Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BX3251

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
01-08-2012
Datum publicatie
01-08-2012
Zaaknummer
201111068/1/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 5 september 2011 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland een vergunning onder voorschriften ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Ontgrondingenwet verleend aan MNO Vervat B.V. voor het ontgronden van diverse percelen, kadastraal bekend gemeente Nijmegen, Sectie E en F, gemeente Lent, Sectie A.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201111068/1/R4.

Datum uitspraak: 1 augustus 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MNO Vervat B.V., gevestigd te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer,

2. het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen,

appellanten,

en

het college van gedeputeerde staten van Gelderland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 5 september 2011 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland een vergunning onder voorschriften ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Ontgrondingenwet verleend aan MNO Vervat B.V. voor het ontgronden van diverse percelen, kadastraal bekend gemeente Nijmegen, Sectie E en F, gemeente Lent, Sectie A.

Tegen dit besluit hebben MNO Vervat B.V. bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 17 oktober 2011, en het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 17 oktober 2011, beroep ingesteld. MNO Vervat B.V. heeft haar beroep aangevuld bij brief van 15 november 2011. Het college van burgemeester en wethouders heeft zijn beroep aangevuld bij brief van 16 november 2011.

Het college van gedeputeerde staten heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 juli 2012, waar MNO Vervat B.V., vertegenwoordigd door W. Bovendeur, bijgestaan door mr. E.C. Berkouwer, advocaat te Amsterdam, het college van burgemeester en wethouders, vertegenwoordigd door mr. drs. A. van Horrik, werkzaam bij de gemeente, en het college van gedeputeerde staten van Gelderland, vertegenwoordigd door P.W.T. Rosendaal en ing. E. Poortier, beiden werkzaam bij de provincie, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. De vergunning is verleend voor het ontgronden en aanleggen van een landschapszone in de VINEX locatie "De Waalsprong". De vergunning is onder voorschriften verleend.

2.2. Ingevolge voorschrift 1 van de vergunning, voor zover van belang, dient het voorgeschreven talud van 1:4 te worden aangepast als uit nadere toetsing conform CUR 113 blijkt dat dit nodig is uit oogpunt van veiligheid. Ingevolge voorschrift 9, voor zover van belang, mag niet met zandwinning worden begonnen voordat met nader onderzoek is aangetoond dat de stabiliteit van de onderwatertaluds is gegarandeerd. Het onderzoek moet voldoen aan de CUR-aanbeveling 113.

2.3. Het beroep van het college van burgemeester en wethouders richt zich tegen vergunningvoorschrift 9.

Het beroep van MNO Vervat B.V. richt zich tegen de voorschriften 1 en 9 van de vergunning op grond waarvan bij de uitvoering van de ontgronding de aanbeveling CUR 113 in acht moet worden genomen.

Deze voorschriften zijn in het definitieve besluit niet gewijzigd ten opzichte van het ontwerpbesluit.

2.4. Ingevolge de artikelen 3:11, 3:15 en 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt het ontwerpbesluit ter inzage gelegd voor de duur van zes weken en kunnen gedurende deze termijn zienswijzen naar voren worden gebracht bij het college van gedeputeerde staten.

MNO Vervat B.V. en het college van burgemeester en wethouders hebben geen zienswijze over het ontwerpbesluit naar voren gebracht bij het college van gedeputeerde staten.

Ingevolge artikel 17 van de Ontgrondingenwet en artikel 6:13 van de Awb, kan beroep slechts worden ingesteld tegen een besluit omtrent het verlenen van een ontgrondingvergunning door de belanghebbende die over het ontwerpbesluit tijdig een zienswijze naar voren heeft gebracht.

Dit is slechts anders indien een belanghebbende redelijkerwijs niet kan worden verweten dat hij niet tijdig een zienswijze naar voren heeft gebracht.

2.5. Het college van burgemeester en wethouders stelt dat de gevolgen van voorschrift 9 van de vergunning ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbesluit bij geen van de partijen bekend waren. Eerst bij het definitieve versie van het door Witteveen en Bos opgestelde rapport van 6 september 2011 zijn de effecten van vergunningvoorschrift 9 inzichtelijk geworden, namelijk dat 700.000 tot 1.000.000 m³ zand niet kan worden gewonnen.

2.5.1. De Afdeling overweegt dat in de onbekendheid met de gevolgen van het desbetreffende voorschrift voor het college van burgemeester en wethouders geen grond kan zijn gelegen voor het oordeel dat het college van burgemeester en wethouders redelijkerwijs niet kan worden verweten geen zienswijzen naar voren te hebben gebracht. Het beroep van het college van burgemeester en wethouders is niet-ontvankelijk.

2.6. MNO Vervat B.V. stelt dat zij tijdens overleggen in het kader van de bespreking van de te verrichten ontgrondingswerkzaamheden bij het college van gedeputeerde staten kenbaar heeft gemaakt zich niet te kunnen verenigen met het voornemen om voormelde voorschriften in de vergunning op te nemen. Zij stelt, onder verwijzing naar artikel 6:10 van de Awb, dat sprake is van een prematuur naar voren gebrachte zienswijze, omdat zij in de veronderstelling verkeerde dat zij daarmee op het juiste moment haar bezwaren kenbaar heeft gemaakt. Daarnaast stelt MNO Vervat B.V. dat het niet indienen van een formele zienswijze haar redelijkerwijs niet kan worden verweten en dat het niet naar voren brengen van een zienswijze, gelet op de voormelde omstandigheden, verschoonbaar is.

2.6.1. Aan MNO Vervat B.V. is zowel een afschrift van het ontwerpbesluit als een afschrift van de kennisgeving van het ontwerpbesluit toegestuurd. Uit de kennisgeving blijkt dat afdeling 3.4 van de Awb van toepassing is op de voorbereiding van het bestreden besluit. Tevens is vermeld dat een ieder zienswijzen naar voren kan brengen. Een zienswijze is gericht tegen een ontwerpbesluit en wordt in beginsel schriftelijk naar voren gebracht. Ten tijde van de bedoelde overleggen over de te verrichten ontgrondingswerkzaamheden wist MNO Vervat B.V. dat een ontwerpbesluit nog niet tot stand was gekomen en kon zij redelijkerwijs niet menen dat een dergelijk ontwerpbesluit reeds bestond. Nog daargelaten dat MNO Vervat B.V. haar tegenwerpingen niet schriftelijk naar voren heeft gebracht, is de Afdeling van oordeel dat geen sprake is van een prematuur naar voren gebrachte zienswijze.

Voor zover MNO Vervat B.V. ter zitting heeft betoogd dat zij het onderhandelingstraject niet wilde doen stagneren door het naar voren brengen van een formele zienswijze, overweegt de Afdeling dat daarin geen omstandigheid is gelegen om te oordelen dat het niet naar voren brengen van een zienswijze verschoonbaar is. Naar het oordeel van de Afdeling laat een onderhandelingsproces onverlet dat de in de Awb in samenhang bezien met de Ontgrondingenwet voorgeschreven voorbereidingsprocedure om tot een ontgrondingvergunning te komen, dient te worden gevolgd. Gelet hierop is de Afdeling van oordeel dat in het gestelde door MNO Vervat B.V. geen grond is gelegen voor het oordeel dat zij redelijkerwijs niet kan worden verweten geen zienswijzen naar voren te hebben gebracht. Het beroep van MNO Vervat B.V. is niet-ontvankelijk.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin

verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. N.S.J. Koeman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T.L.J. Drouen, ambtenaar van staat.

w.g. Koeman w.g. Drouen

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 1 augustus 2012

375-718.