Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BX3893

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
01-08-2012
Datum publicatie
08-08-2012
Zaaknummer
201204390/3/A2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 2 april 2007 heeft de staatssecretaris het verzoek van [verzoeker] om schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201204390/3/A2.

Datum uitspraak: 1 augustus 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

[verzoeker], wonend te Delft,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 18 april 2012 in zaak nr. 11/2533 in het geding tussen:

[verzoeker]

en

de staatssecretaris.

1. Procesverloop

Bij besluit van 2 april 2007 heeft de staatssecretaris het verzoek van [verzoeker] om schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 22 februari 2011 heeft de algemene bestuursrechter van de rechtbank het beroep van [verzoeker] tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar tegen het besluit van 2 april 2007 gegrond verklaard en de staatssecretaris opgedragen binnen twee weken alsnog een besluit te nemen op dit bezwaar.

Bij besluit van 3 maart 2011 heeft de staatssecretaris het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 18 april 2012 heeft de algemene bestuursrechter van de rechtbank het door [verzoeker] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 3 maart 2011 vernietigd, het besluit van 2 april 2007 herroepen, bepaald dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit, de staatssecretaris veroordeeld tot betaling aan [verzoeker] van een schadevergoeding van € 2.000,00 en de staatssecretaris opgedragen het betaalde griffierecht van € 152,00 aan [verzoeker] te vergoeden. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 26 april 2012, hoger beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 26 juni 2012, heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

2. Overwegingen

2.1. De voorzitter doet uitspraak zonder zitting.

2.2. Bij uitspraak van heden in zaak nr. 201204390/2/A2, heeft de Afdeling op het hoger beroep beslist. Derhalve is geen sprake meer van een geding. Daarom dient het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening te worden afgewezen.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Jansen, ambtenaar van staat.

w.g. Van Altena w.g. Jansen

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 1 augustus 2012

609.