Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BX1106

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
11-07-2012
Datum publicatie
11-07-2012
Zaaknummer
201104577/1/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 7 maart 2011 heeft het college een hogere waarde als bedoeld in artikel 100a, eerste lid, van de Wet geluidhinder vastgesteld voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de Ringallee/Schelmseweg (N785) van de woning aan de [locatie] te Velp. Dit besluit is op 10 maart 2011 ter inzage gelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201104577/1/R4.

Datum uitspraak: 11 juli 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Velp, gemeente Rheden,

en

het college van gedeputeerde staten van Gelderland,

verweerder.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 7 maart 2011 heeft het college een hogere waarde als bedoeld in artikel 100a, eerste lid, van de Wet geluidhinder vastgesteld voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de Ringallee/Schelmseweg (N785) van de woning aan de [locatie] te Velp. Dit besluit is op 10 maart 2011 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 19 april 2011, beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] heeft nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 april 2012, waar het college, vertegenwoordigd door drs. M.C. Zweerman en I.R.P. van Es, beiden werkzaam bij de provincie, is verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Bij het bestreden besluit heeft het college voor de woning van [appellant] aan de [locatie] te Velp een hogere waarde van 50 dB voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de Ringallee/Schelmseweg (N785) vastgesteld ten behoeve van de aanleg van een rotonde bij het kruispunt van de Ringallee/Schelmseweg, de Daalhuizerweg en de Meester van Hasseltlaan/Chopinlaan.

    Aan het bestreden besluit ligt ten grondslag een akoestisch onderzoek van DGMR "Reconstructie N785 Velp-Rozendaal" van 17 juli 2009, nr. V.2007.0086.00.R001 (hierna: het akoestisch onderzoek) waaruit blijkt dat de heersende waarde als bedoeld in artikel 100, derde lid, van de Wet geluidhinder vanwege het wegverkeer op de Ringallee/Schelmseweg (N785) op de westelijke gevel van de desbetreffende woning door de aanleg van de rotonde met meer dan 2 dB wordt overschreden zodat zich ter plaatse een reconstructie als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder voordoet.

2.2.    Ingevolge artikel 1 van de Wet geluidhinder wordt onder reconstructie van een weg verstaan: een of meer wijzigingen op of aan een aanwezige weg ten gevolge waarvan uit akoestisch onderzoek als bedoeld in artikel 77, eerste lid, onder a, en artikel 77, derde lid, blijkt dat de berekende geluidsbelasting vanwege de weg in het toekomstige maatgevende jaar zonder het treffen van maatregelen ten opzichte van de geluidsbelasting die op grond van artikel 100 dan wel het bepaalde krachtens artikel 100b, aanhef en onder a, als de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting geldt met 2 dB of meer wordt verhoogd.

    Ingevolge artikel 99, eerste lid, voor zover hier van belang, wordt tot reconstructie van een weg, indien binnen de aanwezige of toekomstige zone van die weg woningen aanwezig zijn, niet overgegaan dan in overeenstemming met een besluit van burgemeester en wethouders, met overeenkomstige toepassing van artikel 81 genomen naar aanleiding van een door de wegbeheerder aan burgemeester en wethouders gedane mededeling van zijn voornemen en na een met overeenkomstige toepassing van artikel 80 ingesteld onderzoek.

    Ingevolge artikel 100, derde lid, voor zover hier van belang, geldt, ingeval de weg op 1 januari 2007 aanwezig was en niet eerder een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vanwege de te reconstrueren weg is vastgesteld dan 48 dB, en de heersende waarde hoger is dan 48 dB, als de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vanwege de te reconstrueren weg, van de gevel van woningen binnen de zone die op 1 januari 2007 aanwezig waren de heersende waarde.

    Ingevolge artikel 100a, eerste lid, aanhef en onder a, voor zover hier van belang, kan voor de ter plaatse ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van de gevel van woningen een hogere waarde dan de ingevolge artikel 100 geldende worden vastgesteld, met dien verstande dat de verhoging 5 dB niet te boven mag gaan.

    Ingevolge artikel 110a, eerste lid, zijn burgemeester en wethouders binnen de grenzen van de gemeente bevoegd tot het vaststellen van een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting.

    Ingevolge het zevende lid, voor zover hier van belang, is het college van gedeputeerde staten bevoegd tot het vaststellen van een hogere waarde wanneer het besluit, bedoeld in het eerste lid, benodigd is in verband met de aanleg of reconstructie van een weg in beheer bij het Rijk of een provincie.

2.3.    [appellant] betoogt dat in het akoestisch onderzoek een aantal onjuiste uitgangspunten is gehanteerd, zodat de voor zijn woning vastgestelde hogere waarde onjuist is. Hij voert hiertoe aan - samengevat weergegeven - dat ten onrechte geen rekening is gehouden met de toename van de verkeersintensiteiten die volgens hem het gevolg is van het Verkeerscirculatieplan Velp. [appellant] voert ook aan dat de zogenoemde werkbegrenzing in werkelijkheid verder op de Daalhuizerweg ligt dan waarvan in het akoestisch onderzoek is uitgegaan. Voorts is volgens hem ten onrechte geen rekening gehouden met de geluidbelasting vanwege de bestrating met betonklinkers op de rotonde. [appellant] brengt verder onder meer naar voren dat de voor zijn woning vastgestelde hogere waarde veel lager is dan de hogere waarden van 63 dB die volgens hem voor dezelfde weglocatie zijn vastgesteld bij een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rheden van 16 november 2010.

2.3.1.    In het bestreden besluit, alsmede in het verweerschrift, is uiteengezet dat het college, in verband met de aanleg van de rotonde en de reconstructiesituatie die daarvan met betrekking tot een aantal woningen het gevolg is, reeds eerder bij besluit van 6 juni 2008 hogere waarden voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de Ringallee/Schelmseweg (N785) heeft vastgesteld. Daarbij is, zo heeft het college gesteld, voor de woning van [appellant] aan de [locatie] abusievelijk geen hogere waarde vastgesteld. Met het bestreden besluit is daarin alsnog voorzien. Het college heeft verder uiteengezet dat het akoestisch onderzoek is gebaseerd op de uitgangspunten van het onderzoek uit 2007 dat ten grondslag ligt aan het besluit uit 2008. Wat het Verkeercirculatieplan Velp betreft - dat na het onderzoek in 2007 en vóór het nemen van het bestreden besluit is vastgesteld - heeft het college zich gemotiveerd op het standpunt gesteld dat er geen relevante gevolgen zijn voor de in het kader van het akoestisch onderzoek te hanteren verkeersintensiteiten. Mede bezien in het licht van de toelichting die het college op dit punt ter zitting heeft gegeven heeft [appellant] niet aannemelijk gemaakt dat dit standpunt onjuist is.

2.3.2.    Voorts heeft [appellant] met zijn stelling over de werkbegrenzing op de Daalhuizerweg - die hij niet nader heeft onderbouwd - niet aannemelijk gemaakt dat in het akoestisch onderzoek in zoverre van onjuiste uitgangspunten is uitgegaan.

2.3.3.    Blijkens het bestreden besluit is de rijstrook van de rotonde voorzien van slijtvast geluidreducerend asfalt. Dit wegdektype is als zodanig betrokken in het akoestisch onderzoek. Het college heeft toegelicht dat op de rotonde weliswaar een binnenring is aangelegd die is voorzien van betonelementen met een klinkerprint, maar dat deze bestrating niet behoort tot de rijstrook en om die reden niet behoefde te worden betrokken in het akoestisch onderzoek. Hetgeen [appellant] heeft aangevoerd geeft geen aanleiding om aan de juistheid van dit standpunt te twijfelen.

2.3.4.    Gelet op de vorenstaande is er in zoverre geen aanleiding voor het oordeel dat het akoestisch onderzoek onjuist is. Verder geeft noch hetgeen [appellant] naar voren heeft gebracht over hogere waarden van 63 dB die het college van burgemeester en wethouders van Rheden bij besluit van 16 november 2010 heeft gesteld, noch hetgeen hij overigens heeft aangevoerd, aanleiding om aan de juistheid van het akoestisch onderzoek te twijfelen. Het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rheden strekt tot vaststelling van hogere waarden voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de N785 en op de Daalhuizerweg van een aantal in het bestemmingplan "Velp Noord, Hoek Daalhuizerweg-Ringallee" voorziene woningen. De bij dit besluit vastgestelde hogere waarden van 63 dB - waar [appellant] in zijn beroepschrift op wijst - hebben echter betrekking op de geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de Daalhuizerweg, en niet op de N785, en zijn in verband met de onderhavige procedure niet relevant.

    De beroepsgrond faalt.

2.4.    [appellant] stelt dat in het bestreden besluit ten onrechte niet is voorzien in de verplichting dat jaarlijks de werkelijke geluidbelasting op zijn woning wordt gemeten.

2.4.1.    Het college was noch op grond van de Wet geluidhinder, noch op grond van enige andere wettelijke regeling gehouden in het bestreden besluit een dergelijke verplichting op te nemen.

    De beroepsgrond faalt.

2.5.    Het beroep is ongegrond.

2.6.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.G. Timmerman, ambtenaar van staat.

w.g. Van der Beek-Gillessen    w.g. Timmerman

lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 11 juli 2012

431.