Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BX4652

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15-08-2012
Datum publicatie
15-08-2012
Zaaknummer
201107876/1/A4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 14 juni 2011 heeft het college vastgesteld dat zich ter plaatse van de locatie Markt 9 te Lichtenvoorde een geval van ernstige bodemverontreiniging voordoet waarvan spoedige sanering niet noodzakelijk is. Dit besluit is op 17 juni 2011 ter inzage gelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201107876/1/A4.

Datum uitspraak: 15 augustus 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante A] en [appellante B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellante]), beide gevestigd te Lichtenvoorde, gemeente Oost Gelre,

en

het college van gedeputeerde staten van Gelderland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 14 juni 2011 heeft het college vastgesteld dat zich ter plaatse van de locatie Markt 9 te Lichtenvoorde een geval van ernstige bodemverontreiniging voordoet waarvan spoedige sanering niet noodzakelijk is. Dit besluit is op 17 juni 2011 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit heeft [appellante] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 19 juli 2011, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brieven van 4 augustus 2011 en 30 augustus 2011.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 juli 2012, waar het college, vertegenwoordigd door mr. G.R.G. van Thiel en ing. B.R. Dittrich, beiden werkzaam bij de gemeente, is verschenen. Voorts is Foto Primeur, vertegenwoordigd door mr. J. van Vulpen, advocaat te Utrecht, verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het college stelt dat [appellante] geen belanghebbende is bij het bestreden besluit omdat zij geen percelen in eigendom heeft nabij het geval van bodemverontreiniging op de locatie Markt 9.

2.2. Ingevolge artikel 20.1 van de Wet milieubeheer kan tegen een besluit als hier in geding beroep worden ingesteld door een belanghebbende.

Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

2.2.1. Blijkens de gegevens in het handelsregister van de Kamer van Koophandel zijn zowel [appellante A] als [appellante B] gevestigd op ongeveer 340 m afstand van het perceel Markt 9. Niet aannemelijk is dat [appellante] op deze afstand gevolgen ondervindt van de op de locatie Markt 9 aanwezige verontreiniging.

[appellante] stelt weliswaar in haar beroepschrift duidelijkheid te willen verkrijgen over de vervuilingsituatie rond haar eigen, niet nader aangeduide, percelen gesitueerd aan de Markt, maar het is de Afdeling niet gebleken dat [appellante] percelen in eigendom heeft die daar zijn gesitueerd.

De door [appellante] aangevoerde omstandigheid dat zij, naar de Afdeling begrijpt, in het verleden financieel heeft bijgedragen aan een beheersmaatregel met betrekking tot een ander geval van bodemverontreiniging, maakt haar niet tot belanghebbende bij het onderhavige geval.

Gelet op het voorgaande zijn de belangen van [appellante] niet rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken, zodat zij geen belanghebbende is in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb.

2.3. Het beroep is niet-ontvankelijk.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. T.G. Drupsteen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.A.A. van Roessel, ambtenaar van staat.

w.g. Drupsteen w.g. Van Roessel

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 15 augustus 2012

457-687.