Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BX2592

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
25-07-2012
Datum publicatie
25-07-2012
Zaaknummer
201108301/1/A3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 4 februari 2010 heeft het college de aanvraag van [appellant] om ontheffing van de geslotenverklaring van de Nieuwe Grensweg in Hengelo afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201108301/1/A3.

Datum uitspraak: 25 juli 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Enschede,

tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 8 juni 2011 in zaak nr. 10/760 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Hengelo.

1. Procesverloop

Bij besluit van 4 februari 2010 heeft het college de aanvraag van [appellant] om ontheffing van de geslotenverklaring van de Nieuwe Grensweg in Hengelo afgewezen.

Bij besluit van 8 juni 2010 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard, waarbij [appellant] een voorziening is aangeboden waarmee hij een aantal keer per jaar gebruik kan maken van de Nieuwe Grensweg.

Bij besluit van 18 oktober 2010 heeft het college [appellant] alsnog een tijdelijke transponder in bruikleen gegeven, waarmee hij onbeperkt doorgang heeft.

Bij uitspraak van 8 juni 2011, verzonden op dezelfde datum, heeft de rechtbank het door [appellant] tegen deze besluiten ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 15 juli 2011, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 29 augustus 2011.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 6 juni 2012, waar [appellant], bijgestaan door mr. T.A.M. van Oosterhout, werkzaam bij VvAA rechtsbijstand, en het college, vertegenwoordigd door mr. M.S. van Dijk en I.B.H. Heil, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Plaatsing van bord C1 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: het RVV), een wit rond bord met rode rand, heeft tot gevolg dat een weg in beide richtingen gesloten is voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee.

Ingevolge artikel 62 van het RVV zijn weggebruikers verplicht gevolg te geven aan de verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden.

Ingevolge artikel 87 kan door het bevoegd gezag ontheffing worden verleend van artikel 62, voor zover het betreft verkeersteken C1.

2.2. Op 4 juni 1992 heeft het college besloten tot geslotenverklaring van de Nieuwe Grensweg voor gemotoriseerd verkeer door plaatsing van bord C1 en een fysieke afsluiting. Tevens heeft het daarbij criteria vastgesteld voor de verlening van ontheffingen. Voor een ontheffing komen in aanmerking bewoners van de Nieuwe Grensweg die in de directe nabijheid van de afsluiting wonen, belanghebbenden in relatie tot de aangrenzende percelen in de directe nabijheid van de afsluiting en toeleveringsbedrijven of afnemers van in de omgeving van de Nieuwe Grensweg gelegen bedrijven of percelen.

2.3. [appellant], die in de nabijheid van de Nieuwe Grensweg woont, heeft verzocht om een ontheffing van de geslotenverklaring om langs de kortste route van zijn woonadres naar zijn praktijk in Borne te kunnen rijden. Hij betoogt dat de rechtbank ten onrechte tot het oordeel is gekomen dat het college zijn aanvraag in redelijkheid heeft kunnen afwijzen.

2.3.1. De Afdeling stelt vast dat het college bij het besluit van 18 oktober 2010 alsnog aan [appellant] een transponder heeft verstrekt waarmee hij onbeperkt doorgang heeft over de Nieuwe Grensweg. Ter zitting van de Afdeling heeft het college verklaard dat dit besluit, hoewel dit niet met zoveel woorden is vermeld, moet worden beschouwd als besluit tot verlening van ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het RVV. De Afdeling zal het besluit als zodanig aanmerken. Met dit besluit is volledig tegemoetgekomen aan het verzoek van [appellant]. Gelet hierop had hij ten tijde van de aangevallen uitspraak, nu voorts niet is gebleken van voor vergoeding in aanmerking komende schade, geen belang meer bij de beoordeling van het beroep tegen het besluit op bezwaar van 8 juni 2010, waarbij hem een voorziening is aangeboden waarmee hij beperkt gebruik kon maken van de Nieuwe Grensweg. De rechtbank heeft het tegen dit besluit gerichte beroep daarom ten onrechte, na een inhoudelijke beoordeling, ongegrond verklaard.

2.4. [appellant] betoogt verder dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat hij door het besluit van 18 oktober 2010 is komen te verkeren in een situatie die gelijk is aan die van anderen aan wie al eerder een transponder is verstrekt. Door vast te stellen dat hij niet voldoet aan de criteria voor verlening van een ontheffing heeft de rechtbank volgens hem een voorschot genomen op nog vast te stellen, nieuw beleid en dit als het ware al ingevuld.

2.4.1. Bij het besluit van 18 oktober 2010 heeft het college [appellant] meegedeeld dat het het bestaande ontheffingenbeleid zal herzien, omdat dit als gevolg van de toegenomen verkeersdrukte is verouderd. Op onderdelen zal het worden aangescherpt of verruimd. In afwachting van de vaststelling van dit nieuwe beleid hebben alle ontheffinghouders ten tijde van de plaatsing van een nieuw toegangssysteem in maart 2010, evenals [appellant], een tijdelijke transponder ontvangen. Na vaststelling van het nieuwe beleid zal aan de hand daarvan worden beoordeeld wie recht heeft op een definitieve transponder, hetgeen betekent dat in geval van strijdigheid met het nieuwe beleid de transponder zal worden ingetrokken, aldus het college. Op dit moment verkeert [appellant] door de ontvangst van de transponder in een situatie die gelijk is aan die van andere ontheffinghouders. Het oordeel van de rechtbank heeft geen betrekking op het nieuwe beleid maar op het oude beleid en kan evenmin worden gezien als voorschot op het nieuwe beleid. Of [appellant] de transponder na vaststelling van het nieuwe beleid zal mogen behouden, staat in deze procedure niet ter beoordeling. Indien het college op basis van dat beleid tot de conclusie komt dat [appellant] hierop niet langer recht heeft, zal het een intrekkingsbesluit moeten nemen, waartegen [appellant] bezwaar zal kunnen maken.

2.5. Uit hetgeen is overwogen onder 2.3.1. volgt dat het hoger beroep gegrond is. De Afdeling zal de uitspraak van de rechtbank vernietigen, voor zover daarbij het beroep tegen het besluit van 8 juni 2010 ongegrond is verklaard. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling dit beroep wegens het ontbreken van belang bij de beoordeling ervan niet-ontvankelijk verklaren. Voor het overige dient de bestreden uitspraak te worden bevestigd.

2.6. Het college dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Almelo van 8 juni 2011 in zaak nr. 10/760, voor zover daarbij het beroep tegen het besluit van 8 juni 2010 ongegrond is verklaard;

III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep tegen dat besluit niet-ontvankelijk;

IV. bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige;

V. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Hengelo tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.674,54 (zegge: zestienhonderdvierenzeventig euro en vierenvijftig cent), waarvan € 1.311,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

VI. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Hengelo aan [appellant] het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van € 377,00 (zegge: driehonderdzevenenzeventig euro) voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, voorzitter, en mr. F.C.M.A. Michiels en mr. N. Verheij, leden, in tegenwoordigheid van mr. P. Klein, ambtenaar van staat.

De voorzitter w.g. Klein

is verhinderd de uitspraak ambtenaar van staat

te ondertekenen.

Uitgesproken in het openbaar op 25 juli 2012

176.