Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BX3948

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
08-08-2012
Datum publicatie
08-08-2012
Zaaknummer
201105588/1/A4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 22 maart 2011 heeft het college aan DFDS Seaways (hierna: DFDS) een vergunning als bedoeld in artikel 8.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet milieubeheer verleend voor het veranderen van een terminal voor veerdiensten ten behoeve van vrachtwagentrailers en koeltrailers aan de Vulcaanweg 20 te Vlaardingen. Dit besluit is op 7 april 2011 ter inzage gelegd.

Wetsverwijzingen
Wet milieubeheer
Wet milieubeheer 8.1
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 3:11
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JM 2012/121 met annotatie van T.N. Sanders
JOM 2012/865

Uitspraak

201105588/1/A4.

Datum uitspraak: 8 augustus 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid B.V. Nederlandse Erts- en Mineraalbewerking (hierna: NEM), gevestigd te Vlaardingen,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Rotterdam Bulk Terminal B.V. (hierna: RBT), gevestigd te Vlaardingen,

appellanten,

en

het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 22 maart 2011 heeft het college aan DFDS Seaways (hierna: DFDS) een vergunning als bedoeld in artikel 8.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet milieubeheer verleend voor het veranderen van een terminal voor veerdiensten ten behoeve van vrachtwagentrailers en koeltrailers aan de Vulcaanweg 20 te Vlaardingen. Dit besluit is op 7 april 2011 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit hebben NEM en RBT bij afzonderlijke brieven, bij de Raad van State ingekomen op 16 mei 2011, beroep ingesteld.

Bij besluit van 24 november 2011 heeft het college het besluit van 22 maart 2011 gewijzigd.

NEM en RBT hebben hun beroep aangevuld bij brief van 23 mei 2012.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

NEM en RBT, het college en DFDS hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 juli 2012, waar NEM, vertegenwoordigd door haar [directeur], en RBT, vertegenwoordigd door haar [manager operations], beide bijgestaan door ir. W.E. Westerduin, en het college, vertegenwoordigd door mr. A. Bagcivan, werkzaam bij DCMR, zijn verschenen. Voorts is DFDS, vertegenwoordigd door F. Marly MSc, R. Maas en R. Kreton, bijgestaan door mr. N.J.M. de Munnik, advocaat te Rotterdam, als belanghebbende gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het besluit van 24 november 2011 is een besluit als bedoeld in artikel 6:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb). Bij dit besluit heeft het college, voor zover hier van belang, een extra voorschrift aan de vergunning verbonden en twee voorschriften gewijzigd. RBT en NEM hebben over de desbetreffende voorschriften en andere onderwerpen beroepsgronden aangevoerd. Door het enkel wijzigen van deze voorschriften wordt door het besluit van 24 november 2011 niet geheel aan de beroepen van RBT en NEM tegemoet gekomen. Op grond van artikel 6:19, eerste lid van de Awb moeten de beroepen van RBT en NEM daarom worden geacht mede te zijn gericht tegen het besluit van 24 november 2011.

Het besluit van 22 maart 2011 wordt hierna aangeduid als: het bestreden besluit.

2.2. NEM en RBT hebben beide over het ontwerpbesluit geen zienswijze naar voren gebracht. Zij voeren aan dat dit verschoonbaar is, omdat zij buurbedrijven zijn en zij ten onrechte geen kennisgeving van het ontwerpbesluit hebben ontvangen. Volgens hen worden dergelijke besluiten aan omliggende bedrijven toegezonden. Daar komt bij dat de kennisgeving van het ontwerpbesluit in verband met de inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: de Wabo) op de website van de gemeente Vlaardingen is geplaatst, terwijl het voordien gebruikelijk was om kennisgevingen van ontwerpbesluiten voor activiteiten als thans aan de orde op de website van DCMR milieudienst Rijnmond te plaatsen, aldus NEM en RBT. Voorts stellen zij dat het huis-aan-huisblad "Groot Vlaardingen", waarin de kennisgeving van het ontwerpbesluit is gepubliceerd, niet wordt bezorgd op het industrieterrein waarop NEM en RBT zijn gevestigd. Volgens hen hebben zij de uitgever van "Groot Vlaardingen" niettemin telefonisch verzocht om bezorging van dit blad maar is hen medegedeeld dat bezorging bij hen niet mogelijk was. Ook wijzen zij er op dat NEM op 11 april 2011 een brief heeft gestuurd aan DCMR met het verzoek haar op de hoogte te houden van lopende procedures wat betreft DFDS. Op deze brief heeft DCMR pas nadat de beroepstermijn voor het besluit van 22 maart 2011 was verstreken gereageerd.

2.2.1. Ingevolge artikel 3:11, eerste lid, van de Awb, voor zover hier van belang, legt het bestuursorgaan het ontwerp van het te nemen besluit ter inzage.

Ingevolge artikel 3:12, eerste lid, voor zover hier van belang, geeft het bestuursorgaan voorafgaand aan de terinzagelegging in een of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze kennis van het ontwerp.

Ingevolge artikel 3:15, eerste lid, kunnen belanghebbenden bij het bestuursorgaan naar keuze schriftelijk of mondeling hun zienswijze over het ontwerp naar voren brengen.

Ingevolge artikel 6:13, voor zover hier van belang, kan geen beroep worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijzen als bedoeld in artikel 3:15 naar voren heeft gebracht.

2.2.2. Het bevoegd gezag heeft op grond van artikel 3:12, eerste lid, van de Awb een zekere vrijheid in de keuze van het blad of de bladen waarin een kennisgeving wordt geplaatst, mits aldus een geschikte wijze van kennisgeving van het ontwerpbesluit plaatsvindt. Dit artikel verplicht niet tot het afzonderlijk toezenden van een afschrift van de kennisgeving van het ontwerpbesluit aan in de omgeving gelegen bedrijven. Publicatie van de kennisgeving van het ontwerpbesluit heeft op 24 november 2010 plaatsgevonden in het huis-aan-huisblad "Groot Vlaardingen" en op de website van de gemeente. Het verspreidingsgebied van "Groot Vlaardingen" betreft gemeente Vlaardingen. Dit huis-aan-huisblad wordt echter niet op de in de gemeente gelegen industrieterreinen bezorgd.

Niet gebleken is dat de bezorging van "Groot Vlaardingen" in het algemeen zodanige gebreken vertoont dat het college dit blad niet als middel ter kennisgeving van het ontwerpbesluit had mogen gebruiken. NEM en RBT zijn gevestigd in het verspreidingsgebied van "Groot Vlaardingen". Bekend is bij NEM en RBT dat dit blad niet wordt bezorgd op het industrieterrein waar zij zijn gevestigd. Nu NEM en RBT binnen het verspreidingsgebied van "Groot Vlaardingen" zijn gelegen is er geen aanleiding voor het oordeel dat de kennisgeving in "Groot Vlaardingen" niet geschikt is voor deze kennisgeving. Het lag op de weg van NEM en RBT om het huis-aan-huisblad in bezit te krijgen of zich anderszins tijdig op de hoogte te stellen van de kennisgeving van het ontwerp van het bestreden besluit. Het college heeft onweersproken gesteld dat "Groot Vlaardingen" tegen betaling per post bezorgd kan worden, dat dit huis-aan-huisblad op meerdere afhaalpunten in de gemeente verkrijgbaar is en dat de inhoud van dit blad digitaal te raadplegen is. Voorts is het ontwerpbesluit gepubliceerd op de website van de gemeente. Onder deze omstandigheden is de Afdeling van oordeel dat NEM en RBT door slechts de uitgever van "Groot Vlaardingen" telefonisch te verzoeken dit blad te bezorgen op hun adres, onvoldoende inspanning hebben verricht om zich tijdig op de hoogte te stellen van de kennisgeving van het ontwerp van het bestreden besluit.

Voor zover NEM en RBT zich op het standpunt stellen dat zij door de plaatsing van de kennisgeving van het ontwerpbesluit op de website van de gemeente Vlaardingen in verwarring zijn geraakt overweegt de Afdeling dat het college eveneens onweersproken heeft gesteld dat ten tijde van de kennisgeving van het ontwerpbesluit, op de website van DCMR een mededeling was geplaatst waaruit viel af te leiden dat ten gevolge van de inwerkingtreding van de Wabo de wijze van kennisgeving van ontwerpbesluiten voor activiteiten als thans aan de orde was gewijzigd.

Uit het vorenstaande volgt dat het college, door de kennisgeving in "Groot Vlaardingen" te publiceren en op de website van de gemeente te plaatsen, niet op onjuiste wijze gebruik heeft gemaakt van de hem op grond van artikel 3:12, eerste lid, van de Awb toekomende vrijheid, zodat in de wijze van kennisgeving geen grond is gelegen om het niet naar voren brengen van een zienswijze verschoonbaar te achten.

2.3. De beroepen van NEM en RBT zijn niet-ontvankelijk.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, voorzitter, en mr. W. Sorgdrager en mr. R. Uylenburg, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.H. Schoppers, ambtenaar van staat.

w.g. Van Altena w.g. Schoppers

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 8 augustus 2012

578.