Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BX2563

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
25-07-2012
Datum publicatie
25-07-2012
Zaaknummer
201111645/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 29 maart 2011 heeft de raad de aanvraag van [appellante] om herziening van het bestemmingsplan "Harselaar-Oost 1988" voor het perceel [locatie] te Barneveld afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201111645/1/R2.

Datum uitspraak: 25 juli 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante], gevestigd te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld,

en

de raad van de gemeente Barneveld,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 29 maart 2011 heeft de raad de aanvraag van [appellante] om herziening van het bestemmingsplan "Harselaar-Oost 1988" voor het perceel [locatie] te Barneveld afgewezen.

Bij besluit van 21 september 2011, verzonden op 28 september 2011, heeft de raad het door [appellante] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft [appellante] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 7 november 2011, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 6 december 2011.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellante] heeft nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 juli 2012, waar [appellante], vertegenwoordigd door [directeur], bijgestaan door mr. R.G.A. Wouters, en de raad, vertegenwoordigd door mr. S. Hoekstra, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. [appellante] heeft bij de raad een aanvraag ingediend om het bestemmingsplan "Harselaar-Oost 1988", vastgesteld door de raad op 25 april 1989, voor het perceel [locatie] te herzien, ten behoeve van het oprichten van een steunpunt voor de verkoop van motorbrandstoffen. Het perceel heeft in het geldende bestemmingsplan de bestemmingen "Bedrijf" en "Erf bij bedrijf". Ingevolge artikel 4, lid a, van de planvoorschriften zijn de voor "Bedrijf" aangewezen gronden bestemd voor nijverheids-, ambachtelijke, handels- en dienstverlenende bedrijven. Ingevolge lid c, is detailhandel niet toegestaan behoudens de vermelde uitzonderingen. De bestemming "Erf bij bedrijf" is ingevolge artikel 14 bestemd voor bij het aangrenzende bedrijf behorende erven.

2.2. De raad heeft besloten de aanvraag niet in te willigen, omdat het door [appellante] beoogde systeem voor de verkoop van motorbrandstoffen, zoals dit is beschreven bij de aanvraag voor de bestemmingsplanherziening en in het bezwaarschrift, als detailhandel dient te worden gekwalificeerd. De raad stelt onder verwijzing naar het door hem gevoerde beleid dat vestiging van detailhandel niet wenselijk is op het industrieterrein Harselaar.

2.3. [appellante] stelt dat de raad het door haar beoogde steunpunt ten onrechte heeft gekwalificeerd als detailhandel. Volgens [appellante] heeft de raad miskend dat de verkoop bij het onbemande steunpunt aan omliggende bedrijven geschiedt door middel van een gesloten pasjessysteem en dat hij niet voornemens is om detailhandel uit te oefenen. Zolang het gemeentebestuur van mening is dat het steunpunt als detailhandel dient te worden gekwalificeerd, wenst hij een wijziging van het bestemmingsplan ten behoeve van de vestiging van het door hem gewenste steunpunt.

2.4. De raad stelt zich op het standpunt dat de gegevens die door [appellante] zijn aangeleverd de conclusie rechtvaardigen dat het voorgenomen steunpunt dient te worden gekwalificeerd als detailhandel. Onder verwijzing naar het door hem gevoerde beleid stelt de raad niet bereid te zijn tot een wijziging van het bestemmingsplan hiervoor.

2.5. De Afdeling stelt voorop dat, gelet op de systematiek van de Wet ruimtelijke ordening, de raad in beginsel een grote mate van beleidsvrijheid toekomt bij het besluit omtrent het vaststellen van een bestemmingsplan.

Voor zover het beroep dient te worden opgevat als inhoudende dat het onbemande steunpunt voor de verkoop van motorbrandstoffen geen detailhandel zou betreffen en derhalve toegestaan is binnen de geldende bestemming, overweegt de Afdeling dat de vraag of de raad een dergelijk steunpunt binnen het huidige bestemmingsplan zou moeten toestaan niet aan de orde is in de onderhavige procedure over het verzoek omtrent de herziening van de bestemming.

Voor zover het betoog van [appellante] kan worden opgevat als inhoudende dat het verzoek om herziening van het bestemmingsplan dient te worden toegewezen, omdat het steunpunt met name de op het industrieterrein gevestigde bedrijven als doelgroep beoogt te bedienen, overweegt de Afdeling als volgt. De raad heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de verzochte wijziging van het bestemmingsplan niet voldoet aan het door de raad gevoerde beleid met betrekking tot het tegengaan van detailhandel op perifere plaatsen binnen de gemeente Barneveld, meer in het bijzonder op het industrieterrein Harselaar, zoals dit is neergelegd in de gemeentelijke nota "Toelatingsbeleid detailhandel op perifere plaatsen" van 18 juni 1999.

2.6. [appellante] heeft zich in het beroepschrift voor het overige beperkt tot het verwijzen naar de inhoud van haar bezwaarschrift. In de overwegingen van het bestreden besluit is ingegaan op het bezwaarschrift. [appellante] heeft in het beroepschrift, noch ter zitting redenen aangevoerd waarom de weerlegging van de desbetreffende gronden in het bezwaarschrift in het bestreden besluit onjuist zou zijn.

2.7. In hetgeen [appellante] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen grond voor het oordeel dat de raad niet in redelijkheid bij het bestreden besluit de afwijzing van de aanvraag heeft kunnen handhaven. In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Het beroep is ongegrond.

2.8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. M.W.L. Simons-Vinckx, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. Y.M. van Soest-Ahlers, ambtenaar van staat.

w.g. Simons-Vinckx w.g. Van Soest-Ahlers

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 25 juli 2012

343-723.