Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BX3260

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
26-07-2012
Datum publicatie
01-08-2012
Zaaknummer
201205027/2/R1 en 201205383/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 7 februari 2012 heeft de raad de bestemmingsplannen "Herziening regels Bestemmingsplan Buitengebied 2011" en "Herziening verbeelding Bestemmingsplan Buitengebied 2011" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201205027/2/R1 en 201205383/2/R1.

Datum uitspraak: 26 juli 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op verzoeken om het treffen van voorlopige voorzieningen (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in de gedingen tussen onder meer:

[verzoeker], wonend te Horst, gemeente Horst aan de Maas,

en

de raad van de gemeente Horst aan de Maas,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 7 februari 2012 heeft de raad de bestemmingsplannen "Herziening regels Bestemmingsplan Buitengebied 2011" en "Herziening verbeelding Bestemmingsplan Buitengebied 2011" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 24 mei 2012, beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 24 mei 2012, heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht voorlopige voorzieningen te treffen.

De raad heeft een nader stuk ingediend.

De voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 17 juli 2012, waar [verzoeker], vertegenwoordigd door drs. J.M.G. Wentink, werkzaam bij Geling Advies B.V., is verschenen.

Voorts is ter zitting [belanghebbende], als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. [verzoeker] richt zich tegen het plandeel met de bestemming "Recreatie" en onder meer de aanduidingen "kampeerterrein", "specifieke vorm van recreatie - camperstandplaats", "specifieke vorm van recreatie - groepsaccommodatie" en "bedrijfswoning" voor het perceel gelegen aan de [locatie]. [verzoeker] beoogt met zijn verzoeken onomkeerbare ontwikkelingen ten gevolge van de inwerkingtreding van dit plandeel te voorkomen. [verzoeker] betoogt dat de raad het projectbesluit van 8 juli 2011, ten behoeve van de uitbreiding van de minicamping op het perceel, op onjuiste wijze in de plannen heeft opgenomen. Volgens [verzoeker] voorzien de plannen in ruimere bouwmogelijkheden dan het projectbesluit als gevolg waarvan zijn bedrijfsvoering wordt belemmerd en de ontwikkelmogelijkheden voor zijn bedrijf worden beperkt.

2.2.1. Bij besluit van 8 juli 2011 heeft het college van burgemeester en wethouders een projectbesluit genomen ten behoeve van de uitbreiding van de bestaande minicamping op het perceel [locatie] naar 79 kampeerplaatsen voor tenten en tourcaravans, alsmede een bouwvergunning verleend voor de bouw van een opslagruimte, een sanitairgebouw en sanitaire units.

2.2.2. Vast staat dat [belanghebbende] eigenaar is van het perceel [locatie] en de minicamping op dit perceel exploiteert. [belanghebbende] heeft ter zitting toegelicht dat voor zover de plannen ruimere bouwmogelijkheden bieden dan het projectbesluit van 8 juli 2011 daaraan geen behoefte bestaat. [belanghebbende] heeft ter zitting voorts uitdrukkelijk verklaard dat van deze eventuele ruimere bouwmogelijkheden derhalve geen gebruik zal worden gemaakt en dat geen omgevingsvergunningen zullen worden aangevraagd. De vertegenwoordiger van [verzoeker] heeft ter zitting meegedeeld dat hem uit contact met een gemeenteambtenaar is gebleken dat de raad heeft beoogd de inhoud van het projectbesluit in de plannen vast te leggen en dat voor zover hierbij omissies zijn opgetreden hij voornemens is deze bij de volgende planherziening te herstellen.

2.2.3. Gelet op het voorgaande heeft [verzoeker] geen spoedeisend belang bij zijn verzoeken om het treffen van voorlopige voorzieningen. Er bestaat derhalve aanleiding deze verzoeken af te wijzen.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst de verzoeken af.

Aldus vastgesteld door mr. Th.G. Drupsteen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J. Schaaf, ambtenaar van staat.

w.g. Drupsteen w.g. Schaaf

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 26 juli 2012

523.