Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BX3963

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
08-08-2012
Datum publicatie
08-08-2012
Zaaknummer
201205237/3/A4
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBALM:2012:BW5684, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 6 oktober 2011 heeft het college het verzoek van [appellant] om toepassing van bestuurlijke handhavingsmiddelen met betrekking tot het dierenpension van [wederpartij] aan de [locatie] te Ambt Delden afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201205237/3/A4.

Datum uitspraak: 8 augustus 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant A] en [appellante B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant]), wonend te Ambt Delden, gemeente Hof van Twente,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Almelo van 9 mei 2012 in zaak nrs. 12/411 en 12/412 in het geding tussen:

[wederpartij], wonend te Ambt Delden, gemeente Hof van Twente,

en

het college van burgemeester en wethouders van Hof van Twente.

1. Procesverloop

Bij besluit van 6 oktober 2011 heeft het college het verzoek van [appellant] om toepassing van bestuurlijke handhavingsmiddelen met betrekking tot het dierenpension van [wederpartij] aan de [locatie] te Ambt Delden afgewezen.

Bij besluit van 27 maart 2012 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard en aan [wederpartij] een last onder dwangsom opgelegd.

Bij uitspraak van 9 mei 2012, verzonden op dezelfde dag, heeft de voorzieningenrechter het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 27 maart 2012 vernietigd, het besluit van 6 oktober 2010 herroepen, bepaald dat [wederpartij] vanaf 15 juni 2012 een dwangsom verbeurt van € 5.000,- per keer dat vanwege het college wordt geconstateerd dat zich in de inrichting aan de [locatie] te Ambt Delden meer dan 20 pensionhonden, 10 asielhonden of 50 fokhonden bevinden, het maximaal te verbeuren bedrag op € 15.000,- met een submaximum van € 5.000,- per week bepaald en bepaald dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 24 mei 2012, hoger beroep ingesteld.

Desgevraagd hebben partijen toestemming verleend als bedoeld in artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), om in het geding uitspraak te doen zonder zitting. Vervolgens heeft de Afdeling bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten.

2. Overwegingen

2.1. [appellant] betoogt dat de voorzieningenrechter in redelijkheid geen maximaal te verbeuren bedrag aan de opgelegde last onder dwangsom had mogen verbinden. Dit betoog faalt, reeds omdat het college ingevolge artikel 5:32b, tweede lid, van de Awb gehouden was een bedrag vast te stellen waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd.

2.2. [appellant] betoogt verder dat de voorzieningenrechter heeft miskend dat de dwangsom te laag is. Daartoe voert hij aan dat een dwangsom van € 5.000,- geen stimulans zal zijn om de overtreding ongedaan te maken.

2.2.1. De voorzieningenrechter heeft aansluiting gezocht bij de berekening van het college. Het college heeft de hoogte van de dwangsom gebaseerd op het geschatte financiële voordeel dat de overtreding oplevert en tevens beoogd een voldoende financiële prikkel te geven om de overtreding te beëindigen. Daarbij is het college uitgegaan van een winst van € 10,- per hond per dag en van de aanwezigheid van 73 pensionhonden meer dan toegestaan gedurende zeven dagen in de week. Het college heeft toegelicht dat bij deze berekening is uitgegaan van het aantal honden dat bij de constatering van de overtreding binnen de inrichting aanwezig was.

2.2.2. [appellant] heeft geen concrete aanknopingspunten naar voren gebracht op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat de hoogte van de dwangsom, zoals vastgesteld op de in overweging 2.2.1 vermelde wijze, voor [wederpartij] onvoldoende stimulans is om de overtreding ongedaan te maken. In dat verband wordt opgemerkt dat, indien de last is uitgewerkt, maar niet heeft geleid tot beëindiging van de overtreding, [appellant] het college kan verzoeken een nieuwe last op te leggen.

Gelet op voorgaande bestaat geen grond voor het oordeel dat de hoogte van de door de voorzieningenrechter vastgestelde dwangsom onredelijk laag is. Het betoog faalt

2.3. Het hoger beroep van [appellant] is ongegrond. De aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, dient te worden bevestigd.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.

Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Kreveld, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.A.A. van Roessel, ambtenaar van staat.

w.g. Van Kreveld w.g. Van Roessel

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 8 augustus 2012

457-720.