Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BX3238

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24-07-2012
Datum publicatie
01-08-2012
Zaaknummer
201206364/3/R4
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 24 april 2012 heeft het college aan First een omgevingsvergunning verleend voor het in strijd met het geldende bestemmingsplan "Oude Westen" bouwen van een kantoorgebouw en het aanleggen van een uitrit, op het perceel Weena 750 te Rotterdam.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201206364/3/R4.

Datum uitspraak: 24 juli 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid First Rotterdam B.V en de commanditaire vennootschap First Rotterdam C.V., beide gevestigd te Amsterdam (hierna: tezamen in enkelvoud: First), om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) hangende het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening van:

de naamloze vennootschap Groothandelsgebouwen N.V., gevestigd te Rotterdam (hierna: Groothandelsgebouwen),

en

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam,

verweerder (hierna: het college).

1. Procesverloop

Bij besluit van 24 april 2012 heeft het college aan First een omgevingsvergunning verleend voor het in strijd met het geldende bestemmingsplan "Oude Westen" bouwen van een kantoorgebouw en het aanleggen van een uitrit, op het perceel Weena 750 te Rotterdam.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 juni 2012, heeft Groothandelsgebouwen beroep ingesteld tegen dat besluit. Bij afzonderlijke brief, eveneens ingekomen op 22 juni 2012, heeft Groothandelsgebouwen de voorzitter verzocht om in die zaak een voorlopige voorziening te treffen.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 6 juli 2012, heeft First de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Groothandelsgebouwen, bij brief van 9 juli 2012, en het college, bij brief van 13 juli 2012, hebben op het verzoek van First gereageerd.

2. Overwegingen

2.1. De voorzitter doet uitspraak zonder zitting.

2.2. De omgevingsvergunning die is verleend bij het besluit van 24 april 2012 voor de bouw van het kantoorgebouw en de aanleg van een uitrit (hierna: de omgevingsvergunning voor het kantoorgebouw), is onderdeel van de zogeheten ontwikkellocatie "Weenapoint". De omgevingsvergunning voor het kantoorgebouw is verleend voor de activiteiten bouwen en gebruiken als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, onderscheidenlijk c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo), en voor de activiteit maken van een uitweg als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo.

2.3. Het verzoek van First strekt tot opheffing van de schorsing van de besluiten van het college van 24 april 2012 waarbij omgevingsvergunningen zijn verleend voor het kappen van een boom aan de Diergaardesingel, het kappen van twee bomen aan het Weena, het opslaan van roerende zaken (een container) en het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg (plaatsen van veiligheids(bouw)hekken) in strijd met de publieke functie van de weg (hierna: de overige besluiten van 24 april 2012).

De overige besluiten van 24 april 2012 zijn, tezamen met nog andere besluiten die zien op de ontwikkellocatie Weena, gecoördineerd voorbereid met de omgevingsvergunning voor het kantoorgebouw, met toepassing van afdeling 3.4 van de Awb. Alle besluiten zijn gelijktijdig op 9 mei 2012 bekend gemaakt.

2.4. First heeft het verzoek gedaan omdat zij vreest dat het verzoek van Groothandelsgebouwen, gelet op artikel 6.1, derde lid, van de Wabo, gelezen in samenhang met artikel 8.3, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro), tot gevolg heeft dat ook de overige besluiten van 24 april 2012 zijn geschorst. Het spoedeisend belang is volgens First gelegen in het kappen van de bomen aan de Diergaardesingel en aan het Weena, en in andere werkzaamheden, omdat deze werkzaamheden vanaf medio juli 2012 zijn voorzien en ter voorbereiding op de bouw van het kantoorgebouw worden uitgevoerd. Gegeven de geplande start van de bouw van het kantoorgebouw, kan niet met uitvoering van de werkzaamheden worden gewacht totdat op het verzoek van Groothandelsgebouwen is beslist, aldus First.

2.5. Ingevolge artikel 8.3, eerste lid, van de Wro, worden gecoördineerd genomen besluiten voor de mogelijkheid van beroep als één besluit aangemerkt, voor zover deze besluiten met toepassing van artikel 3.32 van de Wro gelijktijdig bekend zijn gemaakt.

Ingevolge artikel 6.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wabo, treedt een beschikking die is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Awb in werking met ingang van de dag na afloop van de termijn als bedoeld in artikel 6:7 van de Awb.

Ingevolge artikel 6.1, derde lid, van de Wabo treedt, in gevallen als bedoeld in het tweede lid, indien gedurende de daar bedoelde termijn een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan, de beschikking niet eerder in werking voordat op dat verzoek is beslist.

2.6. Het verzoek om voorlopige voorziening van Groothandelsgebouwen van 22 juni 2012 heeft, gelet op artikel 6.1, derde lid, van de Wabo, tot gevolg dat de omgevingsvergunning voor de bouw van het kantoorgebouw niet in werking treedt totdat op dat verzoek is beslist, maar leidt er niet toe dat ook de overige besluiten van 24 april 2012 zijn geschorst. Daarvoor is van belang dat het beroep dat zij heeft ingesteld en het verzoek dat zij heeft gedaan, mede gelet op haar reactie van 9 juli 2012, uitsluitend zien op de omgevingsvergunning voor het bouwen van het kantoorgebouw. Tegen de overige besluiten van 24 april 2012 heeft Groothandelsgebouwen geen bezwaar. Artikel 8.3, eerste lid, van de Wro maakt dat niet anders. Dat ingevolge dat artikel gecoördineerd genomen en gelijktijdig bekendgemaakte besluiten voor de mogelijkheid van beroep als één besluit worden aangemerkt, brengt niet mee dat een beroep en een verzoek om voorlopige voorziening tegen één van de gecoördineerd genomen besluiten ook van rechtswege moet worden toegedicht aan de overige gecoördineerd genomen besluiten, indien het beroep en het verzoek zich uitsluitend tot één van de besluiten richt.

2.7. Nu het verzoek van Groothandelsgebouwen niet tot gevolg heeft dat ook de overige besluiten van 24 april 2012 zijn geschorst, dient het verzoek van First als ongegrond te worden afgewezen.

2.8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J.A.W. Huijben, ambtenaar van staat.

w.g. Van Buuren w.g. Huijben

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 24 juli 2012

313-725.