Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BX1099

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
11-07-2012
Datum publicatie
11-07-2012
Zaaknummer
201113357/1/A1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 7 juli 2010 heeft het dagelijks bestuur Xenon Vastgoed B.V. onder oplegging van een dwangsom gelast om wegens strijd met artikel 40 van de Woningwet in de panden Jacob Catskade 33 en 35 te Amsterdam alle buiten- en binnendeuren met een dagmaat van 80 centimeter breedte te vervangen door deuren met een dagmaat van 85 centimeter breedte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201113357/1/A1.

Datum uitspraak: 11 juli 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Xenon Vastgoed B.V., gevestigd te Amsterdam,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 18 november 2011 in zaak nr. 11/1076 in het geding tussen:

Xenon Vastgoed B.V.

en

het dagelijks bestuur van het stadsdeel West.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 7 juli 2010 heeft het dagelijks bestuur Xenon Vastgoed B.V. onder oplegging van een dwangsom gelast om wegens strijd met artikel 40 van de Woningwet in de panden Jacob Catskade 33 en 35 te Amsterdam alle buiten- en binnendeuren met een dagmaat van 80 centimeter breedte te vervangen door deuren met een dagmaat van 85 centimeter breedte.

Bij besluit van 18 januari 2011 heeft het dagelijks bestuur het door Xenon Vastgoed B.V. daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 18 november 2011, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door Xenon Vastgoed B.V. daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft Xenon Vastgoed B.V. bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 23 december 2011, hoger beroep ingesteld.

Het dagelijks bestuur heeft een verweerschrift ingediend.

Xenon Vastgoed B.V. heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 mei 2012, waar Xenon Vastgoed B.V., vertegenwoordigd door P.H. Proost en R.H. Drenth, bijgestaan door mr. K.J.T.M. Hehenkamp, advocaat te Amsterdam, en het dagelijks bestuur, vertegenwoordigd door mr. E.M. Scholten, zijn verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Ingevolge artikel 40, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Woningwet, zoals die wet gold ten tijde van belang, is het verboden te bouwen zonder of in afwijking van een door het college verleende bouwvergunning.

    Ingevolge artikel 4.10, eerste lid, van het Bouwbesluit 2003 (hierna: het Bouwbesluit), zoals dat besluit gold ten tijde van belang, heeft een te bouwen bouwwerk toegangen met een zodanige vrije doorgang, dat het gebouw voldoende toegankelijk is.

    Ingevolge artikel 4.11, eerste lid, voor zover hier van belang, heeft een toegang van een ruimte een vrije doorgang met een breedte van ten minste 0,85 meter.

2.2.    Bij besluit van 2 februari 2010 heeft het dagelijks bestuur aan Xenon Vastgoed B.V. bouwvergunning verleend voor het veranderen en vergroten van de panden overeenkomstig de bij dat besluit behorende bescheiden. Dit besluit is in rechte onaantastbaar. Het dagelijks bestuur heeft handhavend opgetreden omdat de deuren volgens hem in afwijking van deze bouwvergunning een breedte van 80 centimeter in plaats van 85 centimeter hebben.

2.3.    Xenon Vastgoed B.V. betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het dagelijks bestuur niet bevoegd was om handhavend op te treden. Hiertoe voert zij aan dat overeenkomstig de bij besluit van 2 februari 2010 verleende bouwvergunning is gebouwd. Volgens Xenon Vastgoed B.V. dient deze bouwvergunning te prevaleren boven de nieuwbouweisen van het Bouwbesluit.

2.3.1.    In het kader van onderhavige procedure, die betrekking heeft op een besluit tot oplegging van een last onder dwangsom, is uitsluitend de vraag aan de orde of in afwijking van de bij besluit van 2 februari 2010 verleende bouwvergunning is gebouwd en niet de vraag of het college ten tijde van de verlening van die bouwvergunning aannemelijk heeft mogen achten dat aan de bij het Bouwbesluit gestelde eisen wordt voldaan.

2.3.2.    De rechtbank heeft terecht, mede lettend op de uitspraak van de Afdeling van 11 maart 2009 in zaak nr. 200803685/1, overwogen dat het dagelijks bestuur zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat bij verlening van de bouwvergunning de nieuwbouweisen van het Bouwbesluit van toepassing zijn. De deuren in de panden dienen dan ook, gelet op het bepaalde in artikel 4.11, eerste lid, van het Bouwbesluit, een dagmaat van 85 centimeter breedte te hebben, tenzij in de verleende bouwvergunning daarvan is afgeweken.

    Een zodanige afwijking doet zich in dit geval niet voor. De rechtbank heeft terecht van belang geacht dat het dagelijks bestuur bij verlening van de bouwvergunning geen ontheffing van artikel 4.11, eerste lid, van het Bouwbesluit heeft opgenomen en evenmin een desbetreffende afwijking van het Bouwbesluit uitdrukkelijk heeft toegestaan. De enkele niet nader onderbouwde stelling van Xenon Vastgoed B.V. dat slechts is beoogd de panden te renoveren, biedt geen grond voor een ander oordeel. Voorts zijn op de bij de bouwvergunning behorende tekeningen ten aanzien van de deuren geen afwijkende maten weergegeven. Het dagelijks bestuur heeft, anders dan Xenon Vastgoed B.V. betoogt, geen aanleiding hoeven zien om op dit punt bij haar verder navraag te doen. Nu de deuren in de panden in afwijking van de bij besluit van 2 februari 2010 verleende bouwvergunning een dagmaat van 80 centimeter breedte hebben, is de rechtbank tot het juiste oordeel gekomen dat het dagelijks bestuur handhavend kon optreden wegens overtreding van artikel 40, eerste lid, van de Woningwet.

    Het betoog faalt.

2.4.    Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd, dit niet te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet zicht op legalisatie bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.

2.5.    Xenon Vastgoed B.V. betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat handhavend optreden zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat het dagelijks bestuur daarvan in het onderhavige geval had behoren af te zien. Hiertoe voert zij aan dat het verbreden van alle buiten- en binnendeuren hoge kosten met zich zal brengen.

2.5.1.    De rechtbank heeft terecht geen grond gezien voor het oordeel dat het dagelijks bestuur aan het algemeen belang bij handhavend optreden tegen het bouwen in afwijking van de verleende bouwvergunning niet in redelijkheid een zwaarder gewicht heeft mogen toekennen dan aan het belang van Xenon Vastgoed B.V. dat van handhavend optreden wordt afgezien. Hierbij heeft het dagelijks bestuur in aanmerking kunnen nemen dat bij de bouw van woningen kwaliteit en levensloopbestendigheid als uitgangspunt dient te worden gehanteerd. De omstandigheden dat ten tijde van de aanvraag om bouwvergunning de gemeenschappelijke voordeur van de panden 73 centimeter breed was en geen lift in de panden was voorzien, leidt, anders dan Xenon Vastgoed B.V. betoogt, niet tot een ander oordeel. Voorop moet worden gesteld dat in afwijking van de verleende bouwvergunning is gebouwd. Het dagelijks bestuur heeft in het kader van het voorliggend besluit tot handhavend optreden van belang kunnen achten dat conform de nieuwbouweisen uit het Bouwbesluit moet worden gebouwd, nu deze eisen in dit geval tot doel hebben aan een ieder, waaronder rolstoelgebruikers, toegang te verschaffen tot het pand en dat ten tijde van belang de voordeur was verbreed en een lift was aangelegd, zodat, wat daar verder van zij, het niet feitelijk onmogelijk is om rolstoelgebruikers op gelijke basis met anderen toegang tot de panden te verschaffen. Dat het aanpassen van de deuren in de panden hoge kosten met zich brengt, doet daar, gelet op het voorgaande, niet aan af. De gevolgen van het bouwen in strijd met de verleende bouwvergunning dienen voor rekening en risico van Xenon Vastgoed B.V. te blijven.

    Het betoog faalt.

2.6.    Xenon Vastgoed B.V. betoogt voorts dat de rechtbank niet heeft onderkend dat zich anderszins bijzondere omstandigheden hebben voorgedaan op grond waarvan het dagelijks bestuur van handhavend optreden had behoren af te zien. Hiertoe voert zij aan dat het opleggen van de last onder dwangsom in strijd is met het verbod op willekeur en het gelijkheidsbeginsel. Volgens haar wordt bij andere projecten wel met doorgangen van 0,80 meter gewerkt.

2.6.1.    De rechtbank heeft terecht geen grond gezien voor het oordeel dat het dagelijks bestuur heeft besloten in strijd met het verbod op willekeur en het gelijkheidsbeginsel. Het dagelijks bestuur heeft uiteengezet dat bij de behandeling van bouwaanvragen uitsluitend wordt getoetst of aannemelijk is dat aan de nieuwbouweisen van het Bouwbesluit wordt voldaan en dat grote bouwprojecten intensiever worden gecontroleerd. Dat Xenon Vastgoed B.V. naar zij stelt bij meerdere projecten met doorgangen van 0,80 meter heeft gewerkt, betekent niet dat zij kon menen dat haar dat in dit geval ook was toegestaan. Xenon Vastgoed B.V. heeft in dat verband niet aannemelijk gemaakt dat door het dagelijks bestuur in rechtens vergelijkbare gevallen niet handhavend wordt opgetreden. Het dagelijks bestuur heeft ter zitting genoegzaam aannemelijk gemaakt dat de aangehaalde gevallen aan de J.M. de Kemperstraat 68 en Van Hallstraat 37 te Amsterdam niet zodanig overeenkomen met de thans aan de orde zijnde situatie, dat het daarin aanleiding moest zien om in dit geval van handhavend optreden af te zien.

    Het betoog faalt.

2.7.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.8.    Nu het hoger beroep ongegrond is, dient het verzoek om de gemeente Amsterdam met toepassing van artikel 8:73, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht te veroordelen in de schade te worden afgewezen.

2.9.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I.    bevestigt de aangevallen uitspraak;

II.    wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, voorzitter, en mr. W. Sorgdrager en mr. J. Kramer, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.G.P. Oudenaller, ambtenaar van staat.

w.g. Troostwijk    w.g. Oudenaller

Voorzitter    ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 11 juli 2012

357-593.