Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BX1083

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
11-07-2012
Datum publicatie
11-07-2012
Zaaknummer
201104106/1/A4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 11 februari 2011 heeft het college zijn beslissing om op 3 februari 2011 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het door [appellant] in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 (hierna: de Afvalstoffenverordening) en het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffen Rotterdam 2009 (hierna: het Uitvoeringsbesluit) aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college beslist dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang (€ 115,00) voor rekening van [appellant] komen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Omgevingsvergunning in de praktijk 2013/5185
JAF 2012/107 met annotatie van Van der Meijden
JOM 2012/736
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201104106/1/A4.

Datum uitspraak: 11 juli 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Rotterdam,

en

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 11 februari 2011 heeft het college zijn beslissing om op 3 februari 2011 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het door [appellant] in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 (hierna: de Afvalstoffenverordening) en het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffen Rotterdam 2009 (hierna: het Uitvoeringsbesluit) aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college beslist dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang (€ 115,00) voor rekening van [appellant] komen.

Bij besluit van 23 maart 2011 heeft het college het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij het college ingekomen op 5 april 2011, beroep ingesteld. Het college heeft het beroepschrift met toepassing van artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht aan de Afdeling doorgezonden. [appellant] heeft de gronden van het beroep aangevuld bij brief van 2 mei 2011.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 mei 2012, waar [appellant] en het college, vertegenwoordigd door mr. S. el Fizazi, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 4, eerste lid, van de Afvalstoffenverordening, voor zover hier van belang, kan de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen plaatsvinden via een inzamelingvoorziening voor de gebruikers van een aantal percelen.

Ingevolge artikel 10, vierde lid, kan het college regels stellen omtrent de plaats en de wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen moeten worden aangeboden.

Ingevolge het zesde lid van dit artikel is het verboden om huishoudelijke afvalstoffen op een andere wijze ter inzameling aan te bieden dan krachtens dit artikel is bepaald.

Ingevolge artikel 6, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit dienen de afvalstoffen zoveel mogelijk samengedrukt te worden, voordat ze in de inzamelvoorziening worden geworpen. De afvalstoffen mogen in geen geval de vulopening of klep blokkeren, zodat iedere volgende aanbieder op normale wijze gebruik kan maken van de voorziening.

2.2. De toepassing van bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een vuilniszak met huishoudelijke afvalstoffen, die op 3 februari 2011 is aangetroffen in een afvalcontainer aan de Avenue Concordia, ter hoogte van nummer 54, te Rotterdam. Volgens een rapport van de dienst Stadstoezicht van de gemeente Rotterdam blokkeerde de aangetroffen vuilniszak de vulopening van de afvalcontainer. Omdat in de vuilniszak een brief is aangetroffen met daarop de naam- en adresgegevens van [appellant], stelt het college zich op het standpunt dat de vuilniszak van hem afkomstig is en dat hij deze in strijd met artikel 10 van de Afvalstoffenverordening in samenhang met artikel 6 van het Uitvoeringsbesluit ter inzameling heeft aangeboden.

2.3. [appellant] bestrijdt het standpunt van het college dat hij de aangetroffen vuilniszak in strijd met de Afvalstoffenverordening en het Uitvoeringsbesluit ter inzameling heeft aangeboden. Daartoe voert hij aan dat een andere vuilniszak de vulopening van de afvalcontainer blokkeerde. Toen het niet lukte om de blokkerende vuilniszak in de ondergrondse containerruimte te laten vallen, heeft hij zijn eigen vuilniszak bovenop de blokkerende vuilniszak geplaatst, aldus [appellant].

2.3.1. De Afdeling ziet geen aanleiding te twijfelen aan de stelling van [appellant] dat de vulopening van de container reeds werd geblokkeerd door een andere vuilniszak op het moment dat hij zijn vuilniszak ter inzameling aanbood. Dit betekent echter niet dat hij zijn vuilniszak niet in strijd met de Afvalstoffenverordening en het Uitvoeringsbesluit ter inzameling heeft aangeboden. Door zijn vuilniszak bovenop de blokkerende vuilniszak te plaatsen, heeft [appellant] bijgedragen aan de blokkade van de vulopening, waardoor hij in strijd heeft gehandeld met artikel 10 van de Afvalstoffenverordening in samenhang met artikel 6 van het Uitvoeringsbesluit.

2.4. Het beroep is ongegrond.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. Th.G. Drupsteen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.P.J.M. van Grinsven, ambtenaar van staat.

w.g. Drupsteen w.g. Van Grinsven

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 11 juli 2012

462-742.