort mogelijke routes door de wijken wordt gezorgd en dat een fijnmazig netwerk ontstaat, evenals voldoende mogelijkheden voor interactie tussen de wijk Heerenweide en de rest van Opmeer.

2.5.2. Gelet op de omvang van de wijk Wijde Klaver-Oost en van het plangebied en op het belang van een goede ontsluiting van deze gebieden, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat een tweede ontsluiting van het plangebied op de wijk Wijde Klaver-Oost via de Zomertaling nodig is.

2.6. [appellant sub 1] en [appellante sub 2] betogen dat met de ontsluiting van het plangebied op de Zomertaling een verkeersonveilige situatie zal ontstaan, hetgeen zich niet verdraagt met het gemeentelijk verkeers- en vervoersplan Opmeer (hierna: GVVP). Volgens hen zal het aantal motorvoertuigbewegingen per etmaal (hierna: mvt/etmaal) toenemen met 485 mvt/etmaal en is de Zomertaling niet geschikt om dit aantal te verwerken. [appellant sub 1] en [appellante sub 2] voeren aan dat de Zomertaling als een wijkontsluitingsweg moet worden aangemerkt en dan niet aan de eisen van het Convenant Duurzaam Veilig kan voldoen.

2.6.1. De raad stelt zich op het standpunt dat als gevolg van de ontsluiting van de wijk Heerenweide op de Zomertaling de huidige verkeersintensiteit op de Zomertaling van ongeveer 120 mvt/etmaal zal toenemen met ongeveer 485 mvt/etmaal tot ongeveer 605 mvt/etmaal. Hij acht een verkeersintensiteit van 1.000 tot 1.500 mvt/etmaal voor een straat als de Zomertaling acceptabel. Voorts stelt hij dat de Zomertaling thans volgens de principes van Duurzaam Veilig is ingericht en dat ook nadat de ontsluiting is gerealiseerd de Zomertaling aan de eisen daarvan zal voldoen.

2.6.2. In het rapport "Nieuwbouwplan Heerenweide te Opmeer - Akoestisch onderzoek" van DHV van mei 2011 (hierna: het akoestisch onderzoek) staat dat het extra verkeer op de Zomertaling als gevolg van het plan gemiddeld 485 mvt/etmaal zal bedragen.

In de notitie "Beantwoording beroepschriften (geluid, verkeer en verkeersveiligheid)" van DHV van 27 februari 2012 (hierna: de notitie van DHV) staat dat de Zomertaling thans is ingericht volgens de uitgangspunten van Duurzaam Veilig en dat het niet verplicht is om aan beide zijden van de Zomertaling een trottoir aan te leggen, gelet op de status van erftoegangsweg. Ook is in de notitie van DHV verwezen naar de richtlijnen uit de Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom van 2004 van het CROW (hierna: ASVV 2004), waarin staat dat binnen verblijfsgebieden in een 30 km/uur-zone een intensiteit van 5.000 à 6.000 mvt/etmaal met een spitsuurpercentage van 10% acceptabel is.

De Zomertaling is een weg waarvoor een maximumsnelheid geldt van 30 km/uur.

2.6.3. Naar het oordeel van de Afdeling hebben [appellant sub 1] en [appellante sub 2] niet aannemelijk gemaakt dat, anders dan in de notitie van DHV is aangegeven, de realisatie van de aansluiting op de Zomertaling tot gevolg heeft dat de Zomertaling niet meer voldoet aan de uitgangspunten van Duurzaam Veilig. De Afdeling overweegt voorts dat de raad, gelet op de in de ASVV 2004 acceptabel geachte verkeersintensiteit voor een 30 km/uur-weg en de door de raad acceptabel geachte verkeersintensiteit voor de Zomertaling, zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat een verkeersintensiteit als gevolg van het plan van ongeveer 605 mvt/etmaal op de Zomertaling niet zal leiden tot verkeersproblemen of verkeersonveiligheid. Gelet op het voorgaande ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat vanwege het plan een verkeersonveilige situatie zal ontstaan.

2.7. Wat betreft het betoog van [appellant sub 1] en [appellante sub 2] dat het plan in strijd is met de Nota Mobiliteit en het provinciaal beleid in het Verkeers- en Vervoersplan Noord-Holland, overweegt de Afdeling als volgt.

Hoewel de raad bij de vaststelling van een bestemmingsplan niet aan rijks- of provinciaal beleid is gebonden, dient de raad daarmee wel rekening te houden, hetgeen betekent dat dit beleid in de belangenafweging dient te worden betrokken. In de plantoelichting is ingegaan op de verhouding van dit plan tot het beleid van de rijksoverheid en de provincie. Uit de plantoelichting volgt verder dat overleg met de VROM-inspectie is gevoerd. Tevens staat er dat er in het kader van het mogelijk maken van de aansluiting van het plangebied op de provinciale weg N241 overleg over het plan is gevoerd met de provincie. Gelet op het voorgaande is aannemelijk dat de raad het rijks- en provinciaal beleid in de belangenafweging heeft betrokken. Daarbij is van strijd met dat beleid niet gebleken.

2.8. [appellant sub 1] vreest geluidhinder vanwege het plan. Zij betoogt dat omdat het akoestisch onderzoek alleen een indicatie van de geluidhinder geeft, deze hinder ook groter kan zijn dan in het onderzoek is voorzien. Dat uit de onderzoeken blijkt dat op haar woning een geluidbelasting van 49 dB zal plaatsvinden onderschrijft dit, aldus [appellant sub 1].

2.8.1. De raad stelt zich op het standpunt dat de geluidbelasting op de woning van [appellant sub 1] niet onaanvaardbaar zal zijn. Hij verwijst daarbij naar het akoestisch onderzoek en de notitie van DHV.

2.8.2. Ingevolge artikel 74, eerste lid en tweede lid, aanhef en onder b, van de Wet geluidhinder (hierna: Wgh) gelezen in samenhang met artikel 77 behoeft bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan geen akoestisch onderzoek te worden ingesteld indien voor de desbetreffende wegen een maximumsnelheid geldt van 30 km/uur.

2.8.3. In het akoestisch onderzoek staat dat de geluidbelasting op de woningen aan de Zomertaling indicatief zijn bepaald. Aan deze berekeningen zijn als uitgangspunten ten grondslag gelegd dat de wegdekverharding uit niet-elementenverharding met grove oppervlaktestructuur bestaat en dat het extra verkeer gemiddeld 485 mvt/etmaal bedraagt. Uit de berekening van de geluidbelasting in het akoestisch onderzoek volgt dat op de woning van [appellant sub 1] op de rekenhoogten 1,5 m en 4,5 m een geluidbelasting van afgerond 49 dB zal plaatsvinden.

In de notitie van DHV staat dat de geluidbelasting voor de woningen aan de Zomertaling een indicatief karakter heeft, omdat de wegdekcorrecties van de wegdekverhardingen bij snelheden van 30 km/uur en lager buiten het toepassingsbereik vallen. Om toch een beeld te geven is gerekend met de wegdekcorrecties van de website www.stillerverkeer.nl - een initiatief van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Rijkswaterstaat en het CROW - en zijn de berekeningen uitgevoerd in overeenstemming met de Standaard Rekenmethode 1. Aan de berekening zijn de uitgangspunten ten grondslag gelegd dat de wegdekverharding uit elementenverharding in keperverband bestaat en dat de verkeersintensiteit 621 mvt/etmaal bedraagt. Uit de berekening van de geluidbelasting in de notitie van DHV volgt dat op de woning van [appellant sub 1] op de rekenhoogten 1,5 m en 4,5 m een geluidbelasting van afgerond 49 dB zal plaatsvinden, aldus de notitie van DHV.

2.8.4. De Afdeling overweegt dat, hoewel geen grenswaarden uit de Wgh toepassing zijn op de Zomertaling nu dit een weg is waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt, de raad de geluidhinder vanwege het bestemmingsplan in het kader van de vereiste belangenafweging bij de vaststelling van het bestemmingsplan dient te betrekken. De raad heeft de uitkomsten van het akoestisch onderzoek in zijn overweging betrokken.

[appellant sub 1] heeft niet aannemelijk gemaakt dat de berekening van de geluidbelasting ondeugdelijk is. De omstandigheden dat de berekening van de geluidbelasting een indicatief karakter heeft omdat de wegdekcorrecties bij een maximumsnelheid van 30 km/uur buiten het toepassingsbereik van de berekeningsmethode vallen en dat bij de berekening van de geluidbelasting gebruik is gemaakt van de niet wettelijk vastgestelde wegdekcorrecties van de website www.stillerverkeer.nl maken niet dat de raad niet de uitkomsten van de berekeningen bij zijn overwegingen heeft kunnen betrekken. Nu de geluidbelasting van 49 dB één dB boven de voorkeursgrenswaarde ligt, heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de geluidbelasting vanwege de aansluiting niet onaanvaardbaar is. Gelet op het voorgaande ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het bestemmingsplan niet zal leiden tot onaanvaardbare geluidhinder op de woning van [appellant sub 1].

2.9. [appellant sub 1] vreest voor parkeeroverlast, omdat vanwege de ontsluiting op de Zomertaling vier parkeerplaatsen zullen verdwijnen.

2.9.1. De raad stelt zich op het standpunt dat de vier parkeerplaatsen die ten behoeve van de ontsluiting op de Zomertaling zullen verdwijnen aan de noordkant van de strook parkeerplaatsen aan de Zomertaling zullen worden gecompenseerd.

2.9.2. Voor de gronden ten noorden van de strook parkeerplaatsen aan de Zomertaling geldt het bestemmingsplan "Hoogwoud, Opmeer en Spanbroek". Aan deze gronden is de bestemming "Verkeers- en verblijfsdoeleinden" toegekend.

2.9.3. Gelet op de beschikbare ruimte naast de reeds aanwezige parkeerplaatsen aan de noordkant van de strook parkeerplaatsen aan de Zomertaling, is het mogelijk daar vier parkeerplaatsen te realiseren. Nu de raad ter zitting heeft toegelicht dat hij de vier parkeerplaatsen die vanwege de ontsluiting op de Zomertaling zullen verdwijnen hoe dan ook zal compenseren zodat hetzelfde aantal parkeerplaatsen zal blijven bestaan, heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de aansluiting op de Zomertaling niet leidt tot parkeeroverlast.

2.10. Wat betreft het betoog dat [appellant sub 1] schade zal lijden in de vorm van waardevermindering van haar woning bestaat geen grond voor de verwachting dat die waardevermindering zodanig zal zijn dat de raad bij de afweging van de belangen hieraan een groter gewicht had moeten toekennen dan aan de belangen die met de realisering van het plan aan de orde zijn.

2.11. In hetgeen [appellant sub 1] en [appellante sub 2] hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan in zoverre strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. De beroepen zijn ongegrond.

2.12. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart de beroepen van [appellant sub 1] en [appellante sub 2] ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. N.S.J. Koeman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.A. Melse, ambtenaar van staat.

w.g. Koeman w.g. Melse

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 15 augustus 2012

191-655.