Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BX3270

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
01-08-2012
Datum publicatie
01-08-2012
Zaaknummer
201100081/1/A4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 21 september 2009 heeft het college aan [vergunninghouder] vergunning als bedoeld in artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998 (hierna: de Nbw 1998) verleend voor een agrarisch bedrijf aan de [locatie] te Haaksbergen.

Wetsverwijzingen
Natuurbeschermingswet 1998
Natuurbeschermingswet 1998 19d
Natuurbeschermingswet 1998 19kd
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2012/844

Uitspraak

201100081/1/A4.

Datum uitspraak: 1 augustus 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de coöperatie met uitgesloten aansprakelijkheid Coöperatie Mobilisation for the Environment U.A. (hierna: MOB), gevestigd te Nijmegen,

appellante,

en

het college van gedeputeerde staten van Gelderland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 21 september 2009 heeft het college aan [vergunninghouder] vergunning als bedoeld in artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998 (hierna: de Nbw 1998) verleend voor een agrarisch bedrijf aan de [locatie] te Haaksbergen.

Bij besluit van 26 november 2010 heeft het college het door MOB hiertegen gemaakte bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard, het besluit van 21 september 2009 herroepen en de gevraagde vergunning geweigerd.

Tegen dit besluit heeft MOB bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 4 januari 2011, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 31 januari 2011.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het college heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 18 juni 2012, waar MOB, vertegenwoordigd door mr. V. Wösten, werkzaam bij Wösten Juridisch Advies, en het college, vertegenwoordigd door mr. M. de Jonge, N. Jeukens en mr. P.F.H.A. Tillie, allen werkzaam bij de provincie Gelderland, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [vergunninghouder] in persoon verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 19d, eerste lid, van de Nbw 1998, voor zover hier van belang, is het verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten projecten of andere handelingen te realiseren onderscheidenlijk te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstelling, met uitzondering van de doelstellingen, bedoeld in artikel 10a, derde lid, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000-gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Zodanige projecten of andere handelingen zijn in ieder geval projecten of handelingen die de natuurlijke kenmerken van het desbetreffende gebied kunnen aantasten.

Ingevolge artikel 19kd, eerste lid, voor zover hier van belang, betrekt het bevoegd gezag bij besluiten over het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, niet de gevolgen die een handeling kan hebben door het veroorzaken van stikstofdepositie op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied in de volgende gevallen:

a. de handeling is gebruik dat op de referentiedatum werd verricht en is sedertdien niet of niet in betekenende mate gewijzigd, en heeft sedertdien per saldo geen toename van stikstofdepositie op de voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied veroorzaakt;

b. de handeling is een activiteit die na de referentiedatum is begonnen, of een gebruik dat na de referentiedatum in betekenende mate is gewijzigd, waarbij is verzekerd dat, in samenhang met voor die activiteit getroffen maatregelen, de stikstofdepositie op de voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied als gevolg van die activiteit of dat gebruik per saldo niet is toegenomen of zal toenemen.

Ingevolge artikel 19kd, derde lid, aanhef en onder a, dient onder "referentiedatum" als bedoeld in het eerste lid te worden verstaan: 7 december 2004.

2.2. Het agrarische bedrijf aan de [locatie] te Haaksbergen, waarvoor bij besluit van 21 september 2009 vergunning krachtens artikel 19d van de Nbw 1998 is verleend, is gelegen op een afstand van ongeveer 2.515 meter van het Natura 2000-gebied Teeselinkven. Dit gebied is opgenomen op de bij beschikking van de Europese Commissie van 7 december 2004 vastgestelde lijst van gebieden van communautair belang als bedoeld in richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna.

Bij het bestreden besluit heeft het college het besluit van 21 september 2009 herroepen en de vergunning alsnog geweigerd, op de grond dat als gevolg van de inwerkingtreding van artikel 19kd van de Nbw 1998 inmiddels geen vergunningplicht ingevolge artikel 19d, eerste lid, van de Nbw 1998 meer zou gelden.

2.3. MOB betoogt dat niet gesteld kan worden dat de vergunningplicht is komen te vervallen.

2.3.1. Dit betoog slaagt. Zoals de Afdeling heeft overwogen in haar uitspraak van 7 september 2011 in zaak nr. 201003301/1/R2 maakt artikel 19kd van de Nbw 1998 geen uitzondering op de vergunningplicht ingevolge artikel 19d, eerste lid, van de Nbw 1998. De bepaling houdt niet meer in dan dat, indien een van de onder a of b van het eerste lid van artikel 19kd vermelde gevallen zich voordoet, bij de besluitvorming over een te verlenen vergunning niet de gevolgen worden betrokken die een handeling kan hebben door het veroorzaken van stikstofdepositie op voor stikstofgevoelige habitats in een Natura 2000-gebied.

2.4. Uit het voorgaande volgt dat het college het besluit van 21 september 2009 op onjuiste gronden heeft herroepen. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit dient te worden vernietigd wegens strijd met artikel 19d, eerste lid, van de Nbw 1998. Het college zal opnieuw op het bezwaar tegen het besluit van 21 september 2009 dienen te beslissen.

De overige gronden behoeven gelet hierop geen bespreking meer.

2.5. Het college dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld. Daarbij overweegt de Afdeling dat als regel geldt dat de proceskosten van een met het college meeprocederende particuliere partij die geen beroep heeft ingesteld, niet voor vergoeding in aanmerking komen. Er is in dit geval geen aanleiding om van deze regel af te wijken ten behoeve van [vergunninghouder], die verzocht heeft om vergoeding van zijn proceskosten.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van het college van gedeputeerde staten van Gelderland van 26 november 2010, kenmerk 2009-009872;

III. veroordeelt het college van gedeputeerde staten van Gelderland tot vergoeding van bij de coöperatie met uitgesloten aansprakelijkheid Coöperatie Mobilisation for the Environment U.A. in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 874,00 (zegge: achthonderdvierenzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

IV. gelast dat het college van gedeputeerde staten van Gelderland aan de coöperatie met uitgesloten aansprakelijkheid Coöperatie Mobilisation for the Environment U.A. het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 298,00 (zegge: tweehonderdachtennegentig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, voorzitter, en mr. J.A. Hagen en mr. J. Hoekstra, leden, in tegenwoordigheid van mr. C.S. Aal, ambtenaar van staat.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Aal

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 1 augustus 2012

148.